Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag

Directie Verenigde Naties

DVN/CI

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 26 november 1999
Kenmerk 99/CI/271
Blad 1/1
Bijlage(n) 1
Betreft Antwoord op de vragen van het lid

Van Ardenne-van der Hoeven over de benoeming

van het hoofd UNESCO

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer van 29 oktober 1999, nr. 2990001880, doe ik U, als bijlage dezes, en mede namens mijn ambtgenoot van Buitenlandse Zaken, het antwoord toekomen op de door het lid Van Ardenne-van der Hoeven, overeenkomstig artikel
134 van het Reglement van de Tweede Kamer, bij U ingediende vragen over de benoeming van het hoofd van UNESCO.

De minister voor ontwikkelingssamenwerking,

Eveline Herfkens

Antwoord van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking op de vragen van het lid Van Ardenne-van der Hoeven (CDA) over de benoeming van het hoofd UNESCO

Vraag 1:

Hoe beoordeelt u de benoeming van de heer Kolchiro Matsuura, die weinig ervaring heeft op de gebieden waarop de UNESCO actief is, tot algemeen directeur van deze organisatie?

Vraag 3:

Hoe groot acht u de kans dat de heer Matsuura in staat zal zijn ingrijpende hervormingen aan te brengen in de organisatie en een einde te maken aan het nepotisme?

Antwoord:

De heer Matsuura is verkozen tot Directeur-Generaal van UNESCO en staat nu voor de zware opgave de organisatie te stroomlijnen en de effectiviteit te vergroten. Gezien zijn achtergrond heb ik geen reden aan te nemen dat hij geen kundig en doeltreffend manager is. Nederland kijkt uit naar een constructieve samenwerking met de heer Matsuura.

Vraag 2:

Wat is er waar van berichten dat Japan deze benoeming gekocht zou hebben door te dreigen met intrekking van de bijdrage van Japan aan UNESCO?

Antwoord:

Evenals voor andere kandidaten voor de post van Directeur-Generaal UNESCO is voor de heer Matsuura campagne gevoerd. In het geval van de heer Matsuura heeft de regering van Japan zich daarbij niet onbetuigd gelaten.

Vraag 4:

Zo niet, acht u het dan raadzaam op korte termijn te besluiten tot het intrekken van de vrijwillige bijdrage aan UNESCO?

Antwoord:

Het doorvoeren van hervormingen zoals door Nederland noodzakelijk geacht kost tijd. Ik ben niet voornemens in lopende verplichtingen in te grijpen.

Vraag 5:

Hoe beoordeelt u de kledingactie van het UNESCO Centrum Nederland? Bent u van mening dat een dergelijke kledingactie funest is voor de kledingindustrie in de ontwikkelingslanden?

Antwoord:

Het UNESCO Centrum Nederland (UCN) is een particuliere organisatie die het gedachtengoed van UNESCO in Nederland uitdraagt en daarnaast een bijdrage wil leveren aan verwezenlijking van ontwikkelingsdoelstellingen van UNESCO.

Textielinzamelingen zijn, zo blijkt uit onderzoeken, niet zonder nadelen, in het bijzonder voor de lokale textielindustrie en dus voor de werkgelegenheid in ontwikkelingslanden. Door dit te stellen beoog ik niet om specifiek de UCN-actie te bekritiseren. Wel blijf ik bij mijn principiële gerichtheid op structurele armoedebestrijding door het versterken van de lokale economie en dus het vermijden van marktverstoringen. Bij het opzetten van inzamelingsacties dient het risico van dergelijke verstoringen dan ook te worden afgewogen.

Deel: ' Antwoord Herfkens op vragen over benoeming voorzitter Unesco '




Lees ook