Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag
Directie Veiligheidsbeleid

Afdeling Nucleaire Aangelegenheden en

Non-Proliferatie

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 22 november 1999
Kenmerk DVB/NN-599/99
Blad /4
Bijlage(n) 1
Betreft Vragen van het lid Van Bommel (SP) over Amerikaanse kernbommen op Nederlands grondgebied

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer d.d. 3 november 1999, kenmerk 2990002150, waarbij gevoegd waren de door het lid Van Bommel (SP) overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U als bijlage dezes mede namens de minister van Defensie het antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Antwoorden van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de heer de Grave, Minister van Defensie, op de vragen van het lid Van Bommel (SP).

Vraag 1

Kent u de berichten "Verhofstadt kondigt opklaring aan over kernbommen Kleine Brogel" en het bericht "Verhofstadt zoekt midden tussen discretie en informatie"?

Antwoord

Ja.

Vraag 2

Is het U bekend dat de Belgische premier Guy Verhofstadt binnenkort een voorstel zal doen over de manier waarop Belgische parlementsleden geïnformeerd kunnen worden over de aanwezigheid van kernbommen op de Luchtmachtbasis Kleine Brogel en dat hij hiertoe een procedure zal opstellen die het midden houdt tussen militaire vertrouwelijkheid en het parlementaire informatierecht?

Antwoord

Het is bekend dat premier Verhofstadt overweegt een voorstel te doen over de verstrekking van gegevens over de veronderstelde aanwezigheid van kernwapens op Belgisch grondgebied met behoud vanmilitaire vertrouwelijkheid. Hij heeft tevens medegedeeld niet te willen afwijken van het officiële voorlichtingsbeleid van de NAVO inzake de aanwezigheid van kernwapens op het grondgebied van Europese bondgenoten. Dit beleid houdt in dat hierover geen mededelingen worden gedaan.

Vraag 3

Kunt U, in navolging van de Belgische premier, ook een manier zoeken om de Kamer te informeren over de aanwezigheid van Amerikaanse kernwapens op Nederlands grondgebied? Zo ja, op welke wijze gaat U dit doen? Zo neen, waarom niet.

Antwoord

Het huidige voorlichtingsbeleid inzake de aanwezigheid van kernwapens op het grondgebied van Europese bondgenoten berust, zoals gezegd, op een bondgenootschappelijke afspraak. Enige wijziging van dit beleid kan slechts tot stand komen in goed overleg tussen de betrokken bondgenoten. Dat geldt ook voor de al dan niet vertrouwelijke informatieverlening aan parlementen. In het kader van de NAVO-discussie naar aanleiding van paragraaf 32 van het communiqué van de Top van Washington komt dit beleid aan de orde. Over de uitkomsten van die discussie zal ik Uw Kamer t.z.t. uiteraard informeren.

Vraag 4

Bent U bereid de Kamer te informeren over het uiteindelijke procedurevoorstel van Verhofstadt zoals in vraag 4 beschreven?

Antwoord

Mocht premier Verhofstadt een procedurevoorstel doen dan is de regering gaarne bereid de Kamer daarover in te lichten indien de Belgische autoriteiten daarmee instemmen.

Vraag 5

Bent U bereid de informatie over Amerikaanse kernwapens in België die misschien via deze procedure bekend worden, aan de Kamer te overleggen?

Antwoord

Het ligt niet op de weg van de Nederlandse regering informatie over eventuele Amerikaanse kernwapens in België bekend te stellen aan de Kamer.

Deel: ' Antwoord kamervragen Amerikaanse kernbommen in Nederland '




Lees ook