Tweede Kamer der Staten Generaal

aanh9900.643 arbeidskansen voor gehandicapten

Gemaakt: 22-2-2000 tijd: 12:2


3

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 18 februari 2000

Onderwerp

Kamervragen van de leden Rouvoet (RPF) en Van Gent (GroenLinks)

Hierbij zend ik u mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw Verstand-Bogaert de antwoorden op de vragen van de leden Rouvoet (RPF) en Van Gent (GroenLinks) over arbeidskansen voor gehandicapten.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken

en Werkgelegenheid,

(J.F. Hoogervorst)

Antwoorden op Kamervragen van de leden Rouvoet (RPF) en Van Gent (GroenLinks) aan de Staatssecretarissen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw Verstand-Bogaert en over arbeidskansen voor gehandicapten. (nr.
2990005620)

Vraag 1

Heeft u kennis genomen van (de stellingen behorend bij) het proefschrift van de heer

A.C. Hendriks, Gelijke toegang tot de arbeid voor gehandicapten. Een grondrechtelijke en rechtsvergelijkende analyse (Deventer 2000), dat op 20 januari 2000 aan de Universiteit van Amsterdam wordt verdedigd?

Antwoord 1

Ja

Vraag 2

Wat is uw oordeel over (de onderbouwing van) de vierde stelling: «De gebrekkige afstemming tussen de Wet op de medische keuringen (WMK) en de Wet REA is nadelig voor de arbeids-kansen van gehandicapten»?

Vraag 3

Kunt u aangeven in welke mate door deze gebrekkige afstemming de arbeidskansen van gehandicapten negatief worden beïnvloed?

Vraag 5

Welke maatregelen wilt u treffen om de WMK en de Wet REA beter op elkaar af te stemmen?

Antwoorden 2, 3 en 5

Ik deel de vierde stelling in het proefschrift niet. De Wet (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA) en de Wet op de medische keuringen (WMK) hebben dezelfde doelstelling (i.c. verbetering van de arbeidsmarktpositie van de arbeidsgehandicapte), maar hanteren verschillende instrumenten vanuit verschillende invalshoeken. De Wet REA beoogt drempels voor werkgevers om mensen met een arbeidshandicap aan te nemen, te verminderen. De WMK heeft onder meer tot doel onnodige en oneigenlijke selectie op gezondheid bij de toegang tot arbeid te voorkomen. Daarom is onder meer het gebruik van aanstellingskeuringen beperkt tot die situaties waarin dit strikt noodzakelijk is. Omdat de werkgever of zijn personeelsfunctionaris niet deskundig is om de medische geschiktheid voor een functie te beoordelen is in de Arbeidsomstandighedenwet bepaald dat aanstellingskeuringen alleen uitgevoerd mogen worden door gecertificeerde arbodiensten. Hierdoor is tevens gewaarborgd dat een werkgever de, bij de aanstellingskeuringen verkregen informatie, niet voor andere doeleinden (dan het beoordelen van de medische geschiktheid voor de functie) kan gebruiken, zoals bijvoorbeeld voor risicoselectie in verband met zijn verplichting om bij ziekte het loon door te betalen. Het verbod voor de werkgever om vragen te stellen over de gezondheid of het

ziekteverzuimverleden van een sollicitant is om dezelfde reden opgenomen. Het betreft in de WMK dus een verbod van eenzijdig handelen door de werkgever. Dit verbod staat niet in de

weg dat een sollicitant/keurling uit zichzelf informatie verstrekt over zijn gezondheidstoestand of een medisch onderzoek in het kader van de Wet REA ondergaat. Naar mijn mening kan dan ook niet worden gesproken van een gebrekkige afstemming.

Vooralsnog zie ik derhalve geen aanleiding om de WMK of de Wet REA aan te passen.

Er zijn mij geen problemen uit de praktijk bekend met betrekking tot het al dan niet op elkaar afgestemd zijn van voornoemde wetten. Ook bij het Meldpunt WMK dat per 1 januari 1999 bij het Breed Platform voor Verzekerden en Werk functioneert, zijn geen klachten op dit punt binnengekomen. Wel zal de onderzoekers, die dit jaar de WMK zullen evalueren, worden gevraagd bijzondere aandacht aan dit punt te besteden. Als zou blijken dat er zich daad-werkelijk problemen in de praktijk voordoen, dan zal aan de hand daarvan worden bezien of en welke maatregelen noodzakelijk zijn om deze problemen op te lossen.

Vraag 4

Op welke wijze kan de geconstateerde spanning tussen beide wetten worden opgeheven?

Hoe denkt u over de suggestie van de heer Hendriks om vragen over de gezondheidstoestand van de sollicitant en het verrichten van medisch onderzoek niet onder de werkingssfeer van de WMK te laten vallen, voorzover zulks gebeurt met het oog op het aanpassen van het werk en/of het doen van een beroep op de Wet REA?

Antwoord 4

In aanvulling op mijn antwoord bij de bovenstaande vragen, merk ik op dat een eventuele uitzondering van dit verbod voor vragen en medisch onderzoek in het kader van de Wet REA afbreuk zou doen aan de doelstellingen van de WMK en bovendien niet nodig is.

De WMK staat immers wel toe dat een sollicitant uit zichzelf informatie verstrekt over zijn gezondheidstoestand met het oog op het aanpassen van het werk.

Vraag 6

Hoe beoordeelt u de opvatting van de promovendus dat het vigerende recht onvoldoende waarborgen bevat voor de gelijke arbeidskansen van sollicitanten met een handicap?

Antwoord 6

Het vigerende recht biedt wel degelijk bescherming tegen discriminatie van sollicitanten met een handicap. Zo bieden artikel 1 Grondwet en artikel 26 IVBPR bescherming tegen discriminatie in het algemeen. Hieronder valt ook discriminatie op grond van handicap. Wat een meer specifieke bescherming tegen discriminatie van sollicitanten met een handicap betreft, wijs ik u op de brief van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 26 oktober 1999, waarin u bent geïnformeerd over het besluit van het kabinet om de Proeve van wet houdende een verbod tot het maken van ongerechtvaardigd onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte om te zetten in een wetsvoorstel. Hierbij is aangegeven dat de Proeve voor het terrein van de werving en selectie nog eens zorgvuldig moet worden bezien in het licht van recente ontwikkelingen en ervaringen. In dit kader wordt ook nog eens nadrukkelijk aandacht besteed aan de relatie met de Wet REA. Als dit onderzoek is afgerond, wordt de Tweede Kamer nader geïnformeerd.

Vraag 7

Wat vindt u van de suggestie om over te gaan tot een aanpassingsplicht, als uitwerking van de thans in de Wet REA neergelegde werkgeversverplichting om de gelijke kansen van zowel in dienstbetrekking staande gehandicapten als gehandicapte sollicitanten te bevorderen?

Antwoord 7

Bij de vormgeving van het instrumentarium van de Wet REA is bewust gekozen voor positieve stimulansen gericht op de verbetering van de arbeidsmarktpositie van arbeidsgehandicapten. Om die reden is in het verlengde van de in artikel 4 van de Wet REA opgenomen inspanningsverplichting voor de werkgever een (her)plaatsingsbudget geïntroduceerd teneinde de werkgever in staat te stellen de nodige voorzieningen te treffen gericht op behoud, herstel en bevordering van de arbeidsgeschiktheid van werknemers.

De effecten van de Wet REA zijn op dit moment nog niet te beoordelen.

Ik acht het daarom gewenst om de in de loop van dit jaar beschikbaar komende evaluatie van het REA-instrumentarium af te wachten alvorens aanpassingen daarin te overwegen.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Antwoord kamervragen arbeidskansen voor gehandicapten '




Lees ook