Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4


2513 AA 's-Gravenhage
Directie Veiligheidsbeleid

Nucleaire Aangelegenheden en Non-Proliferatie

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 29 januari 1999
Kenmerk DVB/NN-579/98
Blad /1
Bijlage(n) 1
Betreft Vragen van de leden Wilders en Weisglas

over ballistische raketten in het Midden-Oosten

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier uwer Kamer, d.d. 16 december 1998, kernmerk 2989904470, waarbij gevoegd waren de door de leden Wilders en Weisglas overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij u ingediende vragen, heb ik de eer u, mede namens de Minister van Defensie, als bijlage dezes ons antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

_________________________________________________________________

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, en de heer De Grave, Minister van Defensie, op vragen van de leden Wilders en Weisglas.


1. Hebt U kennisgenomen van het bericht "Gevaar van raketten voor Europa dreigt?"

Ja.


2. Is het waar dat Europa binnen vijf jaar binnen het bereik van ballistische raketten van landen uit het Midden-Oosten komt, welke geladen kunnen zijn met biologische, chemische en zelfs nucleaire wapens? Wat is Uw mening hierover?

Er dient inderdaad terdege rekening mee te worden gehouden dat steeds grotere delen van Europa binnen het bereik komen van ballistische raketten uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Dit beeld is reeds geschetst in de regeringsnotitie 'De proliferatie van nucleaire, biologische en chemische wapens en de Nederlandse krijgsmacht' (Kamerstuk 26 051 X, nr. 1), die de Tweede Kamer op 20 mei 1998 heeft ontvangen. In deze notitie is uiteengezet dat de lidstaten van de NAVO streven naar aanpassingen van hun strijdkrachten om aan deze ontwikkelingen het hoofd te bieden. In dat kader heeft de Tweede Kamer eind 1997 ingestemd met de behoeftestelling die moet resulteren in de verbetering van de anti-raketcapaciteit van het Patriot-systeem (Pac3). Het verbeterde Patriot-systeem zal in staat zijn ballistische raketten te bestrijden in de laatste fasevan hun vlucht. Bezien wordt of, en zo ja hoe, ook het voorziene luchtverdedigingssysteem van de luchtverdedigings- en commando (LCF-)fregatten hiertoe kan worden aangepast.


3. In hoeverre is u bekend dat landen als Iran en Noord-Korea veel verder zijn met het ontwikkelen van lange afstandsraketten dan verwacht en men de verworven kennis tevens wil delen met landen als Irak, Syrië, Libië en Pakistan? Wat is Uw mening hierover?

De ontwikkelingen op dit gebied gaan inderdaad snel. Behalve Iran en Noord-Korea streven ook Pakistan en India er nadrukkelijk naar hun capaciteiten op dit gebied te vergroten en te verbeteren. Gezien de politieke verhoudingen in de regio lijkt de kans thans niet groot dat Iran zijn kennis zal willen delen met landen als Irak, Libië en Syrië. De inspanningen van India en Pakistan moeten vooral worden gezien tegen de achtergrond van hun onderlinge gespannen verhouding. Dit ligt anders voor Noord-Korea, dat de verkoop van raketsystemen als een belangrijke inkomstenbron beschouwt. De internationale gemeenschap blijft daarom druk uitoefenen op de Noord-Koreaanse regering om zich wat dit betreft terughoudend op te stellen.


4. Deelt U de mening dat met alle kracht moet worden voorkomen dat landen als Iran, Irak, Syrië en Libië gestaag lange afstandsraketten ontwikkelen en dat een en ander de geopolitieke en regionale stabiliteit en veiligheid verder bedreigt?

Ja.


5. Welke stappen bent u bilateraal en in Europees/NAVO-verband bereid te ondernemen om te voorkomen dat genoemde landen ballistische raketten (verder) kunnenontwikkelen met alle gevaren van dien?

Er bestaat geen internationaal verdrag dat de ontwikkeling van raketten verbiedt. Wel hebben 32 van de belangrijkste productielanden van goederen en technologieën die relevant zijn voor de ontwikkeling van raketten afgesproken dat zij deze alleen onder zeer stringente voorwaarden zullen exporteren naar proliferatiegevoelige regio's en landen. Nederland is lid van dit zogenaamde Missile Technology Control Regime. Vanaf oktober 1999 zal ons land het voorzitterschap daarvan gedurende een jaar bekleden. Gepoogd zal worden deze gelegenheid aan te grijpen om een verdere aanscherping van het regime te bevorderen. In dit kader zullen ook de pogingen met kracht worden voortgezet om landen als Noord-Korea, die geen lid zijn van het MTCR, te doordringen van de gevaren van een verdere proliferatie van rakettechnologie en hen ertoe te bewegen geen gevoelige technologieën (meer) te exporteren. In de GBVB-raadswerkgroep die zich buigt over non-proliferatieaangelegenheden (CONOP) wordt besproken op welke wijze de EU zich het best kan inspannen om deze proliferatie zoveel mogelijk te beperken. De NAVO-partners bereiden thans een omvattend initiatief inzake massavernietigingswapens voor dat op de aanstaande NAVO-top in Washington formeel zou moeten worden gelanceerd. Het gaat hierbij met name om een betere uitwisseling van inlichtingen van bondgenoten om de verspreiding van massavernietigingswapens tegen te gaan, de versterking van de verdediging tegen massavernietigingswapens en de ontwikkeling van capaciteiten om samen met civiele auroriteiten de bevolking te beschermen in het geval van een aanval met dergelijke wapens.

Multilaterale (wapenbeheersings-) overeenkomsten en controleregimes vormen samen tot dusver geen sluitend beheersmechanisme. Het is dan ook nietrealistisch te veronderstellen dat de (verdere) ontwikkeling van ballistische raketten zou kunnen worden voorkomen. Aanvullende inspanningen, in het bijzonder op het gebied van de actieve en passieve verdediging, zijn daarom onontbeerlijk.


6. Bent u bereid, gelet op de mogelijke concrete bedreiging voor Europa, het initiatief te nemen en een en ander in internationaal verband aan de orde te stellen en de Kamer hierover nader te informeren?

Zoals uit de antwoorden op voorgaande vragen blijkt, is er reeds internationaal overleg gaande over de proliferatie van NBC-wapens en hun overbrengingsmiddelen. Nederland speelt hierin een actieve rol. Mede naar aanleiding van de eerder genoemde regeringsnotitie, is het afgelopen jaar herhaaldelijk met de Tweede Kamer van gedachten gewisseld over deze problematiek, zowel schriftelijk als mondeling. De regering hecht eraan deze dialoog voort te zetten en zal de Tweede Kamer blijven informeren. Het onderwerp is voorts nadrukkelijk aan de orde gekomen in de Hoofdlijnennotitie. Ook in de Defensienota zal aandacht aan deze kwestie worden besteed.

Deel: ' Antwoord kamervragen ballistische raketten Midden-Oosten '




Lees ook