expostbus51


MINISTERIE FIN

https://www.minfin.nl

MIN FIN: BTW-HEFFING OP BASIS VAN DE LEEMTEWET

PERSBERICHTNR. 99/130 Den Haag 10 juni 1999

ANTWOORDEN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN OP VRAGEN VAN HET LID

VAN DE TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL REMAK OVER BTW-HEFFING IN HET

KADER VAN DE NAZORG OP BASIS VAN DE LEEMTEWET

VRAGEN:


1.

Bent u op de hoogte van de problemen die provincies ondervinden inzake de BTW-heffing in het kader van de nazorg op basis van de Leemtewet?


2.

Dragen de provincies op basis van de Leemtewet twee keer BTW af met betrekking tot het storten van bedrijfsafval?


3.

Zo ja, acht u dat ongewenst? Kunt u aangeven hoe aan deze situatie een einde kan worden gemaakt?

ANTWOORDEN:

1, 2 en 3

Op grond van de Leemtewet bodembescherming zijn de provincies belast met de nazorg van de stortplaatsen die op of na 1 september 1996 zijn of worden gesloten. In dit verband worden door de provincies fondsen opgericht waarin elke stortplaats-exploitant via een aan hem opgelegde provinciale heffing de gelden voor de nazorg van zijn stortplaats inbrengt. De provincies handelen bij de nazorg als overheid en kunnen de terzake in rekening gebrachte BTW niet aftrekken. De stortplaats-exploitanten berekenen die provinciale heffing - inclusief de bij de provincie niet aftrekbare BTW - door in hun storttarieven. In bepaalde gevallen, onder meer afhankelijk van het soort afval, dienen de stortplaats-exploitanten over de storttarieven BTW te berekenen. Door de provincies, maar ook door anderen, is er op gewezen dat in die gevallen sprake kan zijn van dubbele heffing. Het betreft hier overigens niet een dubbele heffing bij de provincies zelf; zij berekenen over de provinciale heffing geen BTW. Goed beschouwd hebben de ten aanzien van de Leemtewet bodembescherming gerezen vragen vooral betrekking op het feit dat de nazorg in de overheidssfeer is gebracht, waardoor de stortplaats-exploitanten de daaraan verbonden BTW niet in aftrek kunnen brengen.

Van verschillende zijden is er op aangedrongen de BTW-gevolgen van het in de overheidssfeer brengen van de nazorg, te bezien. Op mijn uitnodiging heeft op 15 april en 25 mei 1999 overleg plaatsgevonden met vertegenwoordigers van de provincies, de stortplaats-exploitanten en het IPO. Door hen is verzocht of, en zo ja in hoeverre, er aftrek kan worden verleend voor de aan de nazorg verbonden BTW. Deze aftrek zou dan moeten aansluiten bij de aftrek die is genoten tijdens de exploitatie van de stortplaats. Zodra het overleg hierover is afgerond, zal ik u over de uitkomst informeren.

Woordvoerder: C. van den Berg
tel.: 070 - 342 8231

10 jun 99 12:07

Deel: ' Antwoord kamervragen BTW-heffing op basis van Leemtewet '




Lees ook