Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

's-Gravenhage

Directie Noord-Afrika en Midden-Oosten

Afdeling Midden-Oosten

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 16 juli 1999
Kenmerk DAM/MO-343/99
Blad /5
Bijlage(n) 1
Betreft Antwoord op vragen van de leden Van Ardenne-van der Hoeven en Karimi over een conferentie betreffende schendingen van de Conventies van Genève door Israël
C.c.

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar het schrijven d.d. 6 juli 1999 kenmerk no. 2989915570, van de Griffier uwer Kamer, waarbij mij toegingen de door de leden uwer Kamer Van Ardenne-van der Hoeven en Karimi overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde bij u ingediende vragen, heb ik de eer u als bijlage dezes mijn antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Antwoord van de heer Van Aartsen,

Minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van de leden Van Ardenne-van der Hoeven en Karimi.

Vraag 1

Bent u op de hoogte van de aanbeveling van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties aan de staten die partij zijn bij de Vierde Conventie van Genève om een conferentie te beleggen inzake de naleving van de Conventie in de door Israël bezette gebieden waaronder Oost-Jeruzalem? Wanneer zal deze conferentie gehouden worden?

Antwoord

Ja. In de betrokken AVVN-Resolutie Res. ES-10/6 van 24 februari 1998 is 15 juli 1999 genoemd als datum voor deze Conferentie.

Vraag 2

Overweegt Israël aan deze conferentie niet deel te nemen? Wat is hiervan de beweegreden?

Antwoord

De bijeenkomst van Hoge Verdragssluitende partijen bij de Vierde Geneefse Conventie heeft inmiddels op 15 juli jl. plaatsgehad. Israël heeft hier niet aan deelgenomen. Als argumenten werden respectievelijkaangevoerd dat de Conventie geen grondslag biedt voor een dergelijke bijeenkomst; voorts dat een debat over de Conventie niet diende te worden gepolitiseerd, alsmede dat een bijeenkomst een negatief effect zou hebben op het vredesproces.

Vraag 3

Is het u bekend dat onder verantwoordelijkheid van de Israëlische overheid schendingen van, en ernstige inbreuken op de Conventie plaatsvinden - zoals buitengerechtelijke executies, martelingen, administratieve detenties, het als strafmaatregel vernielen van huizen en afsluiten van gebieden onder Palestijns gezag
- die onder artikel 33, 146 en 147 van de Vierde Conventie van Genève vallen?

Antwoord

Dat sprake is van inbreuken op de Conventie in kwestie is ook mij bekend. In dit verband kan ik ondermeer verwijzen naar de notitie die ik vorig jaar de Kamer deed toekomen inzake de naleving van mensenrechten in de Palestijnse Gebieden (23 432, nr. 18) en het desbetreffende overleg met de Vaste Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken.

Voorts kan ik melding maken van een rapport van de Speciale Rapporteur van de VN-Mensenrechtencommissie voor de Bezette Gebieden (Halinen-rapport, doc. E/CN.4/1999/24 van 20 januari 1999) waarin eveneens is ingegaan op inbreuken op de Conventie onder verantwoordelijkheid van de Israëlische overheid. Dat ook sprake zou zijn van buitengerechtelijke executies is evenwel niet gebleken.

Vraag 4

Denkt u dat deze conferentie een bijdrage aan het vredesproces in het Midden-Oosten kan zijn en dat daarvoor de aanwezigheid van zowel Israëlische als Palestijnse vertegenwoordigers noodzakelijk is?

Vraag 5

Zal Nederland deze conferentie bijwonen? Zo ja, wat zal de Nederlandse inzet zijn?

Antwoord 4 +5

In het licht van de verbeterde atmosfeer in het Midden Oosten na het aantreden van de nieuwe Israëlische regering hebben de Hoge Verdragssluitende Partijen bij de Vierde Geneefse Conventie

(waaronder Nederland en de overige lidstaten van de Europese Unie) op 15 juli jl. besloten de conferentie uit te stellen met dien verstande dat menopnieuw bijeen zal komen afhankelijk van de ontwikkelingen in de humanitaire situatie in het gebied. De tekst van een desbetreffende verklaring gaat volledigheidshalve hierbij. Naar het oordeel van de Regering doet zulks uiteraard geenszins af aan het belang van strikte naleving van de bepalingen van de Conventie in kwestie.

Deel: ' Antwoord kamervragen conferentie bezette gebieden Israel '




Lees ook