expostbus51


MINISTERIE FIN

https://www.minfin.nl

MIN FIN: DIVIDENDUITKERING DOOR UNILEVER

PERSBERICHTNR. 99-080 Den Haag 14 april 1999

ANTWOORDEN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN OP VRAGEN VAN HET LID

VAN DE TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL VERDRIK OVER DIVIDENDUITKERING

DOOR UNILEVER

VRAGEN:


1.

Kende u op het moment van de beantwoording van de mondelinge vragen van het lid Harrewijn van 2 maart jl. de jaarrekening 1997 van Unilever N.V. waarin wordt vermeld: .Voor de toepassing van artikel 44 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 moet ten aanzien van het op de balans voorkomende agio worden aangenomen dat dit agio niet of voor slechts een gering gedeelte voor het uitgeven van belastingvrije bonusaandelen kan worden aangewend.?

2.

Was het u bekend dat ook het door Unilever terzake van het dividend gepubliceerde persbericht niet rept van boeking ten laste van agio? Kan hieruit geconcludeerd worden dat de beantwoording, te weten dat Unilever een keuzedividend beschikbaar stelt enerzijds in contanten, anderzijds in de vorm van een preferent aandeel ten laste van het fiscaal erkende agio, niet juist is?

3.

Op welke grond meent u dat het keuzedividend in overeenstemming met jurisprudentie en wetgeving vrij is van inkomstenbelasting en op welke grond is dit aan Unilver N.V. bevestigd? Waar in de Wet op de inkomstenbelasting is geregeld dat dividenden die pas vijf jaar na declaratie betaalbaar worden gesteld en over de rekenwaarde waarvan tussentijds 2 % per jaar wordt vergoed, geheel vrij van belasting kunnen worden genoten?

4.

Is er enige reden waarom de aan Unilever N.V. ter zake van het .bijzondere. dividend toegekende faciliteit niet ook zou kunnen worden ingeroepen voor gewone dividenden door andere - al dan niet ter beurze genoteerde - ondernemingen, die de betaling daarvan om fiscale redenen willen uitstellen?
Bevordert u door uw goedkeuring niet juist het vooruitlopen op het nieuwe belastingstelsel, een vooruitlopen dat u bij de parlementaire behandeling van het Belastingplan 1999 juist krachtig wenste te voorkomen?

ANTWOORDEN:


1 en 2.
Bij de beantwoording van de op 2 maart jl. gestelde vragen heb ik mij gebaseerd op de door de Belastingdienst verstrekte gegevens. De jaarrekening 1997 van Unilever is uiteraard bij de Belastingdienst bekend. Vastgesteld is dat bij het op de balans voorkomende agio voor een deel sprake is van een fiscaal erkend agio en voor een deel niet. Van de zijde van Unilever is bekendgemaakt dat de uitreiking van de preferente aandelen voor de aandeelhouders onbelast zal zijn. Deze uitkering zal ten laste van het fiscaal erkende agio worden gebracht. In dat geval blijft inhouding van dividendbelasting en heffing van inkomstenbelasting bij de (particuliere) aandeelhouders achterwege. In geval de uitreiking van de preferente aandelen ten laste van het op de voet van artikel 44 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 fiscaal 'besmette' agio plaatsvindt, is in beginsel in zoverre sprake van een dividenduitkering. De grootte van het te belasten dividend is ingevolge artikel 29, eerste lid, van de Wet op de inkomstenbelasting
1964 bepaald op het nominale bedrag van het uit te reiken preferente aandeel.
Tussen de bevoegde inspecteur en Unilever is vastgesteld dat indien als gevolg van de keuze van de aandeelhouders mocht blijken dat het fiscaal erkende agio onvoldoende groot is, Unilever de verschuldigde dividend- en inkomstenbelasting in gebruteerde vorm voor eigen rekening zal nemen. Een zodanige regeling blijft binnen het kader van wet en jurisprudentie; de formeel en materieel hier te lande verschuldigde belasting wordt volledig voldaan.

3.

De raad van bestuur van een beursgenoteerde onderneming is bevoegd tot het aanbieden van een keuzedividend. Voor de belastingheffing wordt vervolgens aangesloten bij de individuele keuze van de aandeelhouder. De concrete belastingheffing die afhankelijk is van de keuze terzake stoelt op wet en jurisprudentie.
Unilever heeft wel de vrijheid om na ommekomst van minimaal een periode van vijf jaar over te gaan tot inkoop van de preferente aandelen dan wel tot een conversie in gewone aandelen. Gedurende die tijd wordt op het preferente aandeel belastbaar dividend vergoed. Er is geen sprake van een dividend dat nu wordt gedeclareerd en pas over vijf jaar betaalbaar wordt gesteld. Van een 'tussentijdse rentebetaling tot betaalbaarstelling van het dividend' is anders, dan de vragensteller meent, geen sprake.

4.

Anders dan de vragensteller veronderstelt is geen sprake geweest van een faciliteit die aan
Unilever in afwijking van het wettelijk regime is toegekend. Van een vooruitlopen op de parlementaire behandeling op de invoering van het belastingstelsel voor de 21e eeuw is derhalve evenmin sprake.

Woordvoerder: Mr. H.J. Lutke Schipholt
Telefoonnummer: 070 - 342 8231


14 apr 99 11:39

Deel: ' Antwoord kamervragen dividenduitkering door Unilever '




Lees ook