Ministerie van Defensie


Brieven van de minister/staatssecretaris van Defensie aan de Eerste/Tweede Kamer der Staten-Generaal

Kamervragen en Antwoorden

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Uw brief 2989904950 ,23-12-1998; Ons nummer D99000235 ; Datum25 januari 1999

Onderwerp : Vragen van de Tweede-Kamerleden Hillen en Verhagen over mogelijk dreigende overbelasting Marechaussee

Onder verwijzing naar de bovengenoemde brief bied ik u hierbij aan, mede namens de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie, de antwoorden op de schriftelijke vragen van de Tweede-Kamerleden der Staten-Generaal, de heren Hillen en Verhagen.

DE MINISTER VAN DEFENSIE

mr. F.H.G. de Grave

Bijlage bij de brief van de Minister van Defensie d.d. 25 januari 1999, nr. D99000235

Antwoorden op de vragen van de Tweede-Kamerleden Hillen en Verhagen (CDA)(2989904950)

vraag 1: Heeft u kennisgenomen van de zorgen van de voorzitter van de Marechausseevereniging over overbelasting van het personeel als gevolg van mogelijke inzet bij het EK-voetbal?

Antwoord: Ja.

vraag 2: Is inmiddels duidelijk of de Marechaussee ingezet zal worden tijdens het EK? Zo ja, bent u bereid zo spoedig mogelijk duidelijkheid te geven? Zo neen, op welke termijn wordt een beslissing hieromtrent verwacht?

Antwoord: De toenmalige minister van Binnenlandse Zaken heeft de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal per brief van 20 juni 1997 (EA97/U1916) geïnformeerd over de op te zetten nationale en lokale veiligheidsorganisatie EK 2000. Onlangs heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uw Kamer geïnformeerd bij brief van 18 december 1998 (TK 1998-1999, 26 227, nr. 4). In eerstgenoemde brief wordt gesteld dat de landelijke overheid er voor instaat dat de betrokken politieregio's (Amsterdam Amstelland, Arnhem, Brabant Zuid Oost en Rotterdam Rijnmond) de noodzakelijke bijstand zullen ontvangen van andere politiekorpsen. Slechts in bijzondere gevallen kan volgens de Politiewet 1998 bijstand worden verleend door de Koninklijke marechaussee. Indien noodzakelijk, zal van deze wettelijke mogelijkheid gebruik gemaakt worden. Momenteel vindt in opdracht van de Nationale Projectgroep EK 2000 een inventarisatie plaats van het aanwezige en in het kader van het EK 2000 benodigde bijstandspotentieel. Een vertegenwoordiger van de Koninklijke marechaussee is hierbij betrokken. Op basis van deze inventarisatie zal een raming worden gemaakt van de benodigde politie-inzet, inclusief de noodzaak voor eventuele bijstand. Dit betreft -naast de reguliere inzet- de inzet rond de wedstrijden in de speelsteden en overige steden, de verwachte inzet tussen de wedstrijden (in verband met het verblijf van supporters), en de inzet voor andere in de EK-periode te organiseren evenementen. Naar verwachting zal de inventarisatie en raming in maart/april 1999 zijn afgerond, waarna uw Kamer over de uitkomsten zal worden geïnformeerd door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Vraag 3: Deelt u de visie dat, indien besloten wordt tot inzet van de Marechaussee, dit niet ten koste mag gaan van de reguliere inzet en taken van de Marechaussee?

Vraag 4: Op welke wijze zal overbelasting van het personeel worden voorkomen, indien tot inzet wordt besloten? Bent u bereid om op korte termijn hierover in overleg te treden met de bonden?

3 en 4. De mogelijkheid van bijstand door de Koninklijke marechaussee laat onverlet dat de Koninklijke marechaussee in staat dient te zijn haar reguliere taken uit te oefenen. In voorkomend geval zal over de eventuele gevolgen van deze inzet voor het personeel overleg worden gevoerd met de vertegenwoordigers van het personeel.

Deel: ' Antwoord kamervragen dreigende overbelasting Marechaussee '




Lees ook