expostbus51


MINISTERIE FIN

https://www.minfin.nl

MINFIN:DE HEFFING VAN ECOTAX OVER ENERGIEVERBRUIK

PERSBERICHTNR. 99/145 Den Haag 29 juni 1999

ANTWOORDEN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN EN DE MINISTER VAN

ECONOMISCHE ZAKEN OP VRAGEN VAN HET LID VAN DE TWEEDE KAMER DER

STATEN-GENERAAL POPPE OVER DE HEFFING VAN ECOTAX OVER ENERGIEVERBRUIK

ONDER DE BELASTINGVRIJE VOET

VRAGEN:


1.

Herinnert u zich de antwoorden op mijn eerdere vragen over de wijze waarop het bedrijf EDON de Ecotax voor kleinverbruikers berekent?


2.

Hoe is het mogelijk - gezien uw antwoord op vraag 4 - dat EDON anno 1999 nog steeds aan kleinverbruikers met een verbruik duidelijk onder de belastingvrije voet Ecotax in rekening brengt , terwijl uw eerdere verklaring (namelijk: het gaat om klanten die vorig seizoen een veel hoger verbruik hadden) in dit geval ook niet opgaat?


3.

Bent u bereid om aan deze handelwijze van EDON, en eventuele vergelijkbare praktijken bij andere distributiebedrijven, onverwijld een einde te maken en ervoor te zorgen dat alle klanten - ook degenen die dit zelf niet ontdekt hebben - hun teveel betaalde Ecotax terugkrijgen?


4.

Wordt er door de Minister van Economische Zaken toezicht uitgeoefend op de correcte facturering door de energiedistributiebedrijven? Zo neen, is de minister bereid om naar aanleiding van het bijgevoegde voorbeeld, maar ook naar aanleiding van signalen elders uit het land de facturering van de energiebedrijven aan een kritisch onderzoek te onderwerpen?

ANTWOORDEN:


1.

Ja


2. en 3.
Naar aanleiding van de door u eerder gestelde vragen met betrekking tot het berekenen van de regulerende energiebelasting over het energieverbruik beneden de belastingvrije voet, heeft er overleg plaatsgevonden met EnergieNed om te bewerkstelligen dat indien het jaarverbruik van een huishouden blijft beneden de belastingvrije voet van 800 m3 aardgas en 800 kWh, er geen energiebelasting behoeft te worden betaald. Afhankelijk van de wijze van toerekenen van het energieverbruik aan een bepaalde periode, kan het in bepaalde gevallen voorkomen dat ook al is een verbruiker met zijn totale verbruik beneden de belastingvrije voet van 800 m3 aardgas gebleven, toch op de voorschotnota.s REB in rekening is gebracht. Dit hangt samen met het feit dat de belastingvrije voet volgens de Wet belastingen op milieugrondslag tijdsevenredig over de maanden verdeeld moet worden, terwijl de energiebedrijven het gasverbruik via de zogenaamde graaddagenmethode toedelen. Met deze laatste methode wordt bereikt dat de toedeling geschiedt overeenkomstig het werkelijke verbruik, omdat dan rekening wordt gehouden met de temperatuur die heerst op een bepaalde dag. Voor elektriciteit doet het probleem zich niet voor, omdat het verbruik van elektriciteit veel gelijkmatiger is verdeeld over het jaar. Aangezien er geen energiebelasting behoeft te worden betaald, indien een jaarverbruik van een huishouden blijft beneden de belastingvrije voet van 800 m3 aardgas, is met de energiebedrijven afgesproken dat zij bij de eindafrekening nagaan of een verbruiker met zijn gasverbruik beneden de belastingvrije voet is gebleven. Indien dat het geval is, mag op de eindafrekening geen energiebelasting in rekening worden gebracht. Eventueel via voorschotten al in rekening gebrachte energiebelasting wordt verrekend.
Edon heeft steeds overeenkomstig de gemaakte afspraken gehandeld. In het najaar van 1998 heeft Edon op aanwijzingen van de belastingdienst de berekeningswijze van de energiebelasting aangepast aan de systematiek die in de Wbm is opgenomen met betrekking tot de tijdsevenredige toedeling van de belastingvrije voet. Hierbij werd echter in eerste instantie geen rekening gehouden met het principe dat de belastingvrije voet te allen tijde 800 m3 aardgas dient te zijn per verbruiksperiode van 12 maanden. Dit had als onbedoeld gevolg dat in enkele gevallen onterecht energiebelasting in rekening is gebracht. Edon zal bij haar afnemers nagaan of deze situatie zich heeft voortgedaan. In de gevallen dat geconstateerd is dat ten onrechte energiebelasting werd berekend, is inmiddels al tot restitutie van de teveel betaalde energiebelasting overgegaan.


4.

Er zijn drie mogelijkheden waarop de consument kan klagen of zijn recht halen als hij het niet eens is met de behandeling door het energiedistributiebedrijf (EDB):
a. Krachtens de Wet Energiedistributie (WED) zijn verbruikersraden ingesteld (artikel 4). Een verbruikersraad kan gevraagd en ongevraagd advies geven aan het EDB. Het EDB heeft de plicht dit advies bij de vaststelling van het beleid te betrekken en de raad te informeren over de wijze waarop dit heeft plaatsgevonden.
b. De energiedistributiesector kent, net als vele andere sectoren, een geschillencommissie. Deze commissies worden gesteund en gesubsidieerd door Justitie. Het zijn laagdrempelige, consumentvriendelijke en objectieve commissies die een bindend advies uit kunnen brengen. Ze worden vermeld in de algemene voorwaarden van het EDB. c. Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, afdeling 3, artikelen 2.31 en volgende reguleren het gebruik van algemene voorwaarden in de relatie tussen een professionele aanbieder en een particuliere klant. Deze artikelen beschermen de consument tegen het gebruik van onredelijke voorwaarden door de aanbieder.
Gelet op het vorenstaande lijkt het ons overbodig om als overheid toezicht te houden op de correcte facturering door de EDB.s.

Woordvoerder: mr. H.J. Lutke Schipholt
tel.nr.: 070 - 342 8231

29 jun 99 14:21

Deel: ' Antwoord kamervragen heffing Ecotax over energieverbruik '




Lees ook