Ministerie van Buitenlandse Zaken

Antwoord van de heer De Hoop Scheffer, Minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van het lid Herben (LPF) over luchtverkenning boven Irak.

Vraag 1

Is de Nederlandse regering bereid contact op te nemen met Frankrijk, Duitsland en Rusland teneinde te komen tot de oprichting op zeer korte termijn van een eenheid verkenningsvliegtuigen opererend onder de vlag van de Verenigde Naties?

Vraag 2

Is de Nederlandse regering bereid zich in te zetten voor een resolutie van de VN-Veiligheidsraad, waarin een vliegverbod wordt opgelegd aan de Irakese luchtmacht, strikte grenscontroles worden ingesteld en een eenheid verkenningsvliegtuigen onder VN-vlag wordt geformeerd teneinde de uitvoering van de werkzaamheden van UNMOVIC te vergemakkelijken en te versnellen?

Antwoord

De essentie van het inspectieprobleem is niet zo zeer het gebrek aan mensen of middelen maar het gebrek aan Irakese medewerking. Irak moet de wereld duidelijk maken dat het kiest voor ontwapening.

Wil de voorgestelde aanpak enige kans van slagen hebben, dan dient Irak optimaal mee te werken. De ervaringen sinds 1991 hebben echter geleerd dat de kans hierop bijzonder gering is. Zelfs nu, onder grote militaire druk, blijkt Irak slechts ten dele mee te werken.

Indien Irak optimaal aan het inspectieregime zou meewerken dan zou er geen behoefte zijn aan extra inspectiemiddelen.

Niettemin zou de voorgestelde aanpak wellicht een bruikbare bouwsteen kunnen zijn voor de thans in New York ondernomen pogingen tot een compromis te komen ten aanzien van een eventuele nieuwe Veiligheidsraadresolutie. De Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging te New York zal gevraagd worden terzake te sonderen.

===

Deel: ' Antwoord Kamervragen Herben over luchtverkenning boven Irak '




Lees ook