Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter

van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

's-Gravenhage

Directie Veiligheidsbeleid

Nucleaire Aangelegenheden en Non-Proliferatie

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 9 april 1999
Kenmerk DVB/NN-189/99
Blad /2
Bijlage(n) *
Betreft Vragen leden Wilders en Weisglas inzake Irak C.c. *

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer, d.d. 1 april 1999, kenmerk 2989910600, waarbij gevoegd waren de door de leden Wilders en Weisglas, overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U als bijlage dezes mijn antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van de leden Wilders en Weisglas over de levering van strategisch materiaal voor de bouw van nucleaire wapens aan Irak door de Russische Federatie (ingezonden 31/03/99).

Vraag 1

Is het waar dat de Russische premier Primakov 800.000 Amerikaanse dollar van Irak heeft ontvangen voor de levering van strategisch materieel voor de bouw van nucleaire wapens?

Antwoord

De Nederlandse regering beschikt niet over gegevens die deze bewering bevestigen.

Vraag 2

Wordt dit bevestigd door bronnen in zowel de Amerikaanse als Britse veiligheidsdienst?

Antwoord

Ook aan Amerikaanse en Britse zijde bestaan geen aanwijzingen die dit verhaal bevestigen.

Vraag 3

Indien u bovenstaande vragen bevestigend beantwoord, zou u deze situatie dan als ontoelaatbaar kwalificeren? Bent u bereid hiertegen zowel in bi- als in multilateraal verband op te treden in de richting van de Russische Federatie?

Antwoord

Gezien het antwoord op de vragen 1 en 2 is voor een optreden als bedoeld geen aanleiding.

Deel: ' Antwoord kamervragen inzake Irak '




Lees ook