expostbus51


Ministerie van Economische Zaken


https://www.minez.nl

EZ/Olie- en gaswinning op de Noordzee

Ministerie van Economische Zaken
Berichtnaam: persbericht
Nummer: 028
Datum: 23-02-1999

OLIE- EN GASWINNING OP DE NOORDZEE

De leden van de Tweede Kamer Atsma, Van den Akker en Leers (allen CDA) hebben aan de Minister van Economische Zaken op 29 januari 1999 de volgende schriftelijke vragen gesteld.


1 Is het u bekend dat zowel de brancheorganisaties NOGEPA en IRO (werkgeverszijde) als FNV Bondgenoten (werknemerszijde) zich grote zorgen maken over toekomstige olie en gas exploraties op de Noordzee ten gevolge van de lage olieprijs? 1)

2 Bent u ervan de op de hoogte dat de mijnbouwactiviteiten in recordtempo worden teruggeschroefd, met alle gevolgen, onder meer voor de werkgelegenheid in de off shore sector, van dien?

3 Hebt u NOGEPA te verstaan gegeven dat u niet voornemens bent de financiële voorwaarden voor exploraties op de Noordzee te verlichten?

4 Heeft de off shore sector in de Verenigde Staten, Noorwegen en Groot Brittannië wél extra financiële speelruimte gekregen van de overheid?

5 Zo ja, waarom kan dat in Nederland dan niet?

6 Hoe verhoudt deze (voorlopige) weigering uwerzijds zich voorts met het Nederlandse kleine veldenbeleid, dat juist ten doel heeft de kleine en marginale velden versneld tot ontwikkeling te brengen om zodoende het Slochterengas zoveel mogelijk te sparen?

7 Bent u alsnog bereid op korte termijn maatregelen te nemen om de industrie op het Nederlands continentaal plat tegemoet te komen?


---------------


1) Het Financieele Dagblad, 28 januari jl.

De minister van Economische Zaken, A. Jorritsma-Lebbink, heeft deze vragen als volgt beantwoord.


1 Ja

2 Ja, het betreft hier vooral de nieuwe activiteiten en de exploratie; niet zozeer de lopende productie-activiteiten.

3 Op verzoek van NOGEPA heeft recent een gesprek plaats gevonden met de Directeur Olie en Gas van het Directoraat-Generaal van Energie over de heersende omstandigheden. Daarbij is geen reële mogelijkheid naar voren gekomen om de financiële voorwaarden te verlichten. Dat komt onder meer doordat bij de huidige lage prijzen voor maatschappijen bepaalde afdrachten feitelijk al naar nul terugzakken. Vooral het winstaandeel is gevoelig voor de opbrengstprijzen. Voorzover dat niet het geval is, kunnen maatschappijen gebruik maken van de recent verruimde mogelijkheden van vrije afschrijving. Voorts is het probleem van het huidig prijsniveau niet specifiek voor de Noordzee, maar speelt mondiaal de gehele sector parten. Er zijn ook geen aanwijzingen dat een wijziging in de financiële voorwaarden op dit moment effect zal hebben en de huidige trend met betrekking tot nieuwe activiteiten en exploratie zal doen ombuigen. Het betreft hier een
betrekkelijk autonome ontwikkeling op korte termijn waarvan op dit moment niet te beoordelen is of deze zich ook op langere termijn zal voortzetten.
De NOGEPA heeft voorgesteld op ander terrein de situatie tijdelijk te verbeteren, en een tijdelijk flexibele toepassing te bewerkstelligen van verplichtingen zoals voor ontmanteling en werkprogramma.s. Gezien het belang dat NOGEPA hecht aan deze mogelijkheden die ook van invloed zijn op de financiële ruimte, ben ik bereid concrete en goed gefundeerde gevallen in overweging te nemen.

4 Dit is mij niet bekend. Wel is het zo dat alle betreffende overheden zich thans in meer of mindere mate vergewissen van de situatie voor de olie-en gaswinning.
In het V.K. heeft dat er toe geleid dat aanvankelijke voornemens van de Britse regering tot verzwaring van het financiële regime in het voorjaar van 1998 uiteindelijk in september zijn verlaten. Recent is de Britse regering met de industrie overleg gestart om de situatie voor de industrie nader te verkennen en bepaalde voorstellen in de komende zes maanden te bezien. Het uitgangspunt van de Britse regering bij dit overleg is fiscale stabiliteit; zij beziet in voornoemd verband met de industrie of en hoe administratieve aspecten van afdrachten kunnen worden verbeterd.
Ook in de Verenigde Staten worden mogelijkheden onderzocht, maar van stappen is mij ook in de VS tot nu toe niet gebleken. Voorzover bekend is ook in Noorwegen de situatie niet veranderd. In het algemeen bezien lijkt het zo te zijn dat in landen waar het afdrachtenregime meer rigide is - in de zin dat afdrachten verhoudingsgewijs meer aan de omzet dan aan de winst worden gerelateerd - eerder naar mogelijkheden in de afdrachtensfeer gezocht zal worden.

5 Zie 3 en 4.

6 Zie ook 3. Nederland verkeert vooral door toedoen van de eigenschappen van het Groningenveld al in een betrekkelijk unieke positie voor een kleine veldenbeleid. Alleen hierdoor al is de situatie in Nederland moeilijk vergelijkbaar met die elders. Voorts dragen de prospectiviteit, succes-ratio, boorkosten en afzetmogelijkheden van Nederland belangrijk bij aan het succes van het kleine veldenbeleid.
Daarnaast wijs ik op de verbeteringen die de laatste jaren, mede op aangeven van NOGEPA, zijn aangebracht. Bij de verbeteringen van de laatste jaren dient gedacht te worden aan de vrije afschrijving Vreugdenhil-Vermeend vanaf 1-7-95, de deelname van EBN bij verdere opsporing in winningsvergunningen; de leveringsvrijheid voor producenten vanaf 1996 en het voorrangsbeleid van Gasunie bij de inkoop van kleine velden. Verder zitten in het bij de Tweede Kamer aanhangig zijnde wetsvoorstel voor de Mijnbouwwet verdere verbeteringen in de financiële voorwaarden: zo wordt de kostenuplift bij het winstaandeel toegestaan voor alle vergunningen en ontstaan door het wetsvoorstel meer mogelijkheden voor consolidatie.

7 Zie 3 en 6.

Inlichtingen bij Marjolein Wester, telefoon 070 - 379 64 64

23 feb 99 14:31

Deel: ' Antwoord kamervragen olie- en gaswinning op de Noordzee '




Lees ook