Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Binnenhof 4

's-GRAVENHAGE
directie Azië en Oceanië

afdeling Zuidoost-Azië en Oceanië

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 29 januari 1999
Kenmerk DAO/ZO-36/99
Blad /2
Bijlage(n) 1
Betreft Antwoord op vragen van het lid M.B. Vos

over de arrestatie van een mensenrechten-

activist in Indonesië

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar het schrijven d.d. 12 januari 1999, kenmerk
2989905580, van de Griffier Uwer Kamer, waarbij mij toegingen de door het lid Uwer Kamer M.B. Vos, overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U als bijlage dezes mijn antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

_________________________________________________________________

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van het lid Bos.


_____________________________________

Vraag 1. Bent u op de hoogte van de arrestatie van de vreedzame mensenrechtenactivist dhr. Izack Windesi, samen met acht anderen, te Irian Jaya?

Antwoord 1. Ja.

Vraag 2. Bent u bereid in bilateraal verband en in het kader van de Europese Unie bij de Indonesische autoriteiten te protesteren tegen deze arrestaties en de vrijlating van genoemde mensenrechtenactivisten te bepleiten?

Antwoord 2. Dat is reeds gebeurd. Tijdens bilaterale politieke consultaties in september 1998 is de Nederlandse bezorgdheid over de ontwikkelingen in Irian Jaya in het algemeen en over het lot van de begin juli in Biak, Jayapura en Wamena gearresteerde personen in het bijzonder expliciet onder de aandacht gebracht van de Indonesische autoriteiten. Ook vanuit de EU zijn de ontwikkelingen in Irian Jaya onder de aandacht gebracht van de Indonesische autoriteiten.

Volgens de laatste berichten zit dhr. Windesi met negen anderen nog in voorarrest in verband met zijn vermeende betrokkenheid bij het hijsen van de vlag van de onafhankelijkheidsbeweging OPM (Organisasi Papua Merdeka) in Wamena op 7 juli 1998. Het proces tegen hen zou beginnen op 1 februari a.s. en zou tot drie maanden in beslag kunnen nemen. Ik kan u verzekeren dat Nederland deze zaak zal blijven volgen met het oog op mogelijk verdere stappen.

Deel: ' Antwoord kamervragen over arrestatie activist in Indonesië '




Lees ook