Ministerie van Financien

Titel: ANTWOORDEN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN OP VRAGEN VAN HET LID VAN DE TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL VAN BOMMEL OVER BELASTINGONTWIJKING DOOR DE NEDERLANDSE SPOORWEGEN



Persberichtnr.

00/003

Den Haag

11 januari 2000

ANTWOORDEN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN OP VRAGEN VAN HET LID VAN DE TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL VAN BOMMEL OVER BELASTINGONTWIJKING DOOR DE NEDERLANDSE SPOORWEGEN

VRAGEN:


1.

Kent u het artikel NS ontwijkt belastingen1 en kloppen de vermelde feiten?


2.

Is hier sprake van belastingontwijking? Zo nee; waarom niet?


3.

Zijn de commissarissen die namens de staat in de raad van Commissarissen van de NS zitten op enige wijze geraadpleegd over dit initiatief? Zo ja, wat voor standpunt hebben zij ingenomen? Zo nee, is dit in overeenstemming met de geldende wetgeving en de statuten van de NS?


4.

Gaat u actie ondernemen om deze maas in de fiscale wetgeving te dichten? Hoe valt deze vorm van belastingconcurrentie te rijmen met het streven naar belastingharmonisatie binnen de Europese Unie?

ANTWOORDEN:


1. 2 en 4.

Van dit artikel heb ik kennisgenomen. De geheimhoudingsplicht van artikel 67 Algemene wet inzake rijksbelastingen staat eraan in de weg informatie over individuele belastingplichtigen openbaar te maken.

In beginsel staat het bedrijven vrij om in het buitenland activiteiten te verrichten. Dit brengt met zich mee dat -voorzover het reële activiteiten betreft- deze activiteiten naar de in het desbetreffende buitenland geldende regels en tarieven zullen worden belast. In dat geval kan niet worden gesproken van het gebruikmaken van een maas in de fiscale wetgeving.

Mocht het verrichten van buitenlandse activiteiten echter geen reële betekenis hebben, dan wordt getracht op gekunstelde wijze de Nederlandse belastinggrondslag uit te hollen. Dergelijke constructies worden door de Belastingdienst met alle beschikbare middelen bestreden. Om de kennis en ervaring op dit gebied te bundelen is geruime tijd geleden binnen de Belastingdienst de Coördinatie Groep Taxhavens in het leven geroepen.

Binnen de Europese Unie is met het oog op het tegengaan van schadelijke belastingconcurrentie in december 1997 door de Europese Lidstaten een gezamenlijke gedragscode opgesteld. Onder de reikwijdte van deze Gedragscode inzake schadelijke belastingconcurrentie valt echter niet de hoogte van de belastingtarieven van de verschillende Lidstaten ingeval dit tarief voor alle inwoners van de Lidstaat geldt.


3.

Krachtens de statuten van de N.V. Nederlandse Spoorwegen kan de Minister van Verkeer en Waterstaat twee commissarissen benoemen. De benoeming van één van dezen vindt plaats in overleg met de Minister van Financiën. In overleg met de president-commissaris is besloten deze laatste zetel voorlopig niet in te vullen. Het andere overheidscommissariaat wordt door een niet-ambtenaar vervuld.

Benadrukt zij dat overheidscommissarissen niet namens de Staat in de raad zitten; zij worden van overheidswege benoemd2, maar richten zich bij de uitoefening van hun taak naar het belang van de onderneming3. Dit brengt met zich mee dat er noch een instructierecht van de Minister, noch een informatieplicht van de commissaris bestaat. Het is dan ook niet mogelijk melding te maken van de besluitvorming binnen de raad van commissarissen.

Deel: ' Antwoord kamervragen over belastingontwijking door NS '




Lees ook