Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag
Directie Veiligheidsbeleid

Afdeling Veiligheids- en Defensiebeleid

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 20 augustus 1999
Kenmerk DVB/VD-355/99
Blad 1/3
Bijlage(n) 1
Betreft Vragen van het Kamerlid De Hoop Scheffer over benoeming nieuwe SG NAVO

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer, d.d. 10 augustus 1999, kenmerk 2989916910, waarbij gevoegd waren de door het Lid De Hoop Scheffer (VVD) overeenkomstig artikel 134 en 135 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U als bijlage dezes het antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Antwoord van de heer van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister President, op vragen van het lid De Hoop Scheffer

Vraag 1

Heeft de regering een Nederlandse kandidatuur voor de post van Secretaris-Generaal bevorderd? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom is van zulk een kandidatuur afgezien?

Vraag 2

Beschikt Nederland over gekwalificeerde kandidaten? Hebben bondgenoten naar een eventuele Nederlandse kandidatuur navraag gedaan? Zo ja, wat was de reactie van de Nederlandse regering?

Antwoord

De regering heeft geen Nederlandse kandidatuur voor deze functie bevorderd.

Vraag 3

Op welk moment en door wie werd u geïnformeerd over de kandidatuur van de heer Robertson? Wanneer is deze kandidatuur in het kabinet aan de orde geweest?

Antwoord

Op 30 juli is de Britse minister van Defensie, de heer Robertson, door de Britse regering als kandidaat voor de functie van Secretaris-Generaal van de NAVO voorgedragen. De regering is op 30 juli langs verschillende kanalen geïnformeerd over de Britse kandidaat.

De kandidatuur van de heer Robertson is vervolgens binnen het kabinet onderwerp van overleg geweest. Op dinsdag 3augustus heeft Nederland aangegeven zich achter de benoeming van de heer Robertson te kunnen scharen.

Vraag 4

Welke overwegingen hebben geleid tot steun aan de Britse kandidatuur?

Antwoord

De heer Robertson is een uitstekende kandidaat voor de functie van Secretaris-Generaal van de NAVO. Als Brits minister van Defensie heeft hij aan de wieg gestaan van de "Strategic Defence Review", die inmiddels in Europa als voorbeeld geldt voor de hervorming van strijdkrachten met het oog op de uitvoering van nieuwe taken. Eveneens is hij een van de initiatoren geweest van het hernieuwde debat over Europese defensie. Tijdens de Kosovo-crisis heeft hij zich laten kennen als een gedreven en kundig verdediger van het NAVO-beleid. De heer Robertson kon rekenen op brede steun onder bondgenoten.

Vraag 5

Meent de regering, gelet op het aanzienlijk aantal hoge internationale politieke functies dat in handen is van de grote Europese landen dat nog van een evenwichtige verdeling van deze functies sprake is? Heeft inzake de NAVO-kandidatuur overleg tussen de kleine lidstaten plaatsgehad om tot een gezamenlijke kandidaat te komen? Zo neen, waarom niet?

Antwoord

De regering meent dat bij de invulling van hoge internationale politieke functies de kwaliteiten van een kandidaat van doorslaggevend belang dienen te zijn. Naast de heer Robertson zijn geen andere kandidaten voorgesteld.

Vraag 6

Wat is het oordeel van de regering inzake de voor de NAVO-kandidatuur gevolgde procedure? Heeft vooral de consultatie met alle bondgenoten kunnen plaatsvinden?

Antwoord

Voor de voordracht van een kandidaat SG NAVO bestaan geen vaste procedures. In de Noord-Atlantische Raad heeft consultatie met alle bondgenoten plaatsgevonden.

Vraag 7

Beschouwt u dergelijke internationale benoemingen als een zaak van en tussen regeringsleiders of als een kabinetsaangelegenheid?

Antwoord

De nationale standpuntbepaling t.a.v. dergelijke benoemingen is in Nederland een kabinetsaangelegenheid.

Vraag 8

Heeft de regering eerder dit jaar een Nederlandse kandidatuur bevorderd voor de functie van hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid? Zo neen, beschikte Nederland niet over gekwalificeerde kandidaten of lagen andere overwegingen hieraan ten grondslag?

Antwoord

De regering heeft geen Nederlandse kandidaat gesteld voor de functie van Hoge Vertegenwoordiger voor het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid. Toen duidelijk werd dat de heer Solana voor de post van Hoge Vertegenwoordiger beschikbaar was heeft de regering zich achter deze kandidatuur geschaard. Overweging daarbij was dat hierbij uitstek sprake is van een vooraanstaande politieke persoonlijkheid, een vereiste waaraan de regering van meet af aan hoge prioriteit heeft gegeven. Bovendien is de regering van mening dat de huidige Secretaris-Generaal van de NAVO uitstekend geschikt is om bij te dragen aan de versterking van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid van de EU en aan de verdere ontwikkeling van de Europese Veiligheids en Defensie Identiteit.

Deel: ' Antwoord kamervragen over benoeming nieuwe SG NAVO '




Lees ook