Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Antwoorden op kamervragen over het falen van politie en justitie bij de bestrijding van financiële fraude

4 februari 2003

Vragen van het kamerlid Halsema (GroenLinks) aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie over het falen van politie en justitie bij de bestrijding van financiële fraude. (Ingezonden 6 januari 2003)


---

1. Vraag

Heeft u kennisgenomen van het onderzoeksrapport het ei van Columbo van het WODC met een evaluatie van het project financieel rechercheren? 1)

1. Antwoord

Ja.

2. Vraag

Deelt u de conclusie van de onderzoekers dat politie en justitie falen bij het financieel rechercheren?

2. Antwoord

Nee.

Bij brief d.d. 17 juni 2002, kenmerk 5168970/502/cvl aan de Voorzitter van de Tweede Kamer hebben de toenmalige ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie het evaluatie rapport aan de Tweede Kamer toegezonden. Zij constateerden dat het rapport op vele plaatsen kritisch is naar vormgeving en voortgang van het project maar tegelijkertijd ook waarderend naar de trekkers voor hun inzet en enthousiasme. De overkoepelende doelstelling voor het project Financieel Rechercheren (FR) was te ambitieus. Zonder uitzondering achten respondenten de gekozen doelstelling om binnen drie jaar financieel rechercheren te integreren in de handhavingsketen te hoog gegrepen. Ook na verlenging van het project FR tot en met juni 2002. De bewindslieden wezen er evenwel op dat uit de evaluatie blijkt dat Financieel rechercheren de afgelopen jaren duidelijk op de agenda is gezet.

3. Vraag

Vindt u dat de bestrijding van financiële fraude van groot belang is? Vindt u dat een overheid die opkomt voor normen en waarden prioriteit moet geven aan de bestrijding van financiële fraude?

4. Vraag

Wat bent u van plan te gaan doen met de conclusies van de onderzoekers van het WODC?

3 en 4. Antwoord

De bestrijding van financiële fraude heeft al een aantal jaren de aandacht. Naast extra maatregelen op de meer traditionele terreinen van fraude zoals op het gebied van de sociale zekerheid en de fiscaliteit is in de afgelopen jaren op meer structurele wijze aandacht gegeven aan de bestrijding van horizontale fraude, en aan samenwerking met private partners daarbij (banken, verzekeraars).

De actieprogrammas in het kader van terrorismebestrijding, besteden veel aandacht aan financieel rechercheren. Hierin is ook gekozen voor de versterking van het Financieel Expertisecentrum (Kamerstukken II, 2001-2002, 28 106, nr. 2 blz. 41 ev). In de komende jaren wordt geïnvesteerd in een verdere uitbouw en implementatie van het financieel rechercheren binnen de politie en het OM. De huidige opgebouwde kennis en capaciteit van de IFTs zal organisatorisch vorm worden gegeven als onderdeel van de bovenregionale recherche.

Op 19 april 2002 is een notitie aan de Kamer aangeboden (Kamerstuk II, 2001-2002, 17 050, nr 234) waarin is aangegeven wat de belangrijkste aandachtspunten zijn binnen de fraudebestrijding, en welke maatregelen de komende jaren nodig zijn om de gesignaleerde problemen adequaat en effectief te bestrijden. Het huidige kabinet onderschrijft de in voornoemde notitie neergelegde analyse. Thans wordt nog bezien langs welke weg en volgens welk tijdpad een en ander in de komende jaren zijn beslag kan krijgen.

5. Vraag

Deelt u de mening dat het de hoogste tijd wordt om de opsporingsprioriteiten te gaan herschikken en dus minder capaciteit te besteden aan de bolletjesslikkers en meer aan criminaliteit die mensen direct raakt, zoals financiële fraude?

5. Antwoord

Nee. Deze keuze is niet aan de orde. De problematiek van de bolletjesslikkers is nog te groot is om zonder de directe aandacht te kunnen die er thans aan wordt gegeven. Bovendien wordt met de maatregelen die worden genomen op het terrein van de financieel-economische criminaliteit naar onze mening op evenwichtige wijze de noodzakelijke aandacht aan dit terrein gegeven.

6. Vraag

Welke concrete plannen heeft u als het gaat om het uitvoeren van de aanbeveling van de parlementaire enquêtecommissie bouwfraude om meer aandacht en geld beschikbaar te stellen voor de bestrijding van financieel-economische fraude?

7. Vraag

Wilt u de Tweede Kamer daar zo spoedig mogelijk over informeren?

6 en 7. Antwoord

Voor antwoord verwijs ik naar de antwoorden op de vragen 3 en 4. Met betrekking tot de aanbevelingen van de parlementaire enquêtecommissie verwijs ik naar het kabinetsstandpunt dat nog door de minister van VROM aan de Tweede Kamer zal worden gezonden.

1) De Volkskrant, 2 januari jl.


---
© Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -

Deel: ' Antwoord kamervragen over bestrijding financiële fraude '




Lees ook