expostbus51


Ministerie van Financien


https://www.minfin.nl

FINANCIEN: BIJZONDERE INSTELLINGEN

PERSBERICHTNR. 99/015 Den Haag 19 december 1999

ANTWOORDEN VAN DE MINISTER VAN FINANCI.N OP VRAGEN VAN HET LID VAN DE TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL VENDRIK OVER BIJZONDERE FINANCI.LE INSTELLINGEN

VRAGEN:


1.

Hebt u kennis genomen van de column van Flip de Kam? 1)

2.

Deelt u de bewering van de heer de Kam, dat de buitenlandse betalingen van bijzondere financiële instellingen (BFI.s) anno 1998 minimaal zo.n 40 miljard gulden moeten bedragen? Zo neen, om welk bedrag gaat het dan?

3.

Onderschrijft u de bewering van de heer De Kam, dat de FBI.s anno 1998 minimaal zo.n 100 miljard gulden aan kapitaal aantrekken? Zo neen, om welk bedrag gaat het dan?

4.

Deelt u de conclusie van de heer De Kam, dat als gevolg van de gunstige fiscale positie van BFI.s in Nederland het buitenland voor miljarden aan belastinginkomsten misloopt?

5.

Zo neen, hebt u een idee van de omvang van de inkomstenderving die deze fiscale regeling in het buitenland veroorzaakt?

6.

Klopt de schatting van de heer De Kam dat de FBI.s aan de Nederlandse fiscus zo.n 500 miljoen betalen?

1) NRC Handelsblad, 11 december jl.

7.

Welk deel hiervan is de winst die de regering in 1996 beoogde te realiseren met het voorstel tot Wijziging van de Wet op de vernnootschapbelasting 1969 met het oog op het tegengaan van uitholling van de belastinggrondslag en het versterken van de fiscale infrastructuur (Kamerstuk nr. 24 696)?

8.

Deelt u de conclusie dat de belastingverdragen die Nederland sluit niet bedoeld zijn om ontduiking van buitenlandse belastingwetgeving te legaliseren?

9.

Hoe rijmt u deze Nederlandse praktijk met de door u regelmatig publiek geslaakte hartekreet om in Europees verband tot fiscale coördinatie te komen ten einde de heilloze weg van fiscale beleidsconcurrentie te stoppen? Spreekt u met dubbele tong?


10.

Maakt de onderhavige regeling deel uit van het lopende onderzoek naar schadelijke belastingregimes dat door de EU-gedragscodegroep momenteel wordt verricht? Bent u van plan de uitslag van dat onderzoek af te wachten en het risico van een publieke berisping te nemen of overweegt u uit eigen beweging stappen te ondernemen?


11.

Welke landen, in het bijzonder EU-lidstaten, hebben er bij u op aangedrongen om deze regeling te beëindigen? Hoe luidde uw antwoord?


12.

Bent u bereid op korte termijn aan de EU-lidstaten het voorstel te doen om de gunstige fiscale behandeling van BFI.s in Nederland af te bouwen cq. te beëindigen?

ANTWOORDEN:


1.

Ja.

2 en 3.
Ja, volgens informatie verstrekt door De Nederlandse Bank zijn de bedragen bij benadering juist.

4 en 5.
In het kwartaalbericht van juni 1993 (1993/1) van De Nederlandse Bank wordt een definitie van een BFI gegeven (bladzijde 36): "vennootschappen die zich in overwegende mate bezighouden met monetair neutrale transacties worden in het kader van de betalingsbalansregistratie als BFI geregistreerd." Het begrip BFI is derhalve geen fiscaal, maar een monetair begrip. In fiscalibus is het daarom ook niet goed te hanteren omdat er in de definitie geen verbinding wordt gelegd met één of meer specifieke fiscale regelingen.
In tegenstelling tot wat de auteur suggereert, is de BFI in Nederland onderworpen aan het normale wettelijke fiscale regime. De wijze waarop in andere landen fiscaal rekening wordt gehouden met betalingen aan BFI.s, wordt bepaald door de belastingwetgeving in het betreffende land. De bewering van de heer de Kam dat deze landen vele miljarden aan belastingopbrengsten missen, komt derhalve voor zijn rekening.

6.

De belastingdienst beschikt niet over een BFI bestand waaruit de opbrengst blijkt.

7.

De belasting die de BFI.s in Nederland betalen maakt geen deel uit van de opbrengst van de Wet wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 met het oog op het tegengaan van uitholling van de belastinggrondslag en het versterken van de fiscale infrastructuur (Kamerstuk nr. 24 696).

8 en 9.
Zoals diverse keren kenbaar gemaakt zijn wij voorstander van het tegengaan van schadelijke belastingconcurrentie maar is een zekere mate van fiscale beleidsconcurrentie in Europa zeker acceptabel. BFI.s worden zoals vermeld aan de normale belastingheffing onderworpen.Uiteraard deel ik de conclusie dat de door Nederland gesloten belastingverdragen niet bedoeld zijn om ontduiking van buitenlandse belastingwetgeving te legaliseren. Voor een uitgebreide toelichting op het Nederlandse fiscale verdragsbeleid verwijs ik naar de in 1998 aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden "Uitgangspunten op het terrein van het internationaal fiscaal (verdragen)recht".
Ik wil er in dit verband op wijzen dat Nederland juist door het sluiten van belastingverdragen doorgaans bevoegd is het andere land de gewenste informatie op dit punt te verstrekken. Tenslotte wil ik er op wijzen dat indien een ander land van oordeel is dat de interactie tussen het belastingverdrag enerzijds en de belastingsystemen van de beide verdragslanden anderzijds tot ongewenste resultaten leidt, Nederland te allen tijde bereid is tot overleg met het andere land teneinde te trachten de problemen op te lossen.


10, 11 en 12.
Wij verwijzen naar hetgeen is opgemerkt tijdens het algemeen overleg van 9 december 1998. Daar is aangegeven dat ook Nederlandse fiscale regelingen worden getoetst aan de gedragscode. De rapportage wordt, zo schatten wij in, in de tweede helft van dit jaar afgerond. Het anticiperen op deze rapportage is niet aan de orde.


19 jan 99 17:49

Deel: ' Antwoord kamervragen over bijzondere financiele instellingen '




Lees ook