tweede kamer der staten generaal

antwoord kamervragen over9900.578 biologische wapens

antwoord kamervragen over9900.578 biologische wapens
gemaakt: 9-2-2000 tijd: 16:10


2

aan de voorzitter van de tweede kamer der staten-generaal

's-gravenhage, 7 februari 2000

betreft beantwoording vragen van de leden hoekema en

koenders over het verdrag inzake biologische wapens

zeer geachte voorzitter,

onder verwijzing naar de brief van de griffier uwer kamer d.d. 26 januari 2000,

kenmerk 2990005770, waarbij gevoegd waren de door de leden hoekema en koenders overeenkomstig artikel 134 van het reglement van orde van de tweede kamer bij u ingediende vragen, heb ik de eer u als bijlage dezes het antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

de minister van buitenlandse zaken

antwoord van de heer van aartsen, minister van buitenlandse zaken, op vragen van de leden hoekema en koenders over het biologische wapensverdrag

vraag 1

klopt het dat de vs zich verzetten tegen het concept van indringende inspecties in het biologische wapen (bw) verdrag en daarmee tegenover een coalitie staan van de europese unie en de niet-gebonden landen?

vraag 2

deelt u de appreciatie van het artikel in de guardian, te weten een "apparent indifference" van de Amerikaanse administratie?

Vraag 3

Kunt u ingaan op de achtergronden van deze Amerikaanse houding, zoals de positie van het Congres, de Amerikaanse farmaceutische industrie en de commerciële aanwending van genetisch gemanipuleerde producten?

Antwoord 1, 2 en 3

In de onderhandelingen over het verificatieprotocol bij het Biologische Wapens Verdrag, die sinds enige jaren in Genève worden gevoerd en die als doel hebben mechanismen te creëren om controle op naleving van het Verdrag mogelijk te maken, bestaan uiteraard verschillen in benadering tussen verschillende landen. Elk land streeft naar een protocol waarbij de eigen industriële en nationale-veiligheidsbelangen zo goed mogelijk worden gediend. Ook binnen de EU en zeker ook binnen de groep van niet-gebonden landen worden hierbij door verschillende landen verschillende accenten gelegd.

De VS heeft te maken met een sterke lobby van de eigen farmaceutische industrie, die zich - vooral uit angst voor het lekken van bedrijfsvertrouwelijke informatie - verzet tegen een te indringend regime van bedrijfsinspecties.De VS heeft bovendien aarzelingen om in het kader van het inspectieregime volledige inzage in de diverse defensieprogramma's te geven. Dit leidt tot een - in een aantal opzichten - wat terughoudende opstelling ten aanzien van het inspectieregime.

De moeizame totstandkoming van de Amerikaanse implementatiewetgeving bij het Chemische Wapens Verdrag en de tegenslag die de Amerikaanse administratie te verwerken heeft gekregen bij de behandeling in het Senaat van het Kernstopverdrag, dragen waarschijnlijk eveneens bij aan een voorzichtige opstelling van Washington. Ook verschillende andere landen, waaronder enkele niet-gebonden landen, stellen zich terughoudend op ten aanzien van indringende inspecties.

Van een 'apparent indifference' van de Amerikaanse administratie ten aanzien van de onderhandelingen in het algemeen is evenwel geen sprake. President Clinton heeft meer dan eens de totstandkoming van een protocol ter versterking van het Biologische Wapensverdrag tot zijn prioriteiten gerekend, onder meer in zijn State of the Union van
1998.

Het is ook niet zo dat de VS zich verzet tegen indringende inspecties in het algemeen. Er dient onderscheid te worden gemaakt tussen inspecties die bedoeld zijn om mogelijke schendingen van het BW-verdrag te onderzoeken (de zgn. 'investigations', die te vergelijken zijn met uitdagingsinspecties in het Chemische Wapens Verdrag) en de meer routinematige bedrijfsbezoeken (de zgn. 'visits') die bedoeld zijn om te controleren of declaraties kloppen. Wat het eerste betreft, schijnt er geen licht tussen de opvatting van de VS en die van de EU: beide zijn het erover eens dat er in het protocol een voorziening dient te komen voor snelle, indringende inspecties als er serieuze verdenkingen zijn van verdragsschending. Wat het tweede betreft, de meer routinematige bedrijfsbezoeken, is de Amerikaanse opstelling om hierboven genoemde redenen terughoudender dan die van de EU.

Vraag 4

Onderschrijft u de stelling van de Engelse denktank Isis dat mogelijk tien landen over BW beschikken en dat aanzienlijke risico's bestaan bij de ongeveer 60 000 wetenschappers in de voormalige Sovjet-Unie die met onderzoek naar BW waren belast?

Antwoord

In de notitie over NBC-proliferatie, die de toenmalige Minister van Defensie in mei 1998 aan uw Kamer deed toegaan, werd gesproken over een twintigtal landen die activiteiten ontplooien die als verdacht kunnen worden aangemerkt. Het is moeilijk aan te geven hoeveel landen daadwerkelijk over biologische wapens, of de technologie om deze te produceren, beschikken. Dat komt door het 'dual use' karakter van de goederen en technologieën die nodig zijn voor de productie van BW: apparatuur, biologische agentia en technologieën kunnen voor zowel vreedzame als militaire doeleinden worden gebruikt. Juist met het verificatieregime wordt beoogd hierover meer duidelijkheid te scheppen.

De (werkloze) wetenschappers die bij het voormalige BW-programma van de Sovjet-Unie waren betrokken, vormen inderdaad een belangrijke risicogroep. Ook met het oog hierop is spoedige totstandkoming van het verificatieprotocol van belang.

Vraag 5

Bent u bereid in Genève (opnieuw) aan te dringen op een zo indringend mogelijk verificatieprotocol bij het BW Verdrag? Hoe taxeert u de mogelijkheden hiertoe?

Antwoord

Nederlandse inzet in de onderhandelingen is en blijft een zo sterk mogelijk verificatieregime tot stand te brengen om het verbod op Biologische Wapens kracht bij te zetten. Nederland zal zich in de eindfase van de onderhandelingen blijven inzetten voor een breed gedragen èn geloofwaardig protocol.

Vraag 6

Hoe staat het met de campagne om het verificatie-instituut in Nederland te verkrijgen?

Antwoord

De campagne om de organisatie die belast zal zijn met de tenuitvoerlegging van het verificatieregime bij het BW-verdrag naar Den Haag te krijgen, is in volle gang. De komende maanden zal de campagne verder worden geïntensiveerd. Besluitvorming over de vestigingsplaats van de organisatie is niet voor het midden van dit jaar te verwachten.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Antwoord kamervragen over biologische wapens '




Lees ook