Tweede Kamer der Staten Generaal

aanh9900.534 de betuweroute

Gemaakt: 1-2-2000 tijd: 16:44


2

Aan

de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 28 jan. 2000

Onderwerp

Beantwoording kamervragen van het lid Van der Steenhoven.

Geachte voorzitter,

Hierbij doe ik u toekomen de antwoorden op de vragen gesteld door het lid

Van der Steenhoven over de Betuweroute.


1. Hoe beschouwt u de feitelijke erkenning door de Raad van State dat u inzake de Betuwelijn essentiële informatie veel rooskleurige voorstelde en onwelgevallige informatie ten tijde van de besluitvorming achterhield?

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft niet erkend dat essentiële informatie veel te rooskleurig is voorgesteld, noch dat er onwelgevallige informatie is achtergehouden ten tijde van de besluitvorming. Bij de Afdeling is een verzoek ingediend tot herziening van de uitspraak van dezelfde Afdeling inzake de beroepen tegen de PKB en het Tracébesluit Betuweroute. In eerste instantie heeft de Afdeling dit verzoek op 26 augustus 1999 afgewezen. Tegen deze uitspraak is verzet aangetekend door opposant. Nadat opposant door de Afdeling mondeling is gehoord op 6 december 1999 is de Afdeling tot de conclusie gekomen dat, gelet op de argumenten die opposant naar voren heeft gebracht, een nader onderzoek dient plaats te vinden naar het herzieningsverzoek.


2. Erkent u dat binnen uw ministerie ten tijde van de besluitvorming reeds bekend was dat delen van de informatie waarop de besluitvorming stoelde met betrekking tot aanlegkosten, capaciteit binnenvaart, capaciteit spoornet en milieubelasting onjuist waren?

Nee.


3. Bent u bereid de verdere aanbesteding van het project Betuweroute vanaf Kijfhoek te stoppen totdat er duidelijkheid is over de uitspraak van de Raad van State?

Nee.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

T. Netelenbos

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Antwoord kamervragen over de Betuweroute '




Lees ook