Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over een fout in een patent
Gemaakt: 21-3-2000 tijd: 14:22


2

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 17 maart 2000

onderwerp:

antwoorden op vragen van de leden karimi en M.B. Vos

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen die zijn gesteld door de leden Karimi en M.B. Vos en die mij zijn gestuurd onder nummer
2990007570, per brief gedateerd


25 februari 2000.


1 Ja, overigens is in dit verband ook relevant persbericht 1/2000 van het Europees Octrooibureau over deze kwestie: «Declaration of the European Patent Office with regard to Patent EP 0695351 granted on 8 December 1999» www.european-patent-office.org/news/pressrel/index.htm
.


2 Ja. Is een octrooi eenmaal verleend door het Europees Octrooi Bureau (EOB), dan kan het EOB dat niet meer uit eigen beweging intrekken. Het Europees Octrooiverdrag (EOV) biedt daar geen basis voor.

3 In het EOV is de mogelijkheid opgenomen van het voeren van oppositie tegen een verleend octrooi (artikelen 99 e.v. ). Die mogelijkheid is er voor een ieder; een belang behoeft niet te worden aangetoond.
Daarnaast staat de mogelijkheid open de rechtsgeldigheid van het octrooi voor de nationale rechter van een land, waarin het Europees octrooi gelding heeft verkregen, aan te vechten. Daartoe is het niet nodig dat van tevoren een oppositieprocedure is gevoerd. Ook een procedure voor de nationale rechter staat open voor een ieder (artikel
75, derde lid, van de Rijksoctrooiwet 1995).

4 Ja. Uit door mij ingewonnen informatie blijkt dat Duitsland een oppositieprocedure zal voeren voor het EOB en dat Italië zowel een oppositieprocedure voor het EOB als een procedure voor de nationale rechter voorbereidt, omdat het octrooi in Italië is gedeponeerd.

5 Ja.


6 Ja.


7 In de vergadering van de Raad van Bestuur van de Europese Octrooi Organisatie op


24 februari jl. is uitgebreid gesproken over het onderhavige voorval. Unaniem werd daar dit incident betreurd. Gelet op deze unanimiteit acht ik een nadere afstemming tussen de gelijkgestemde landen (alle negentien verdragslanden waren vertegenwoordigd) over een gezamenlijke actie niet in de rede liggen. Zeker nu reeds enkele landen actie hebben aangekondigd, zou verdere afstemming slechts leiden tot tijdsverlies, vanwege de tijd die dan onvermijdelijk gemoeid zal zijn met discussies over detailformuleringen. Ik heb er vertrouwen in dat de oppositieprocedure die door Nederland, Duitsland en Italië afzonderlijk zal worden gevoerd, succesvol zal zijn en meen dat een actie in deze van mijn kant ter bevordering van een gezamenlijk optreden van alle verdragslanden daaraan niets zal toevoegen.
Daar komt bij dat uit elkaar moet worden gehouden het octrooieren van werkwijzen

voor kloneren die ten doel hebben een menselijk individu te creëren (hetgeen

niet octrooieerbaar is, als zijnde in strijd met de openbare orde en de goede

zeden, zowel krachtens het EOV als de Nederlandse octrooiwetgeving en de EG-

richtlijn) en het octrooieren van werkwijzen waarbij cellen, weefsels en in de

toekomst wellicht organen worden gekloneerd. Besluitvorming omtrent de toelaatbaarheid van laatstgenoemde toepassing, indien daarbij embryo`s worden tot stand gebracht, heeft nog niet plaatsgevonden. In afwachting daarvan wil de Nederlandse regering deze mogelijke toepassing van kloneren niet op voorhand wettelijk uitsluiten. Het is de vraag of dat ook voor de regeringen van andere landen geldt.

(w.g.) drs. G. Ybema

Staatssecretaris van Economische Zaken

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Zoekwoorden:

Deel: ' Antwoord Kamervragen over een fout in een patent '




Lees ook