Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

DEN HAAG
Directie Ontwikkelingssamenwerking en Nederlands Bedrijfsleven (DOB)

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 1 februari 1999
Kenmerk DOB-0122.fb/99
Blad /1
Bijlage(n) 4 pagina's beantwoording Kamervragen Betreft Beantwoording van de vragen van het lid

Van Ardenne-van der Hoeven

Uw kenmerk 2989905860

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer d.d. 15 januari 1999, kenmerk 2989905860, waarbij gevoegd waren de door het lid Van Ardenne-van der Hoeven, overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U als bijlage dezes mijn antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking

_________________________________________________________________

Vraag 1

Heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken de Nederlandse aannemer Aduco International BV die twee jaar geleden door de Tanzaniaanse regering van corruptie is beschuldigd, vorig jaar opnieuw Nederlandse exportsteun verleend voor de aanleg van wegen in Tanzania?

Antwoord

Ja, in januari 1998 is een schenkingsaanbieding gedaan aan de regering van Tanzania voor het asfalteren van een weg bij Kongowe door Aduco.

Vraag 2

Heeft de Tanzaniaanse regering in 1996 een onderzoeksrapport, het zogenaamde Wariobarapport, uitgebracht waarin Aduco van corruptie beschuldigd wordt? Worden ook andere Nederlandse bedrijven van corruptie beschuldigd? Zo ja, welke?

Antwoord

Ja, dit rapport is in november 1996 gereed gekomen en begin
1997 verspreid. Hierin wordt gesproken van "unclear dealings leading to the contract award to Aduco". Andere Nederlandse bedrijven worden niet genoemd. Voor de goede orde moge ik over de achtergronden het volgende mededelen.

Eind 1996 heeft de commissie onder leiding van de Tanzaniaanse oud-premier Warioba een rapport overcorruptie in Tanzania gepubliceerd. Dit rapport, dat in zijn geheel in de openbaarheid is gebracht, had als doelstelling te onderzoeken in welke mate corruptie plaatsvindt in de publieke sector in Tanzania. In de gevallen van vermeende corruptie worden expliciet namen genoemd van betrokken bedrijven en personen. Het rapport doet ook concrete aanbevelingen ter verbetering van de situatie.

In het rapport wordt één Nederlandse bedrijf vermeld, in verband met vermeende corruptie rond de bouw van de Pugu-weg. De aanbesteding voor het verbeteren en verharden van de Pugu-weg vond plaats midden 1991. De weg was onderdeel van een project voor zeven wegen dat door de Wereldbank, en niet door Nederland, werd gefinancierd.

Voor de zeven wegen waren zeven aanbieders die elk voor meerdere wegen inschreven. Als gevolg daarvan waren er vier aanbieders voor de Pugu-weg. Het Nederlandse bedrijf was inderdaad de duurste aanbieder. Het Nederlandse bedrijf was de enige niet-lokale aanbieder. De andere aanbieders bleken niet in staat of bereid de aanbieding gestand te doen. Zij accepteerden ieder een of meer van de andere zes wegen en beschikten over niet voldoende capaciteit om daarnaast ook de Pugu-weg uit te voeren. Het Nederlandse bedrijf bleef als enige aanbieder over. Daarop is na onderhandelingen overeen mogelijke prijsverlaging tot gunning overgegaan. De gunning is goedgekeurd door de Wereldbank en de Tanzaniaanse Central Tender Board, een interministerieel orgaan dat grote aanbestedingen goedkeurt. In 1994 heeft het Nederlandse bedrijf de weg, in tegenstelling tot de meeste uitvoerders van de andere zes wegen, met succes opgeleverd.

Het Warioba-rapport nam aan dat gunning aan de duurste aanbieder betekende dat in strijd met de regels is gehandeld en concludeert daarom onregelmatigheden.

De enorm snelle toename van het verkeer (meer dan vertienvoudiging) leidde tot de wens van het Tanzaniaanse Ministerie van Werken om de weg bij Pugu te asfalteren. Hiertoe is een ORET aanvraag ingediend. Deze aanvraag is in september 1995 gehonoreerd. Ook dit project is met succes afgerond.

In januari 1998 is een andere ORET aanvraag gehonoreerd voor de asfaltering van een weg bij Kongowe, door hetzelfde Nederlandse bedrijf. Dit project is momenteel in uitvoering.

Vraag 3

Hoe hard zijn deze beschuldigingen? Welke consequenties verbindt de Tanzaniaanse regering aan deze beschuldigingen? Welke consequenties verbindt de Nederlandse regering aan deze beschuldigingen?

Antwoord

In het Warioba rapport stonden beschuldigingen die zijn weerlegd door een Tanzaniaans ministerieel onderzoekscomité. Het Nederlandse bedrijf heeft op ons verzoek uitleg gegeven van de gebeurtenissen. Hierin staat ook dat Aduco "categorically denies the allegations ventilated in the report towards Aduco". De Tanzaniaanse regering, noch de Nederlandse regering heeft enig bewijs van corruptie kunnen vinden.

Vraag 4

Kan bij gebleken corruptie en/of fraude eerder verleende Nederlandse financiële exportsteun aan bedrijven teruggevorderd worden? Overweegt de Nederlandse regering dit in dit geval te doen? Zo neen, waarom niet?

Antwoord

Ja, dit kan. Deze clausule wordt in elke ORET-transactie opgenomen. Aangezien de beschuldigingen zijn weerlegd is er geen reden om tot terugvordering over te gaan. Daarnaast is het van belang dat de beschuldigingen zich richten op een project van de Wereldbank, waar door Nederland geen financiële steun aan is gegeven. Nederland heeft pas drie jaar later de asfaltering van diezelfde weg financieel gesteund.

Vraag 5

Kent u de inhoud van het Warioba-rapport? Welkeconsequenties trekt u uit dit rapport? Is over dit rapport overleg gevoerd met de Tanzaniaanse regering? Zo ja, wat zijn de resultaten van deze besprekingen? Is over dit rapport overleg gevoerd met de in het rapport genoemde Nederlandse bedrijven? Zo neen, waarom niet?

Antwoord

De inhoud van het Warioba rapport is mij bekend. Het rapport is bestudeerd en over het rapport is overleg gevoerd met de betrokkenen. De Tanzaniaanse regering noch de Nederlandse regering heeft enig bewijs van corruptie kunnen vinden.

Vraag 6

Heeft de heer Van Hulten, destijds adviseur van minister Pronk, geadviseerd een nader onderzoek in te stellen naar de Nederlandse bedrijven die in het rapport genoemd worden? Waarom is dit advies niet opgevolgd?

Antwoord

De heer Van Hulten heeft Minister Pronk in oktober 1997 geadviseerd "copieën op te vragen van de stukken die betrekking hebben op Nederlandse bedrijven". Op dat moment had de Nederlandse regering reeds lang het rapport opgevraagd, bestudeerd en geconcludeerd.

Vraag 7

Acht u deze beschuldigingen van corruptie en fraude ernstig genoeg omte besluiten alsnog een nader onderzoek in te stellen? Kan de Kamer over de bevindingen terzake op de hoogte gebracht worden evenals over de inhoud van het Warioba-rapport?

Antwoord

Inzake de inhoud van het Warioba rapport verwijs ik u naar het antwoord op vraag 2.

Nederland is alert ten aanzien van corruptievraagstukken en dringt continu tezamen met andere donoren aan op meer aandacht voor de bestrijding van de corruptie. In dit kader draagt Nederland bij aan de versterking van de institutionele capaciteit van de Tanzaniaanse overheid.

Deel: ' Antwoord kamervragen over exportsteun Aduco International '




Lees ook