Ministerie van Economische Zaken Berichtnaam: HET LID VAN DIJKE (CHRISTENUNIE) HEEFT AAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN OP 28-05-2002 DE VOLGENDE SCHRIFTELIJKE VRAGEN GESTELD Nummer: 93 Datum: 17-06-2002

1 Kent u het bericht 'Markt groene stroom raakt oververhit? 1)

2 Klopt het genoemde aantal van 800.000 consumenten dat sinds 1 juli 2001 is overgestapt op groene stroom?

3 Is het waar, zoals het Platform Versnelling Energieliberalisering (PVE) heeft gesteld, dat de gevestigde energiebedrijven niet in staat zijn dit grote aantal overgestapte consumenten administratief te verwerken? Zo ja, waarom heeft uw departement zich van deze waarschuwing gedistantieerd, terwijl uw departement tegelijkertijd in het PVE participeert? Zo neen, waarop baseert het PVE deze uitspraak?

4 Op hoeveel overstappende consumenten werd ten tijde van het kabinetsbesluit tot openstelling van de markt voor groene stroom 2) gerekend? Waarop baseerde u destijds de verwachting dat de energiebedrijven in de korte tijd tussen het besluit en de daadwerkelijke openstelling van de markt voor groene stroom hun administratieve systemen zouden kunnen aanpassen, terwijl de liberalisering van de gewone markt voor kleinverbruikers pas gepland staat voor 1 januari 2004?

5 Is het waar dat veel klanten niet binnen de afgesproken vijf werkdagen worden overgezet, zoals de Dte beweert? Om hoeveel klanten gaat het precies?

6 Geeft deze situatie u aanleiding de toezichtsmogelijkheden van Dte te versterken? Welke andere mogelijkheden staan u ter beschikking de energiebedrijven tot betere prestaties te bewegen?

7 Wat is er de oorzaak van dat de energiebedrijven de toevloed van overstappende consumenten niet tijdig kunnen verwerken? Bent u achteraf van mening, nu blijkt dat de energiebedrijven de toestroom van consumenten niet kunnen verwerken, dat de liberalisering van de markt voor groene stroom te overhaast is ingezet?

8 Zullen zich bij de voorgenomen vervroegde- liberalisering van de markt voor kleinverbruikers per 1 oktober 2003 niet precies dezelfde problemen voordoen, maar in verergerde mate vanwege een veel groter aantal klanten dat zal willen overstappen? Zo ja, geeft dit u aanleiding uw voornemen tot vervroegde liberalisering te wijzigen?
---
1) Het Financiële Dagblad, 23 mei jl. 2) brief van de Minister van Economische Zaken aan de Tweede Kamer d.d. 8 maart 2001, Kamerstuk 250 97, nr. 47

De Minister van Economische Zaken, mw. A. Jorritsma-Lebbink, heeft deze vragen als volgt beantwoord. Ministerie van Economische Zaken


1 Ja



2 Op dit moment nemen ruim 800.000 consumenten duurzaam opgewekte elektriciteit af. Niet al deze afnemers zijn overigens sinds 1 juli 2001 overgestapt op duurzaam opgewekte elektriciteit. Begin 2001 waren er ca. 150.000 afnemers van dit product.


3 Nee. Het overstappen van een klant op duurzaam opgewekte elektriciteit levert voor de bedrijven geen problemen op. Wel is het zo dat het overstappen van een klant naar een andere leverancier dan de huidige vergunninghouder bij netbeheerders en leveranciers tot nieuwe administratieve processen leidt. Deze processen zijn door het Platform Versnelling Energieliberalisering (PVE) gedefinieerd en vastgelegd in de technische Codes, met name de Netcode, waarop de DTe toeziet. De praktijk wijst uit dat het de bedrijven meer tijd kost deze procedures in geautomatiseerde systemen te implementeren, ook omdat dit vaak parallel loopt met de voorgeschreven splitsing van de administraties tussen leverancier en netbeheerder bij de bestaande energiebedrijven. Het gevolg is dat veel leverancierswisselingen min of meer handmatig worden uitgevoerd. Dat kost extra tijd. De programmamanager van het PVE ziet ontwikkelingen op deze markt, zoals een ruim aanbod van duurzaam opgewekte elektriciteit en met conventioneel opgewekte elektriciteit concurrerende prijzen, die ertoe zouden kunnen leiden dat het aantal leverancierswisselingen sterk zal toenemen. Dit zou er toe kunnen leiden dat er meer druk op de administratieve processen kan ontstaan. Dat was de kern van het bericht zoals dat door PVE naar buiten is gebracht. Ik heb de mogelijke suggestie van het ontstaan van chaos willen relativeren.


4 Het maximum aantal consumenten dat per 1 juli 2001 kon overstappen op duurzame elektriciteit was gebaseerd op het Nederlandse aanbod en een beperkt buitenlands aanbod. Het Nederlandse aanbod was goed voor ongeveer 500.000 huishoudens die voor hun volledige verbruik op groene stroom overschakelen. Het buitenlandse aanbod is in het begin zeer beperkt geweest omdat in de periode tussen 1 juli 2001 en 1 januari 2002 nog geen groencertificaten werden toegekend voor geïmporteerde duurzame elektriciteit en een deel van het belastingvoordeel voor duurzaam opgewekte elektriciteit (het nihiltarief voor de consument) aan de groencertificaten is gekoppeld. In overleg met het PVE is ook besloten om in de aanvangsfase te werken met het systeem van notaverlegging, waarbij de bestaande vergunninghouder verantwoordelijk bleef voor de fysieke levering van elektriciteit en de groenleverancier zorgde voor voldoende groencertificaten. Ook is reeds bij de opening van de markt op 1 juli rekening gehouden met langere doorlooptijden als gevolg van een handmatige verwerking.


5 Ja. De periode van 5 werkdagen is gebaseerd op volledige werking van geautomatiseerde systemen bij netbeheerders en leveranciers. Er is door het PVE steeds gecommuniceerd dat dit voor de markt van duurzaam opgewekte elektriciteit pas op termijn haalbaar zou zijn. Mij is niet bekend hoeveel klanten niet binnen deze 5-dagenperiode worden overgezet. Wel is mij door het PVE meegedeeld, dat de grootste problemen met betrekking tot leverancierswisselingen voorbij zijn. Het verkrijgen van verbruiksgegevens verloopt echter nog niet naar wens. Hierdoor ontstaan mogelijk factureringsproblemen.

6 Nee, ik zie op dit moment geen aanleiding de bevoegdheden van de DTe te verruimen. Het PVE is het platform van waaruit het transitieproces naar een volledig geliberaliseerde elektriciteitsmarkt wordt voorbereid en begeleid. Dit platform functioneert naar tevredenheid en eventuele problemen worden tot nu toe in goed overleg tussen de partijen in het PVE opgelost. Zo ook de overstapproblemen. Overigens is het zo dat de DTe op grond van de Netcode de mogelijkheid heeft de snelheid van communicatie tussen partijen te handhaven. Daartoe dient de DTe vanzelfsprekend wel de beschikking te hebben over formeel bij haar aangemelde klachten. Ik bezie overigens momenteel wel of een aanpassing van de bevoegdheden van de DTe of de Minister van Economische Zaken nodig is om bij de openstelling van de gehele markt indien nodig voortvarend te kunnen optreden (zie Kamerstuk II, 2001-2002, 28245 nr. 1).


7 Ik wil voorop stellen dat er op dit moment geen sprake is van het niet kunnen verwerken van overstappende consumenten. Er is wel sprake van langere verwerkingstijden dan de in de toekomst beoogde 5 werkdagen. Dat heeft voornamelijk te maken met de hierboven genoemde nog niet afgeronde automatisering van processen. Daarmee is op voorhand rekening gehouden. De liberalisering van de markt voor duurzaam opgewekte elektriciteit is niet te overhaast ingezet.

8 De datum van 1 oktober 2003 is door marktpartijen in het PVE aan mij geadviseerd, omdat het vertrouwen bestaat dat de systemen van leveranciers en netbeheerders op die datum volledig zijn geautomatiseerd en in hun onderlinge samenhang zijn getest. Het PVE is van mening dat er in het najaar van dit jaar en het voorjaar van 2003 audits moeten plaatsvinden met betrekking tot de stand van zaken van het implementeren van de procedures bij de energiebedrijven. EnergieNed werkt een dergelijke organisatie momenteel uit. Op grond van dit advies en de geplande audits acht ik het daarom onwaarschijnlijk dat dezelfde problemen zich in veel grotere mate zullen voordoen bij de liberalisering van de kleinverbruikersmarkt. Verder leren we natuurlijk ook veel van de liberalisering van de groene markt en het zogenaamde middensegment.

Deel: ' Antwoord kamervragen over HET LID VAN DIJKE (CHRISTENUNIE) HEEFT AAN.. '




Lees ook