Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

's-Gravenhage
Directie Veiligheidsbeleid

Afdeling Veiligheids- en

Defensiebeleid

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 22 januari 1999
Kenmerk DVB/VD-038/99
Blad 1/1
Bijlage(n) 1
Betreft Vragen van het lid Wilders over inzet van de Hongaarse strijdmacht

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer, d.d. 14 januari 1999, kenmerk 2989905630, waarbij gevoegd waren de door het lid Wilders overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U hierbij mede namens mijn ambtgenoot van Defensie ons antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN,

_________________________________________________________________

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Defensie, op vragen van het lid Wilders

Vraag 1.

Hebt u kennisgenomen van het verwerpen, door het Hongaarse parlement, van het Hongaarse regeringsvoorstel om de regering de bevoegdheid te verlenen tot het uitzenden van (onderdelen van) de Hongaarse krijgsmacht zonder formele parlementaire toestemming vooraf?

Antwoord vraag 1

Op dit moment wordt de grondwetswijziging, die het mogelijk moet maken dat enkel op basis van een machtiging van de regering (en niet tevens het parlement) vreemde NAVO-troepen Hongarije kunnen passeren dan wel op Hongaars grondgebied gestationeerd kunnen worden en dat Hongaarse troepen buiten de eigen grenzen in NAVO-verband kunnen opereren, door de oppositie geblokkeerd. Niettemin is van de zijde van de grootste oppositie-partijen, de socialistische MSzP en de democratische SzDSz (beide verklaard voorstander van toetreding tot de NAVO) verzekerd dat uiteindelijk zal worden meegewerkt aan bedoelde grondwetswijziging die wederom gaat spelen na afloop van het parlementairereces (25 januari). Deze wordt actueel zodra de toetredingsuitnodiging van de Secretaris-Generaal van de NAVO is ontvangen. Zelfs indien de benodigde twee derde meerderheid dan niet tot stand mocht komen kan de Hongaarse regering d.m.v. reparatiewetgeving een voor de NAVO acceptabele oplossing vinden.

Vraag 2.

Is het waar dat hierdoor de inzet van (onderdelen van) de Hongaarse krijgsmacht buiten de landsgrenzen slechts zeer moeizaam tot stand kan komen, ook daar waar het gaat om oefeningen? Zo ja, welke gevolgen heeft dit voor de inzet van de Hongaarse krijgsmacht in het kader van de NAVO?

Vraag 3.

Hoe beoordeelt u dit alles?

Antwoord vragen 2 en 3

Gezien het hierboven vermelde, en de grote meerderheid die zich in Hongarije in een referendum heeft uitgesproken voor toetreding tot de NAVO (85% van de uitgebrachte stemmen) hebben wij geen aanleiding te veronderstellen dat Hongarije niet op tijd de benodigde wetgevingsarbeid op orde zal hebben.

Deel: ' Antwoord kamervragen over inzet Hongaarse strijdmacht '




Lees ook