expostbus51


MINISTERIE FIN

https://www.minfin.nl

MIN FIN: HET ITALIAANSE BEGROTINGSTEKORT

PERSBERICHTNR. 99/131 Den Haag 11 juni 1999

VRAGEN VAN DE MINISTER VAN FINANCIEN OP VRAGEN VAN HET LID VAN DE

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL VAN DIJKE OVER HET ITALIAANSE

BEGROTINGSTEKORT

VRAGEN:


1.

Waarom hebt u ingestemd met het verzoek van Italië om het begrotingstekort van 2 procent te laten oplopen tot 2,4 procent? Welke argumenten van uw Italiaanse collega Amato hebben u overtuigd?


2.

Hoe is uw instemming te verklaren in het licht van uw kritische houding ten aanzien van het toetreden van Italië tot de EMU, juist op het punt van het Italiaanse begrotingstekort en de financiële stabiliteit van het land?


3.

Hoe realistisch is de doelstelling in het Italiaanse stabiliteitsprogramma om in 2001 alsnog op een begrotingstekort van 1 procent uit te komen?


4.

Hoe reëel is de vrees dat deze inbreuk op het stabiliteitspact de hardheid van de euro voor lange tijd ondermijnt?


5.

Wat zijn de gevolgen van een zwakkere euro voor de Nederlandse economie?


6.

Is er grond om te veronderstellen dat ook andere Eurolanden zullen verzoeken om aanpassing van hun stabiliteitsprogramma? Zo ja, geeft u dan wederom uw toestemming?


7.

Hoe reageert u in dit verband op het voorstel van uw collega Strauss-Kahn uit Frankrijk de afspraken over de begrotingstekorten in het eurogebied te wijzigen?

ANTWOORDEN:


1.

Tijdens de bespreking van de globale richtsnoeren voor het economische beleid in de Ecofin Raad van 25 mei gaf Italië aan dat de sterke groeivertraging in dat land ertoe zou kunnen leiden dat het tekort dit jaar tussen de 2,0% BBP en de 2,4% BBP uitkomt. Daarmee gaf Italië aan dat er een kans bestaat dat de tekortdoelstelling uit het stabiliteitsprogramma van 2% BBP voor 1999 niet gehaald zal worden. In reactie hierop heb ik aangegeven dat tijdens de bespreking van het Italiaanse stabiliteitsprogramma in februari al duidelijk was dat de Italiaanse groeiveronderstellingen optimistisch waren. Ik heb gewezen op de brief die Minister Ciampi daarom had geschreven, waarin hij toegaf dat dit weliswaar het geval kon zijn, maar dat desondanks de doelstellingen van de Italiaanse regering niet zouden veranderen, in het bijzonder niet de doelstelling van een tekort van 1% BBP in 2001.

De Ecofin kon uiteindelijk leven met een tekst waarin Italië wordt opgeroepen de afwijking van de tekortdoelstelling van 2,0% BBP zo beperkt mogelijk te houden, waarbij het tekort in ieder geval onder de 2,4% moet blijven. Belangrijk is dat erop wordt gewezen dat het bereiken van de tekortdoelstelling van 1% BBP in 2001 extra corrigerende maatregelen met zich mee zou kunnen brengen. Al met al blijven de oorspronkelijke doelstellingen dus staan en wordt aangegeven dat Italië waarschijnlijk extra maatregelen moet nemen om deze doelstellingen te bereiken.

2 en 3.
Vlak voordat in mei 1998 een besluit werd genomen over de vraag welke landen tot de EMU zouden toetreden, heeft Italië zich vastgelegd op het aanpassingspad voor het EMU-tekort zoals dat ook is vastgelegd in het Italiaanse stabiliteitsprogramma. Doelstelling voor dit jaar is een tekort van 2,0% BBP, doelstelling voor volgend jaar is een tekort van 1,5% BBP en de doelstelling voor 2001 is een tekort van 1% BBP. De recente discussie in de Ecofin ging over het aanpassingspad in de richting van de middellange termijn-doelstelling. De middellange termijn-doelstelling zelf heeft niet ter discussie gestaan. De Ecofin Raad heeft geconcludeerd dat het bereiken van de tekortdoelstelling van 1% BBP in 2001 additionele corrigerende maatregelen met zich mee zou kunnen brengen.
Italië zal zich dus moeten houden aan de middellange termijn-doelstelling en indien nodig extra maatregelen moeten nemen. De Italiaanse Minister van Financiën is ook deze mening toegedaan.


4.

De uitkomst van de Ecofin leidt niet tot een inbreuk op het stabiliteitspact. In het kader van de bespreking van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid is vroegtijdig duidelijk geworden dat Italië de begrotingsdoelstelling voor dit jaar wellicht niet zal halen, zonder dat overigens de 3% BBP grens wordt overschreden. Juist omdat in het kader van het stabiliteitspact een aantal nieuwe procedures zijn ingesteld, waaronder de bespreking van de stabilliteitsprogramma.s, wordt nu vroegtijdig gesignaleerd dat een afwijking van het aanpassingspad dreigt, zodat het nog mogelijk is om corrigerende maatregelen te nemen en zo weer op het aanpassingspad te komen. Daarmee wordt juist voorkomen dat de hardheid van de euro op de wat langere termijn wordt ondermijnd.


5.

Indien u met de term .zwakke euro. doelt op de recente depreciatie van de koers van de euro, dan kan ik u verwijzen naar de onzekerheidsvariant die is beschreven in het CEP .99. Hierin worden de effecten van een wisselkoersdepreciatie in termen van afwijkingen ten opzichte van het basispad beschreven. Een 5% hogere koers van dollar en pond leidt in 1999 en 2000 cumulatief tot een 0,8% en 1,3% hogere uitvoer van goederen (exclusief energie). De investeringen van de bedrijven nemen in 1999 en 2000 cumulatief met 0,4% en 1,3% toe. De consumptieprijs valt in 1999 en 2000 cumulatief 0,2% en 0,6% hoger uit. Het BBP van Nederland komt in deze jaren 0,2% en 0,5% hoger uit en de werkgelegenheid neemt met 0,1% en 0,3% toe. Juist door de komst van de euro is de invloed van wisselkoersontwikkelingen op de reële economie overigens afgenomen, omdat de eurozone als geheel een vrij gesloten economie is. Daarnaast zal de ECB moeten beoordelen welke invloed de wisselkoersontwikkeling heeft op de inflatievooruitzichten van de eurozone. Via de invoerprijzen leidt een depreciatie van de euro namelijk tot een hogere inflatie.
Indien u met de term .zwakke euro. doelt op de gevolgen van inflatie op de wat langere termijn, dan verwijs ik naar de bijgevoegde inventarisatie die de ECB in het maandbericht van januari heeft gemaakt. Deze inventarisatie is algemeen geldig, en dus ook van toepassing op de Nederlandse economie. Kort samengevat zorgt inflatie voor onzekerheid over het prijsniveau, waardoor een doelmatige allocatie van middelen wordt verstoord, zowel tussen mogelijke alternatieven als in de tijd. Een bekend voorbeeld is dat van de spaargelden die minder waard worden.
Juist vanwege het belang dat wordt gehecht aan prijsstabiliteit, is het beleidsmatige raamwerk voor de EMU gericht op het creëren van een zone van financieel-economische stabiliteit. Belangrijke elementen zijn de onafhankelijke ECB die als hoofddoelstelling prijsstabiliteit heeft en het Stabiliteitspact, dat bindende randvoorwaarden stelt aan de begrotingen van de lidstaten. Zoals de heer Duisenberg recent ook heeft aangegeven, is de hardheid van de euro in dat opzicht niet in gevaar. Zowel voor dit jaar als het volgend jaar wordt verwacht dat de inflatie in de EMU gemiddeld beneden de 2% zal liggen, welke de ECB hanteert als bovengrens van het begrip prijsstabiliteit.


6.

Italië heeft niet verzocht om aanpassing van het stabiliteitsprogramma. Er bestaat geen grond te veronderstellen dat andere landen dat wel zullen doen.


7.

Mij is een dergelijk voorstel niet bekend. Ik zie evenmin aanleiding om te veronderstellen dat collega Strauss-Kahn met een dergelijk voorstel zal komen.

Woordvoerder: drs. F.F.M. Kemperman
tel.: 070 - 342 8236

11 jun 99 11:33

Deel: ' Antwoord kamervragen over Italiaans begrotingstekort '




Lees ook