Tweede Kamer der Staten Generaal

aanh9900.566 voorstellen uit nieuwjaarsspeeches van korpschefs
Gemaakt: 8-2-2000 tijd: 16:31


2

De voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 4 februari 2000

Onderwerp

Vragen van de leden Van de Camp en Rietkerk over voorstellen uit nieuwjaarsspeeches van korpschefs

Hierbij doe ik u, mede namens de Minister van Justitie, de antwoorden toekomen op de vragen van de leden Van de Camp en Rietkerk aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie over voorstellen uit nieuwjaarsspeeches van korpschefs (kenmerk 2990005220).

DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES a.i.,

R.H.L.M. van Boxtel

Vragen van de leden Van de Camp en Rietkerk aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie over voorstellen uit nieuwjaarsspeeches van korpschefs (ingezonden 13 januari 2000)

kenmerk 2990005220

Vraag 1

Ja, althans voor zover daarvan in de media verslag is gedaan.

Vragen 2-4

Wij hechten eraan om in verband met de vragen die zijn gesteld ten algemene iets te zeggen over publieke uitlatingen van politiefunctionaris-sen in het algemeen en korps-chefs in het bijzonder, zoals recentelijk gedaan ter gelegenheid van diverse nieuwjaarsspeeches. De politie treedt op in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag (artikel 2 Politiewet 1993). Dat geldt ook voor de korpschef. Bovendien heeft de wetgever bij de totstandkoming van de Politiewet 1993 de korpschef nadrukkelijk gepositioneerd in een hiërarchische ondergeschiktheid aan de korpsbeheerder (artikel 24 Politiewet 1993). Een en ander laat onverlet dat de korpschef, gelet op zijn specifieke kennis van het politiemétier, in de praktijk een belangrijke adviserende rol met het oog op de politiek-bestuurlijke besturing van de politie vervult.

In lijn met het decentrale karakter van het politiebestel zijn in het systeem van de Politiewet 1993 noch de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties noch de minister van Justitie, maar is de korpsbeheerder ten volle verantwoordelijk voor het doen en laten van de aan hem hiërarchisch ondergeschikte korpschef, ook waar het gaat om publieke uitlatingen van deze hoogste ambtenaar van het korps. Het regionale college kan de korpsbeheerder terzake ter verantwoording roepen (artikel 30 Politiewet 1993). Ideeën en voorstellen die de korpschef heeft, kunnen via de reguliere weg door de korpsbeheerder onder de aandacht worden gebracht van de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie. Wij zijn dan ook van oordeel dat, gelet op de formele ondergeschiktheid aan de gezagsdragers en de korpsbe-heer-der, politiefunctionaris-sen in het algemeen en korps-chefs in het bijzonder een zekere terughoudendheid past in publieke uitlatingen, bijvoorbeeld tijdens nieuwjaarsrecepties.

Om die reden achten wij het niet aangewezen om thans in algemene zin nader in te gaan op (de samenhang tussen) de voorstellen in deze en eerdere nieuwjaarsspeeches, evenmin om de diverse voorstellen te becommentariëren.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Antwoord kamervragen over nieuwjaarsspeeches korpschefs '




Lees ook