Tweede Kamer der Staten Generaal

aanh9900.751 onkosten van bewindslieden

Gemaakt: 13-3-2000 tijd: 14:19


2

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 maart 2000

Onderwerp

Vragen van het Kamerlid Kant (SP) over de controle op de onkosten van de bewindslieden

Hierbij ontvangt u, mede namens de Minister-President, de beantwoording van de vragen van het Kamerlid Kant (SP) over de controle op de onkosten van de bewindslieden (ingezonden op 18 februari 2000, kenmerk 2990007240)

De Minister van Financiën,

ANTWOORDEN VAN DE DE MINISTER VAN FINANCIEN, MEDE NAMENS DE MINISTER-PRESIDENT, OP VRAGEN VAN HET KAMERLID KANT (SP) OVER DE CONTROLE OP DE ONKOSTEN VAN BEWINDSLIEDEN

Beantwoording vraag 1 tot en met 9

In reactie op de vragen naar aanleiding van het artikel in Nieuwe Revu wordt hieronder een uiteenzetting gegeven van de controle op de onkosten van bewindslieden.

De controlestructuur is een samenstel van:

? interne controle op de departementen;

? controle door de departementale accountantsdienst en

? (externe) controle door de Algemene Rekenkamer.

Interne controle

Binnen de hiervoor genoemde controlestructuur is de interne controle, die binnen een departement plaatsvindt, de belangrijkste. In tegenstelling tot de controle door de departementale accountantsdienst en de controle door de Algemene Rekenkamer vindt de interne controle plaats vóór de uitbetaling van een declaratie, zodat in dit stadium geverifieerd wordt of een declaratie aan de eisen voldoet.

Interne controle op de declaraties van de bewindslieden vindt op alle departementen plaats. Deze omvat onder meer de toetsing van de declaratie op de voorgeschreven procedures die voor declaraties gelden, de regelgeving, het budgettair kader en op ondertekening en berekening. De aan de declaraties ten grondslag liggende bewijsstukken zoals bonnetjes en prestatieverklaringen spelen bij het proces van interne controle een belangrijke rol. Behalve via declaratie kunnen de gemaakte onkosten ook worden gefactureerd.

De invulling van de interne controlefunctie ten aanzien van de declaraties en de organisatorische plaats daarvan kan per departement verschillen. In ieder geval zal steeds, alvorens tot betaling over te gaan, een betaalafdeling vaststellen of alle voorgeschreven interne controlehandelingen zijn uitgevoerd, waaronder de goedkeuring tot betaling door de budgethouder.

Naast de betaalafdeling en de budgethouder worden nog andere actoren betrokken bij de interne controle. Bij sommige departementen worden de declaraties van de bewindslieden op hoog ambtelijk niveau beoordeeld, bij andere departementen behoort dit tot de taak van een directie of bureau zoals bijvoorbeeld een Bureau Kabinetszaken, een bureau SG of een Directie Bestuursondersteuning. Daarnaast is de directie FEZ als controller verantwoordelijk voor het toezicht op de goede uitvoering van de interne controles.

Doordat de organisatorische inbedding en werkwijze van de interne controlefunctie op de departementen van elkaar afwijkt kunnen er verschillen bestaan in de plaats waar en de wijze waarop de goedkeuring van de declaraties plaatsvindt.

Departementale accountantsdienst

Een departementale accountantsdienst controleert ieder jaar het gevoerde financieel beheer en de uitkomsten daarvan in de financiële verantwoording van het departement. De accountantsdienst verstrekt over de financiële verantwoording een accountantsverklaring.

De accountantsdienst onderzoekt in de eerste plaats de opzet en de werking van het stelsel van maatregelen van interne controle (zie hiervoor). In de tweede plaats controleert de accountantsdienst zelf via cijferanalyses en deelwaarnemingen de diverse soorten uitgaven en ontvangsten van een departement.

Bij de inrichting van de controle laat de accountantsdienst zich leiden door de uitkomsten van een aan de controle voorafgaande risicoanalyse naar de opzet en werking van de interne controle, de aard van het risicoprofiel dat inherent is aan bepaalde uitgaven, en op basis van de bevindingen uit voorgaande controles. Op basis van de uitkomsten van de risicoanalyse bepaalt de accountantsdienst in welke mate bij de accountantscontrole kan worden gesteund op de administratief-organisatorische systemen en in welke omvang aanvullende, gegevensgerichte controle door middel van een steekproef c.q. deelwaarneming nodig is. Daar waar de analyse een verhoogd risico laat zien voor bepaalde (soorten) uitgaven zal de accountant bij zijn controle in verhoogde mate aandacht besteden aan de rechtmatigheid van deze uitgaven, onder meer door uitbreiding van de gegevensgerichte controle.

Algemene Rekenkamer

De Algemene Rekenkamer heeft de taak om te onderzoeken of het geld van de rijksoverheid rechtmatig en doelmatig wordt geïnd en uitgegeven. De Algemene Rekenkamer is onafhankelijk van de regering en de Staten-Generaal.

De Algemene Rekenkamer heeft ten behoeve van haar onderzoeken de bevoegdheid om alle stukken, waaronder de declaraties en bonnetjes van de bewindslieden, op te vragen. De Algemene Rekenkamer steunt bij haar rechtmatigheidsonderzoek zoveel mogelijk op de controles van de departementale accountantsdiensten. De Algemene Rekenkamer onderzoekt eerst of die controles voldoende systematisch en van voldoende kwaliteit zijn. Schieten de controles tekort dan kan de Algemene Rekenkamer zelf onderzoek doen om redelijke zekerheid te krijgen over de vraag of de ontvangsten en uitgaven volgens de regels zijn verantwoord.

De Algemene Rekenkamer rapporteerde in mei 1999 over haar rechtmatigheidsonderzoek over 1998 en zal in mei 2000 rapporteren over haar rechtmatigheidsonderzoek over 1999.

De hierboven beschreven controlestructuur geldt ook voor de declaraties van de staf van de departementen.

Conclusie

Bovenstaande controlestructuur biedt voldoende zekerheid voor een verantwoorde controle op de rechtmatigheid van de uitgaven van de bewindslieden en de staf.

De interne controlestructuur van de ministeries is als gevolg van de verschillen in besturingsmodellen en in organisatorische vormgeving op dit moment echter niet uniform.

Daarnaast vormt de invoering van het nieuwe belastingstelsel per 2001 aanleiding om naar de systematiek van declarabele kosten, onkostenvergoedingen en de fiscale behandeling in onderling verband te kijken. Het kabinet is voornemens om binnenkort te komen tot een samenhangend voorstel over de stroomlijning van deze regelingen en de administratieve organisatie daaromheen, waarbij gestreefd wordt naar het vergroten van uniformiteit en transparantie.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Antwoord kamervragen over onkosten van bewindslieden '




Lees ook