ministerie van economische zaken - persbericht 073

datum: 28-05-1999

positie en prestaties van de nederlandse mededingings autoriteit (nma)

de leden van de tweede kamer leers en verburg (beiden cda) hebben aan de minister van economische zaken op 7 mei 1999 de volgende schriftelijke vragen gesteld.

1 hebt u kennisgenomen van de uitspraken van mr. m. biesheuvel van de brauw blackstone westbroek over de positie en de prestaties van de nederlandse mededingings autoriteit (nma)? 1)

2 wat vindt u van de uitspraak dat "er in Nederland nauwelijks nog een objectief Forum is dat de prestaties van de NMA met gezag kan beoordelen omdat de meeste hoogleraren die dat zouden kunnen zich via hun BV's deelgenoot hebben gemaakt van de advieswereld of zich zelfs rechtstreeks aan de NMA hebben verhuurd als adviseur"? Kunt u deze uitspraak weerleggen? Zo neen, welke mogelijkheden hebt u dan nog voor een objectieve beoordeling van de toezichthouder zelf?

3 Deelt u de opvatting dat betwijfeld moet worden of de NMa nog wel bestaansrecht heeft nu "95% van de aangevraagde fusies en concentraties ook daadwerkelijk worden goedgekeurd"? Is dit inderdaad het geval? Valt er een verdeling te maken naar de grootte (ons marktbelang) van de aanvragen en de uiteindelijke goed- resp. afkeuringen. En dient naar uw mening het toezicht te worden verscherpt i.c. stringenter te worden toegepast?

4 Klopt de bewering dat: "het uiteindelijke NMa-oordeel sterk afhankelijk is van de behandelende ambtenaar"? Deelt u onze zorgen over deze bewering en bent u bereid om in overleg met de NMa deze zaak tot de bodem uit te zoeken?

5 Klopt het dat de NMa soms is opgetreden als bemiddelaar en - in het geval van de PTT-postbussen - het prijsbeleid vooraf heeft getoetst? Acht u dit wenselijk en acceptabel?

1) Forum over mededinging, Katholieke Universiteit Brabant d.d. 29 april 1999 (zie ook Trouw d.d. 30 april jl.

6 Geven de hiervoor genoemde vragen u niet voldoende aanleiding om af te zien van uw voornemen tot versnelde evaluatie van de NMa? Bent u bereid de omvorming tot een Zelfstandig Bestuursorgaan (ZBO) alsnog conform de gemaakte afspraken met de Kamer uit te voeren?

De Minister van Economische Zaken, A. Jorritsma-Lebbink, heeft deze vragen als volgt beantwoord.

1 Ja.

2 De mening dat er in Nederland nauwelijks nog een objectief forum is dat de prestaties van de NMa met gezag kan beoordelen deel ik niet. De uitspraak van de heer Biesheuvel heeft betrekking op een forum in wetenschappelijke kring. Op de samenstelling daarvan heb ik geen invloed. Aan de NMa is slechts een enkele adviseur uit wetenschappelijke kring verbonden. Het komt me voor dat daarbuiten nog voldoende kritisch vermogen resteert. Ik beoordeel als Minister van Economische Zaken de prestaties van de NMa, en de Tweede Kamer doet dat met mij. Bijvoorbeeld middels mijn bevindingen op het jaarverslag van de NMa die ik de Kamer, conform de Mededingingswet, vssr 1 juli van dit jaar zal doen toekomen. Mijn ambtenaren volgen het functioneren en presteren van de NMa. De rechter bewaakt de kwaliteit van de beslissingen van de NMa.

3 Ik deel deze opvatting niet. Het in de Mededingingswet neergelegde concentratietoezicht is preventief van aard. Dat betekent dat een groot aantal voorgenomen fusies en concentraties bij de NMa wordt aangemeld. De NMa beoordeelt in de voorfase of een vergunning is vereist. Daar vindt een schifting plaats. Uit de aard van het toezicht vloeit voort dat voor een aanzienlijk aantal zaken geen vergunning is vereist. De NMa heeft in 1998 154 concentratiemeldingen ontvangen. In 1998 is in 139 zaken een beslissing genomen. In zes gevallen concludeerde de NMa dat een vergunning was vereist, omdat sprake kon zijn van het ontstaan van een economische machtspositie die de concurrentie in de betreffende markt (of in een bepaalde deelmarkt) significant zou belemmeren. In 1998 is in vijf zaken vervolgens door partijen een aanvraag voor een vergunning bij de NMa ingediend (in een geval is de aanvraag in 1999 ingediend). In twee zaken heeft de NMa een vergunning verleend. In een zaak (RAI-Jaarbeurs) heeft de NMa de vergunning geweigerd. In twee gevallen hebben partijen de vergunningaanvraag ingetrokken nadat het concentratievoornemen was opgegeven. Het toezicht vindt plaats conform de Mededingingswet en ik zie daarom geen reden het toezicht te verscherpen of stringenter toe te passen.

4 Ik deel niet de zorg dat sprake zou zijn van enigerlei vorm van willekeur in de besluiten van de DG-NMa, die terug te voeren zou zijn op de keuze van de ambtenaren die betrokken waren bij het concipieren van deze besluiten. De NMa past de regels van de Mededingingswet toe en volgt de Europese jurisprudentie en beschikkingenpraktijk. Voorts hanteert de NMa verschillende interne kwaliteitswaarborgen voor het bewaken van de consistentie van de besluitvorming. De inhoud van het eindoordeel is dan ook niet afhankelijk van de subjectieve zienswijze van de meest direct betrokken ambtenaren. Ik zie geen enkele reden (de DG-NMa te verzoeken) een nader onderzoek in te stellen.

5 De NMa heeft klachten met de instemming van klagers en beklaagden ook informeel afgedaan. Een dergelijke handelwijze wordt gevolgd indien dit resulteert in een efficiente oplossing van het probleem, zoals de vrijwillige aanpassing van een overeenkomst of regeling waardoor de grond aan een klacht komt te ontvallen. Ik vind het wenselijk dat de NMa streeft naar versterking van naleving van de Mededingingswet. Een dergelijke procedure acht ik zinvol aangezien dit leidt tot een versterking van de naleving van de Mededingingswet op een efficiente wijze.

Over het besluit in het kader van de PTT-postbussen (zaaknummer 13) kan na raadpleging van de NMa het volgende worden opgemerkt. De NMa heeft een groot aantal klachten ontvangen over de voorgenomen introductie door PTT post B.V. van een jaarlijkse vergoeding van 250 gulden voor het gebruik van postbussen. De NMa heeft hierbij niet het prijsbeleid van PTT post B.V. getoetst, maar op basis van artikel 24 van de Mededingingswet een onderzoek ingesteld naar een mogelijk misbruik van een economische machtspositie door PTT post B.V. De NMa heeft geconcludeerd dat hier geen sprake van was.

6 Bovengenoemde vragen geven mij geen aanleiding mijn standpunt te wijzigen dat het wenselijk is de NMa versneld om te vormen tot een zelfstandig bestuursorgaan.

Deel: ' Antwoord kamervragen over positie en prestaties nmA '




Lees ook