Tweede Kamer der Staten Generaal

aanh9900.773 proces tegen de heer hakkar in frankrijk
Gemaakt: 20-3-2000 tijd: 11:44


2

Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 14 maart 2000

Betreft

Antwoord op de vragen van de leden Timmermans en Van Oven over het proces tegen de heer Hakkar in Frankrijk

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer d.d. 28 februari 2000

kenmerk 2990007640, waarbij gevoegd waren de door de Kamerleden Timmermans en Van Oven overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U als bijlage dezes het antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van de leden Timmermans en Van Oven over het proces tegen de heer Hakkar in Frankrijk

Vraag 1

Kent u de uitspraak uit 1997 van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inzake de kwestie Hakkar, waarbij Frankrijk is veroordeeld omdat de verdediging van de heer Hakkar niet op voldoende en effectieve wijze was verzekerd?

Antwoord

Ja, met dien verstande dat het hier een rapport van de voormalige Europese Commissie voor de Rechten van de Mens betrof. De zaak is destijds door geen van de betrokken partijen aan het Hof voorgelegd.

Vraag 2

Steunt u nog steeds de eis van het Comité van Ministers van de Raad van Europa aan Frankrijk om de heer Hakkar een eerlijk proces te geven? Is Frankrijk aan deze eis tegemoet gekomen?

Antwoord

Het Comité van Ministers eist niet met zoveel woorden van Frankrijk dat het de heer Hakkar alsnog een eerlijk proces geeft, maar dat het de geconstateerde schending zoveel mogelijk ongedaan maakt. Dit zou bijvoorbeeld ook in de vorm van gratie kunnen. Dergelijke consequenties heeft Frankrijk tot dusver niet getrokken. Ik steun volledig de eis van het Comité van Ministers dat zulks alsnog gebeurt.

Vraag 3

Deelt u de mening dat Frankrijk weigert de verplichtingen te eerbiedigen die voortvloeien uit beslissingen genomen op basis van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens?

Antwoord

Het antwoord op deze vraag wordt gecompliceerd door het feit dat noch het Verdrag, noch de Europese Commissie, noch het Comité van Ministers (kunnen) vaststellen hoe de verplichtingen van Frankrijk precies luiden. Vastgesteld is, door de Commissie, dat het strafproces van de heer Hakkar niet in overeenstemming is geweest met het Verdrag. Het Comité van Ministers heeft Frankrijk vervolgens op basis van het Verdrag verplicht een schadevergoeding aan de heer Hakkar te betalen. Dat heeft Frankrijk onverwijld gedaan. Welke maatregelen verder genomen moeten en kunnen worden naar aanleiding van een vaststelling van een schending van het Verdrag, is doorgaans in hoge mate afhankelijk van de nationale wetgeving en rechtsmiddelen. Wat echter telt is het resultaat. Dat is thans in elk geval onbevredigend. Frankrijk heeft laten weten dat geen nationale rechtsmiddelen ter beschikking staan voor bijvoorbeeld heropening van de strafprocedure, terwijl een gratieverzoek van de heer Hakkar na de beslissing door het Comité van Ministers inmiddels is afgewezen. Wel onderzoekt Frankrijk thans de mogelijkheid van wetswijziging teneinde heropening van afgesloten procedures naar aanleiding van een
internationaalrechterlijke uitspraak mogelijk te maken.
Vraag 4

Acht u het aanvaardbaar dat Frankrijk als lid van de Raad van Europa, maar ook als lid van de waardengemeenschap die Europese Unie heet, weigert aan zijn mensenrechtenverplichtingen te voldoen?

Antwoord

Zoals uiteengezet acht ik de huidige situatie onbevredigend. Ik heb dan ook waardering voor het feit dat de heer Jurgens, in zijn hoedanigheid van lid van de parlementaire vergadering van de Raad van Europa, aandacht voor deze zaak heeft gevraagd door middel van een bezoek aan de heer Hakkar.

Vraag 5

Bent u bereid dit onderwerp op de agenda van het aanstaande bezoek van de Franse President te zetten, ten einde rechtsherstel te bepleiten en, indien dit niet op korte termijn kan, de Franse President aan te sporen zijn recht te gebruiken om aan de heer Hakkar gratie te verlenen?

Antwoord

Het geëigende orgaan voor supervisie op de naleving van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is het Comité van Ministers van de Raad van Europa. In het Comité heeft Nederland zich voortdurend sterk gemaakt voor verdergaande maatregelen door Frankrijk ten aanzien van de heer Hakkar. Omdat lang niet alle lidstaten deze houding aannemen, heeft dit nog niet tot het gewenste resultaat geleid. Ik blijf echter alert op iedere mogelijkheid om de druk op Frankrijk binnen het Comité van Ministers te vergroten.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Antwoord kamervragen over proces tegen Hakkar in Frankrijk '




Lees ook