Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag
Directie Personenverkeer, Migratie en Consulaire Zaken

Afdeling Consulair-Maatschappelijke Zaken

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 7 april 1999
Kenmerk DPC/CM/mb
Blad /1
Bijlage(n) 1
Betreft Beantwoording vragen van het lid Van Dijke over

reisadvies Turkije

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer d.d. 26 maart 1999, kenmerk 2989910380, waarbij gevoegd waren de door het lid Van Dijke overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U als bijlage dezes mijn antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van

Buitenlandse Zaken, op vragen van het lid

Van Dijke.

Vraag 1.

Hebt u kennisgenomen van de aankondiging van de Koerdische PKK dat de toeristische streken in Turkije zijn uitgeroepen tot oorlogsgebieden?.

Antwoord

Ja.

Vraag 2.

Heeft de Duitse regering op grond van dit dreigement een negatief reisadvies uitgebracht? Zo ja, bent u bereid het Duitse voorbeeld te volgen? Zo neen, waarom niet?

Antwoord

Het reisadvies van de Duitse regering komt in grote lijnen overeen met het Nederlandse reisadvies.

Alvorens de diplomatieke vertegenwoordigers aan de hoofdsteden voorstellen doen tot het uitvaardigen van een reisadvies vindt overleg/afstemming plaats met de Europese partners in het betrokken land.

Met uitzondering van Italië heeft geen enkel EU-land een negatief reisadvies afgegeven.

Nederland had zijn reisadvies reeds op


23 februari 1999 aangescherpt. Nu de andere

EU-landen hun reisadvies rond 15 maart 1999 eveneens hebben aangescherpt, zitten alle landen (met uitzondering van Italië) op één lijn.

Vraag 3.

Als u onomwonden adviseert om niet naar bepaalde delen in Turkije te reizen, waarin onderscheidt zich dat van een negatief reisadvies?

Antwoord

Het huidige reisadvies omvat een negatief reisadvies voor het Zuid-Oosten van Turkije. Het onderscheid zit dus in de beperkte territoriale werking.

Vraag 4.

Bent u zich ervan bewust, dat - hoewel u adviseert niet naar bepaalde gebieden in Turkije te reizen - het achterwege blijven van een negatief reisadvies mensen de mogelijkheid ontneemt aanspraak te maken op annuleringsverzekeringen?

Antwoord

Ja.

Het door dit ministerie uitgegeven reisadvies heeft geen bindend karakter. Wanneer touroperators besluiten hun clientèle niet meer naar een bepaald land te laten vertrekken, draagt het ministerie daarvoor geen verantwoordelijkheid.

Vraag 5.

Welke rol speelt de ANVR bij de totstandkoming van uw oordeel omtrent de vraag of er al dan niet een negatief reisadvies moet worden gegeven?

Antwoord

Het ministerie van Buitenlandse Zaken oordeelt zelfstandig over de opstelling van de reisadviezen.

De ANVR is wel vertegenwoordigd in het Platform Vakantiereisadviezen. Indien in Europees verband is overeengekomen dat reizen naar een bepaald land wordt afgeraden vergadert het Platform Vakantiereisadviezen teneinde te beoordelen op welke wijze de reizigers tegemoetgekomen kunnen worden.

Vraag 6.

Kunt u aangeven welke financiële belangen er voor de ANVR aangesloten touroperators in het geding zijn bij een negatief reisadvies? Welke rol spelen deze financiële belangen bij de totstandkoming van uw oordeel omtrent een negatief reisadvies?

Antwoord.

Neen.

Wanneer na overleg met het Platform Vakantiereisadviezen een (negatief) reisadvies is uitgebracht is er voor de toerist een mogelijkheid om zijn reis te annuleren danwel een andere reisbestemming te kiezen.

De financiële belangen van de reiswereld hebben geen invloed op het totstandkomen van een (negatief) reisadvies.

Deel: ' Antwoord kamervragen over reisadvies Turkije '




Lees ook