Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

's Gravenhage
Directie Integratie Europa

Sociaal-Economische Financiële Aangelegenheden

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 15 februari 1999
Kenmerk 109/99
Blad /3
Bijlage(n) *
Betreft Kamervragen over het salaris van Europarlementariërs

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer, d.d. 2 februari 1999, kenmerk 2989906910, waarbij gevoegd waren de door het lid Van den Akker (CDA) overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U als bijlage dezes het antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Vragen van het lid Van den Akker (CDA) aan de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken over het salaris van Europarlementariërs. (Ingezonden 1 februari 1999)

Vraag 1:

Steunt de regering het door het Europees Parlement voorgestelde statuut volledig? Zo neen, welke problemen heeft de regering met het statuut?

Antwoord 1:

De regering is van oordeel dat het voorstel dat het Europees Parlement heeft gedaan voor een statuut een goede basis vormt voor besluitvorming over een alomvattende regeling voor de salarissen, pensioenen en onkostenvergoedingen. De regering is wel van oordeel dat de hoogte en de onderbouwing van een aantal financiële aspecten van de regeling kritisch door de Raad moeten worden bekeken.

Vraag 2:

Is het waar dat het Duitse voorzitterschap geen haast wil maken met de goedkeuring van dit statuut en zo ja, wat zijn de redenen daarvoor?

Antwoord 2:

Het Duitse Voorzitterschap leek aanvankelijk enige aarzelingen te hebben over het voorstel. Mede door druk van verschillende lidstaten, waaronder Nederland, heeft het Voorzitterschap in de Algemene Raad van
25 januari jl. toegezegd dat het dit dossier met voortvarendheid zal behandelen. Het statuutvoorstel is inmiddels al twee keer in een ambtelijke werkgroep van de Raad besproken.

Vraag 3:

Vindt de Nederlandse regering dat hier een zware verantwoordelijkheid ligt van de Raad nu het Europees Parlement zelf schoon schip heeft gemaakt?

Antwoord 3:

Het voorstel voor een statuut van het EuropeesParlement kan worden vastgesteld als het Verdragvan Amsterdam in werking is getreden. Het nieuwe artikel 138 EG bepaalt dat het statuut door het Europees Parlement kan worden vastgesteld nadat de Commissie is geraadpleegd en de Raad het voorstel met eenparigheid van stemmen heeft goedgekeurd. Het advies van de Commissie wordt medio februari verwacht. De beraadslagingen in de Raad over het voorstel zijn begonnen. De Raad heeft dus meteen zijn (mede-)wetgevende verantwoordelijkheid in dit dossier op zich genomen.

Vraag 4:

Deelt de regering de mening dat dit voorstel zo snel mogelijk zou moeten worden goedgekeurd door de Europese Ministerraad, zodat het nieuwe stelsel ook zo snel mogelijk kan worden ingevoerd?

Antwoord 4:

Ja.

Vraag 5:

Wat zal de regering ondernemen om de goedkeuring te bespoedigen, zodat de aanstaande Europese verkiezingen niet worden belast met een discussie over het controversiële oude salaris en vergoedingensysteem van het Europees Parlement?

Antwoord 5:

De regering heeft er in de Algemene Raad van 25 januari jl. al op aangedrongen dat de Raad spoedig begint met de bespreking van het voorstel.

Deel: ' Antwoord kamervragen over salaris Europarlementariërs '




Lees ook