Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over sluiting politieschool te heerlen
Gemaakt: 4-4-2000 tijd: 13:39


2

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 30 maart 2000

Onderwerp:

Kamervragen

Bij brief van 10 maart 2000 met kenmerk 2990008020 hebben mijn ambtgenoot van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en ik schriftelijke vragen ontvangen van de leden Rietkerk en van der Hoeven van uw Kamer over de sluiting van de politieschool te Heerlen. Hierbij doe ik u, mede namens mijn ambtgenoot van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, de antwoorden toekomen.

DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES,

K.G. de Vries


2990008020

Vragen van de leden Rietkerk en Van der Hoeven (beiden CDA) aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen over sluiting van de Politieschool te Heerlen.


1.

Ja.


2.

Binnen het Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie is een strategisch huisvestingsplan opgesteld dat is geënt op de toekomstige ontwikkelingen binnen het politieonderwijs, waarover u reeds bent geïnformeerd bij brief van 11 november 1999 (Kamerstukken II 1999/00,


26 345, nr. 26). In het huisvestingsplan wordt een streefscenario geschetst met betrekking tot een mogelijke lokatiestructuuur; in dit kader wordt gesproken over de sluiting van de politieschool te Heerlen.

Over het strategische huisvestingsplan heeft op ministerieel niveau nog geen besluitvorming plaatsgevonden. Ik ben voornemens om met de diverse bij het politieonderwijs betrokken partijen uitvoerig overleg te plegen alvorens ten aanzien van het plan een standpunt in te nemen. Ik zal u hierover te gelegener tijd informeren.


3.

Ja. In dat kader is het ook van belang dat ten aanzien van de vestiging van de basisopleidingen voor surveillant en agent voldoende flexibiliteit blijft bestaan om de geografische spreiding van vraag en aanbod op te vangen. Omdat de basisopleiding in de toekomst deels in het reguliere beroepsonderwijs en deels in de korpsen zal plaatsvinden, is en blijft een verantwoorde regionalisering van deze politieopleidingen binnen het verzorgingsgebied noodzakelijk. Hiermee wordt tevens de factor reistijd beperkt.


4.

Ja. In de brief van 14 januari 2000 (Kamerstukken II 26 345/26800 VII, nr. 29) hebben mijn ambtgenoot van Justitie en mijn ambtsvoorganger aan de Tweede Kamer aangegeven dat door het LSOP in het kader van het project «Politieonderwijs 2002» per regio is nagegaan met welke instellingen uit het reguliere beroepsonderwijs -die zich in kwalitatief opzicht in bijzondere mate onderscheiden van de overige instellingen- het intensieve samenwerkingsverband voor de vernieuwing van het politieonderwijs kan worden aangegaan. Bij de selectie is tevens aandacht besteed aan aspecten als: bestaande samenwerkingsrelaties met de politie, het gewenste aantal en geografische spreiding. Dit heeft geleid tot de selectie van de Regionale Opleidingscentra te Breda, Den Haag, Nijmegen, Amsterdam, Leeuwarden en Rotterdam. Gegeven de gehanteerde criteria, werden er geen Regionale Opleidingscentra in Limburg geselecteerd.

In het strategisch huisvestingsplan wordt voorts uitgegaan van een optimale grootte voor opleidingscentra en het aanbieden van onderwijs zo dicht mogelijk bij de klant. De combinatie van deze uitgangspunten leidt tot één opleidingscentrum voor Zuid-Nederland waarbij uit analyse blijkt dat de opleidingsbehoefte in Brabant het grootst is. Of dit consequenties heeft voor de politieschool te Heerlen zal onder andere afhangen van het in vraag (2) genoemde overleg.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Antwoord kamervragen over sluiting politieschool te Heerlen '




Lees ook