Tweede Kamer der Staten Generaal


26800vii.033 besluit voorzieningen remigratiewet
Gemaakt: 27-1-2000 tijd: 16:36


2


26 800-VII Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2000

Nr. 33 Lijst van vragen en antwoorden

Vastgesteld 18 januari 2000

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 1) heeft over het Besluit voorzieningen Remigratiewet, dat bij brief van de minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid van 29 oktober 1999 aan de Tweede Kamer is verzonden, de volgende vragen aan de regering ter beantwoording voorgelegd. De vragen, alsmede de daarop op 14 januari 2000 gegeven antwoorden, zijn hieronder afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

De Cloe

De griffier voor deze lijst,

Nava

LIJST VAN ANTWOORDEN

Met belangstelling heb ik kennis genomen van de vragen die de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het Besluit voorzieningen Remigratiewet heeft vastgesteld. Graag beantwoord ik deze vragen.

Wanneer zal de algemene maatregel van bestuur over de terugkeeroptie en de visumregelingen gereed zijn? Op welke wijze worden deze besprekingen in de Vreemdelingenwet geregeld? (blz. 7)

Wanneer wordt de andere algemene maatregel van bestuur, waarin de overige onderwerpen ter uitvoering van de Remigratiewet worden geregeld, verwacht? (blz.7)

De terugkeeroptie en de andere onderwerpen ter uitvoering van de Remigratiewet worden geregeld in het Uitvoeringsbesluit Remigratiewet. Deze algemene maatregel van bestuur is momenteel aan de Raad van State voorgelegd voor advies. Voorts is een derde algemene maatregel van bestuur in voorbereiding. Deze wordt opgesteld ter uitvoering van artikel 8c, tweede lid, van de Remigratiewet en zal de financiële verhouding tussen het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Sociale Verzekeringsbank (SVB), als uitvoeringsorgaan van de Remigratiewet, nader regelen. Deze laatste algemene maatregel van bestuur wordt in januari 2000 aan de ministerraad voorgelegd. De beleidslijn met betrekking tot het Schengen-meerjarenvisum is reeds uitgewerkt. Deze visumregeling kan niet in een algemene maatregel van bestuur worden geregeld, omdat hiervoor geen wettelijke basis bestaat. Nederland kent geen Visumwet. Momenteel wordt door het Ministerie van Buitenlandse Zaken de beleidslijn met betrekking tot het Schengen-meerjarenvisum omgezet in een instructie aan de Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland.

De artikelen in het Uitvoeringsbesluit Remigratiewet die de terugkeeroptie regelen zullen op onderdelen moeten worden aangepast indien de nieuwe Vreemdelingenwet in werking treedt.

In welke opzichten en in welke omvang zijn er verschillen in uitkeringsrechten tussen remigranten die vóór en die welke ná de inwerkingtreding van de Remigratiewet zijn teruggekeerd? (blz. 7)

Er is geen verschil tussen de financiële faciliteiten op grond van de huidige Basisremigratiesubsidieregeling 1985 en de basisvoorzieningen op grond van de Remigratiewet, behoudens een gering hoogteverschil in de tegemoetkomingen voor de hervestiging die in de toekomst zal worden (mee)geïndexeerd.

De huidige Remigratieregeling 1985 is alleen van toepassing op personen van vijftig jaar en ouder, terwijl de remigratievoorzieningen op basis van de Remigratiewet van toepassing zijn op aanvragers die 45 jaar en ouder zijn.

Remigranten die na inwerkingtreding van de Remigratiewet remigreren:

hebben recht op een ziekenfondsverzekering of een tegemoetkoming om zelf een ziektekostenverzekering te kunnen afsluiten in het bestemmingsland;

kunnen gebruik maken van een terugkeeroptie binnen één jaar nadat tot remigratie is overgegaan; en

hebben recht op geïndexeerde periodieke uitkeringen.

Een ander verschil is het volgende. Meerderjarige inwonende kinderen kunnen op basis van de huidige regelingen met de remigrant meeremigreren en op grond daarvan alleen voor een vergoeding van vervoers- en bagagekosten in aanmerking komen. Na inwerkingtreding van de wet dienen meerderjarige (inwonende) kinderen zelf een aanvraag in te dienen om met de basisvoorzieningen te remigreren. Indien zij voldoen aan de voorwaarden komen zij niet alleen in aanmerking voor een vergoeding van vervoers- en bagagekosten, maar ook voor een tegemoetkoming in de kosten van hervestiging.

De individualisering van de remigratievoorzieningen en de voorzieningen voor minderjarige kinderen na overlijden van hun ouders geldt voor remigranten, partners en kinderen die vóór en ná inwerkingtreding van de Remigratiewet zijn geremigreerd. Echter recht op individualisering van de remigratievoorzieningen ontstaat eerst, indien verbreking van het duurzaam samenlevingsverband plaats vindt ná inwerkingtreding van de wet. Ook het recht op een zelfstandige nabestaandenuitkering voor minderjarige kinderen tot aan hun meerderjarigheid ontstaat alleen indien het overlijden van hun ouders plaats vindt na inwerkingtreding van de Remigratiewet.


4. Betekent het kiezen voor een systeem van vaststelling van bruto bedragen, welk systeem geldt voor zowel remigratie-uitkeringen die reeds vóór de inwerkingtreding van de wet zijn toegekend als ook voor uitkeringen die ná de inwerkingtreding zullen worden toegekend, dat de regering op deze wijze uitvoering geeft aan de motie van de leden Oedayrai Singh Varma, Apostolou, Wessels en Dankers (kamerstukken II
1997/98, 25 741, nr. 16)? Welke bedragen worden op dit moment toegekend aan de remigranten? Zal de nieuwe belastingwetgeving van invloed zijn op de netto bedragen van de remigratie-uitkering? Zo ja, kunnen de gevolgen daarvan worden aangegeven? (blz. 8)

Het vaststellen van bruto bedragen voor alle remigranten beoogt geen uitvoering te geven aan bedoelde motie, die overigens is aangehouden.

Gekozen is voor het systeem van vaststelling van bruto bedragen, omdat het netto systeem op basis van de huidige remigratieregelingen berekeningsproblemen kan opleveren in combinatie met de indexering en het verstrekken van een ziekenfondsverzekering of een tegemoetkoming in de kosten van het zelf afsluiten van een verzekeringsovereenkomst tegen ziektekosten. Een dergelijke tegemoetkoming wordt in het Nederlandse belastingsysteem beschouwd als inkomen, waarop eveneens inhoudingen van toepassing zijn. Daarnaast is het bruto systeem in overeenstemming met de algemeen in uitkeringswetten en -regelingen geldende systematiek. Zowel in het huidige netto systeem als in het nieuwe bruto systeem krijgen remigranten de bedragen netto uitgekeerd.

De hoogte van de periodieke uitkering op grond van de Remigratieregeling 1985 is afhankelijk van het basisbestaansniveau per land, de gezinssituatie en eventuele rechten op andere uitkeringen.

Op dit moment bedraagt de netto periodieke (maandelijkse) remigratie-uitkering, indien er recht bestaat op de maximale remigratie-uitkering, voor de belangrijkste remigratielanden:

Turkije

Marokko

Tunesië

voormalig Joegoslavië

Kaapverdië

Suriname

Chili

alleenstaand


650


760


760


760


650


760


760

alleenstaand


+ kind < dan


18 jaar


840


980


980


980


840


980


980

gehuwd/

samenwonend


930


1080


1080


1080


930


1080


1080

De nieuwe belastingwetgeving zal van toepassing zijn op de periodieke uitkeringen van de Remigratiewet. De bruto bedragen zullen worden aangepast aan de wijzigingen die als gevolg van de nieuwe belastingwet zullen optreden in de inhoudingen op de periodieke uitkeringen.

In welke gevallen leidt het systeem van bruto vast te stellen bedragen er niet toe dat de netto uitkering aan reeds geremigreerden even hoog blijft? En kunnen er zich situaties voordoen dat de bedragen lager uitvallen dan eerst? Kan voor een aantal landen een rekenvoorbeeld gegeven worden waarin de indexeringssystematiek tot uitdrukking komt? (blz. 8)

Het systeem van bruto vast te stellen en administratief bruto te verwerken bedragen leidt in generieke zin niet tot verschillen in uitkeringshoogte voor de bestaande uitkeringsgerechtigden. De uitvoering is erop gericht in generieke zin het geldende netto bedrag als uitkeringshoogte te behouden voor deze groep uitkeringsgerechtigden.

De SVB heeft de netto effecten van individuele remigranten geanalyseerd, uitgaand van een bruto uitkeringsbedrag. De conclusie hieruit is dat door uit te gaan van bruto garantiebedragen het overgrote deel van de remigranten (99%) er niet op achteruit of op vooruit gaat. In uitzonderingssituaties (minder dan 1% van de remigranten met een remigratie-uitkering) kunnen als gevolg van toegepaste loonheffing verschillen optreden van min fl. 15,- tot plus fl. 15,- per maand.

Het indexeringssysteem is niet gerelateerd aan kostenstijgingen in de bestemmingslanden. Dit zou tot een vrijwel ondoenlijke uitvoeringspraktijk leiden. Bovendien zorgt de internationale ruilvoet van de valuta's, dat de remigrant steeds de tegenwaarde in Nederlandse guldens en te zijner tijd in Euro's krijgt uitgekeerd en hij dus geen nadelen ondervindt van inflatie aldaar. Gekozen is voor een systematiek waarbij jaarlijks de helft van het in Nederland toegepaste indexeringspercentage voor de Algemene bijstandswet (Abw) als index voor de verhoging van de remigratie-uitkering wordt gehanteerd. De periodieke uitkering blijft zodoende bij benadering de bestaanskosten in het bestemmingsland volgen.


6. Hoe wordt de stellingname, dat het van belang is dat de remigratie-uitkering periodiek wordt aangepast, omdat op deze wijze rekening kan worden gehouden met stijging in het basisbestaansniveau van de diverse bestemmingslanden, geconcretiseerd bij de vaststelling van de remigratie-uitkeringen zodra de Remigratiewet in werking treedt? (blz. 8)

Voor de beantwoording van deze vraag wordt kortheidshalve verwezen naar het antwoord op vraag 5.


7. Over welke verdragen met betrekking tot ziektekostenverzekeringen, medische zorg en sociale uitkeringen vinden momenteel onderhandelingen plaats? Met welke landen? Hoe ziet de tijdsplanning eruit? (blz. 9)

De meeste sociale zekerheidsverdragen die door Nederland worden gesloten hebben zowel betrekking op sociale uitkeringen als op medische zorg, doch dat laatste alleen indien de verdragspartner een wettelijk stelsel van ziektekostenverzekering kent. Er is dus een aantal sociale zekerheidsverdragen die alleen betrekking hebben op sociale uitkeringen.

Er zijn op dit moment nog geen verdragsonderhandelingen waarbij de ziekenfondsverzekering voor remigranten onderwerp van onderhandeling is. Zodra de Remigratiewet in werking is getreden zullen, met het oog op verdragswijziging, door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de onderhandelingen met de daarvoor in aanmerking komende verdragspartners worden ingeleid. Er wordt naar gestreefd om ultimo
2000 met 2 à 3 landen tot effectieve onderhandeling te komen.

In het kader van de Wet beperking export uitkeringen is voor het recht op een sociale verzekeringsuitkering buiten Nederland vereist dat met het desbetreffende land een verdragsrelatie bestaat. Dat geldt op dit moment voor de landen van de Europese Unie (EU) en de Europese

Economische Ruimte (EER). Daarnaast heeft Nederland reeds met een groot

aantal landen een verdrag inzake sociale zekerheid gesloten, waaronder

Turkije en Marokko. Een verdrag met Indonesië wordt in het voorjaar van 2000 ondertekend. Onderhandelingen over een sociaal zekerheidsverdrag worden op dit moment gevoerd met Québec en Zuid-Korea. Hierin wordt niet voorzien in een regeling inzake medische zorg. De planning is dat deze verdragen medio 2000 in werking treden. Verder worden binnenkort onderhandelingen gestart met FYROM (Macedonië), Hongarije,

Malta, Polen, Suriname, Tsjechië en Uruguay. Op dit moment is zeker dat in het verdrag met Macedonië een onderdeel medische zorg wordt opgenomen en met betrekking tot Suriname is dat het uitgangspunt. De planning is dat deze onderhandelingen ultimo 2000 in een verdrag resulteren.


8. Kan, in verband met de mogelijkheid om ziekenfondsaanspraken geldend te maken, een overzicht worden gegeven van de landen waarmee Nederland een verdrag heeft afgesloten, welke verdragen in voorbereiding zijn en ten aanzien van welke landen nog geen initiatieven zijn ondernomen? Is bij het ontbreken van een dergelijk verdrag de tegemoetkoming in de kosten ten behoeve van het zelf afsluiten van een verzekeringsovereenkomst tegen ziektekosten in het bestemmingsland van een zelfde orde van grootte als in het geval dat tussen Nederland en het bestemmingsland wel een verdrag is gesloten? (blz. 9).

Nederland heeft verdragsrelaties waarvan de verlening van medische zorg deel uitmaakt met de volgende staten. Hiervan maakt de categorie remigranten echter nog geen onderdeel uit.


- Alle landen van de EU en de EER. Met Zwitserland bestaat op dit moment alleen een verdragsrelatie met betrekking tot de sociale zekerheid van Rijnvarenden. Het huidige bilaterale verdrag met Zwitserland bevat geen bepalingen met betrekking tot de verlening van medische zorg. Recent is een verdrag tussen de EU-lidstaten en Zwitserland tot stand gekomen waarin met betrekking tot het onderdeel sociale zekerheid (waaronder medische zorg) is overeengekomen de Verordening (EEG nr. 1408/71) toe te passen. Dit verdrag is door Nederland nog niet geratificeerd.


- Voorts bestaan verdragen met Turkije, Marokko, Tunesië en Kaapverdië. Met betrekking tot de staten die behoren tot de voormalige Republiek Joegoslavië wordt het oude Nederlands-Joegoslavische verdrag inzake sociale zekerheid toegepast, zolang dat verdrag met de onderscheiden staten niet is vervangen door een nieuw. In voorbereiding zijn verdragen met Kroatië en Slovenië. Er is een verzoek van Macedonië om op korte termijn onderhandelingen op te starten.


- Remigranten die naast de remigratie-uitkering een sociale zekerheidsuitkering genieten uit hoofde waarvan zij reeds ziekenfondsverzekerd zijn, kunnen direct na inwerkingtreding van de Remigratiewet hun ziekenfondsaanspraken in de voornoemde verdragslanden geldend maken. Een uitzondering hierop vormt vooralsnog het verdrag met Marokko, dat geen voorzieningen kent voor aanspraken voor in Marokko wonende rechthebbenden op een Nederlandse uitkering. In een nieuw verdrag is dit wel geregeld. Dit nieuwe verdrag is door Nederland reeds geratificeerd, maar door Marokko nog niet.

Voor de stand van zaken rond de aanpassing van de sociale zekerheidsverdragen in verband met de ziekenfondsverzekering voor remigranten wordt verwezen naar het antwoord op vraag 7.

Het antwoord op de laatste vraag van vraag 8 luidt bevestigend. De tegemoetkoming voor het zelf afsluiten van een ziektekostenverzekering is afhankelijk van de hoogte van de optelsom van procentuele en nominale premies verschuldigd in het kader van de Ziekenfondswet en over deze premies verschuldigde loonheffing. De remigrant blijft in beginsel zelf verantwoordelijk voor het afsluiten van een ziektekostenverzekering. De kosten van de tegemoetkoming, die hiervoor aan de remigrant wordt verstrekt, worden door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gedragen. Het betrokken bedrag van de tegemoetkoming wordt additioneel toegevoegd aan de periodieke uitkering van de Remigratiewet.


9. Welke groepen remigranten komen in aanmerking voor een eenmalige uitkering en welke voor een maandelijkse uitkering? Om hoeveel remigranten verwacht de regering dat het de komende jaren in beide uitkeringsgroepen zal gaan? (artikel 5, blz. 11)

Remigranten tot 45 jaar komen, indien wordt voldaan aan de overige voorwaarden, naast een vergoeding van de kosten van vervoer van personen en goederen in aanmerking voor een eenmalige tegemoetkoming in de kosten van hervestiging. Remigranten van 45 jaar en ouder komen, indien eveneens wordt voldaan aan de overige voorwaarden, naast een vergoeding van de kosten van vervoer van personen en goederen in aanmerking voor een periodieke remigratie-uitkering. Indien recht bestaat op een remigratie-uitkering vervalt het recht op een eenmalige tegemoetkoming in de kosten van hervestiging. De reden hiervan is dat door middel van de periodieke remigratie-uitkering reeds in de bestaanskosten van de remigrant wordt voorzien. Hiermee is aangesloten bij de systematiek zoals die in huidige regelingen is opgenomen.

In het onderstaande overzicht is aangegeven om hoeveel remigranten, op basis van uiteraard een prognose, het naar verwachting zal gaan in de komende jaren, voor:

de eenmalige tegemoetkoming in de kosten van hervestiging na aankomst in het bestemmingsland

de periodieke remigratie-uitkering.

aantallen


2000


2001


2002


2003


2004

eenmalige tegemoetkoming

hervestiging


45


45


45


45


45

gemiddeld aantal met recht op een periodieke remigratie-uitkering


4970


5515


5810


6070


6315


10. Op grond waarvan komt de regering tot het uitgangspunt dat de hoogte van een eenmalige uitkering gelijk is aan twee maandelijkse uitkeringen? Welke alternatieven zijn daarbij onderzocht en op grond waarvan zijn zij minder geschikt bevonden? Zijn deze bedragen in alle gevallen toereikend voor het overbruggen van een inkomensloze periode in het remigratieland? Is er ruimte voor een individuele toetsing en/of toepassing mogelijk? Waarom (niet)? (artikel 5, blz. 11)

De eenmalige tegemoetkoming is een handreiking voor de kosten van hervestiging. In feite is het een bestendiging op dit punt van de toepassing van de huidige Basisremigratiesubsidieregeling 1985 uitgaande van het beschikbare budget. Het bedrag van de eenmalige tegemoetkoming is samengesteld uit een optelsom van twee maandelijkse periodieke remigratie-uitkeringen en is gebleken voldoende te zijn om eventueel ontbreken van een inkomen in de eerste twee maanden na remigratie te kunnen opvangen. Het is een generieke regeling en de hoogte is impliciet mede naar bestemmingsland gedifferentieerd en naar de leefsituatie van de remigrant (alleenstaande, alleenstaande met kinderen of met een partner). De keuze voor deze systematiek is ingegeven door overwegingen van een uitvoerbare toepassingspraktijk en van een beheersbaar en hanteerbaar budgettair regime.


11. Heeft de regering overwogen de Algemene bijstandswet als grondslag voor de vaststelling van de hoogte van de remigratie-uitkering te nemen in plaats van het basisbestaansniveau per land? Zo nee, waarom niet? Kan voor een aantal landen en voor verschillende gevallen in een matrix worden aangegeven hoe hoog de uitkering is? (artikel 7, blz.
11)

Neen. De Abw is gebaseerd op de leefsituatie alhier. Wel is bij de berekening van de hoogte van de remigratie-uitkering enigermate een relatie gelegd met de uitkeringshoogte van de Abw om tot een benadering van de kosten van het bestaan elders te komen. De kosten van het bestaan in de herkomstlanden van de doelgroepen van de Remigratiewet zijn over het algemeen goed op te vangen met de periodieke remigratie-uitkering, omdat de levensstandaard daar lager is dan in Nederland. Bovendien is de handhaving van de Abw in Nederland beter uitvoerbaar en heeft de remigrant geen bijkomende verplichtingen, zoals die gelden voor de Abw, bijvoorbeeld een inkomens- of vermogenstoets.

Bij inwerkingtreding van de Remigratiewet zullen de netto uit te betalen remigratie-uitkeringen even hoog blijven, of zelfs iets hoger worden, dan thans op grond van de Remigratieregeling 1985 het geval is. Voor deze netto bedragen van de remigratie-uitkeringen wordt verwezen naar de tabel bij het antwoord op vraag 4.

Wel zullen bij inwerkingtreding van de wet deze netto bedragen van de remigratie-uitkeringen gebruteerd worden vastgesteld. Bovendien zullen deze gebruteerde bedragen voor remigranten die na inwerkingtreding van de wet zijn geremigreerd per 1 januari 2001 worden geïndexeerd. Voorts zal aan deze zelfde categorie remigranten naast de periodieke remigratie-uitkering additioneel een ziektekostenvergoeding worden verstrekt. Indien er met het bestemmingsland nog geen sociaal zekerheidsverdrag bestaat op grond waarvan remigranten recht hebben op een ziekenfondsverzekering wordt aan deze remigranten een tegemoetkoming verstrekt in de kosten van het zelf afsluiten van een verzekeringsovereenkomst. Bestaat er met het bestemmingsland wel zo'n verdrag dan wordt aan deze remigranten geen geldelijke tegemoetkoming verstrekt, maar wordt de ziekenfondspremie voor bedoelde remigranten betaald door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.


12.
Kan een overzicht worden gegeven van de hoogte van de voor de verschillende landen geldende uitkeringsbedragen, onderscheiden naar de genoemde categorieën? (artikel 7, blz. 11)

Voor de beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar de antwoorden op de vragen 4 en 11.


13. Kan worden aangegeven waar de inschatting van de bestaansniveaus op is gebaseerd? Waarom stelt de regering dat daarin geen wijziging worden aangebracht en hoe moet deze uitspraak voor de langere termijn worden geïnterpreteerd? Welke ontwikkelingen in dit kader hebben plaats gehad in bijvoorbeeld Marokko, Turkije en Suriname (artikel 7, blz. 11)

Door de dynamiek in de bestaanskosten van de vele bestemmingslanden van remigranten is het uitermate moeilijk om een betrouwbaar, hanteerbaar en praktisch uitvoerbaar berekeningssysteem te ontwikkelen, dat ook de wijzigingen in de bestaanskosten elders op de voet volgt, op grond waarvan uitkeringshoogten telkenmale zouden moeten worden aangepast. Bovendien zorgt de internationale ruilvoet, dat de valutawaarde van de remigratie-uitkering in Nederlandse guldens en te zijner tijd in Euro's gehandhaafd blijft, zodat de remigrant geen nadelen ondervindt van inflatoire ontwikkelingen in het bestemmingsland. Verder is voor de financiering van de voorzieningen van de Remigratiewet uitgegaan van een budgettair neutraal model. Dit staat geen extra kosten toe. Voorts dient in de overwegingen te worden betrokken, dat het budget van de remigrant die gebruik maakt van de nieuwe voorzieningen van de Remigratiewet groter is geworden, omdat de ziektekostenvoorziening additioneel aan de bestaande periodieke uitkering wordt toegevoegd en ten laste komt van de Nederlandse staat. Remigranten die zijn vertrokken vóór de inwerkingtreding van de Remigratiewet moeten hun ziektekostenverzekering in voorkomend geval immers zelf betalen uit hun remigratie-uitkering. Bovendien wordt de periodieke uitkering geïndexeeerd en is er in de toekomst (vanaf 1 januari 2001) dus vrijwel een permanente stijging van de uitkeringshoogte.


14. Waarom is geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot aanpassing van de bedragen van de remigratie-uitkering? Hoe beoordeelt de regering deze beslissing? Moet de aanpassing van de remigratie-uitkering die sinds 1985 ongewijzigd is gebleven niet los worden gezien van de jaarlijkse indexering van de remigratie-uitkering? Dient niet eerst te worden vastgesteld welke hoogte van de uitkering redelijk en billijk is in vergelijking met
1985? (artikel 8, blz. 12)

Voor de beantwoording van deze vraag wordt kortheidshalve verwezen naar de antwoorden op de vragen 10, 11, 13. Voorts is een evaluatie van de Remigratiewet binnen vier jaar na inwerkingtreding van deze wet voorzien, zodat dan bezien kan worden of en welke aanpassingen eventueel wenselijk zijn.


15. Is het niet inconsistent om de uitkeringsbedragen vast te stellen op grond van die inschatting van het basisbestaansniveau, terwijl de jaarlijkse indexering plaats vindt op grond van de Algemene bijstandswet? (artikel 8, blz. 12)

Ook voor de beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar de antwoorden op de vragen 5, 11 en 13.


16.
Op welke wijze wordt bij de gekozen indexeringssystematiek rekening gehouden met de levensstandaard in het bestemmingsland? Wat is het gewicht van de genoemde wegingsfactoren (de doorgaans lagere levensstandaard in een bestemmingsland en de gemiddelde kosten van het bestaan in Nederland)? Welke rol speelt het uitgangspunt van budgettaire neutraliteit in dit verband? Is het denkbaar dat, uitgaande van die budgettaire neutraliteit, de hoogte van de indexeringen achter kan blijven bij een explosieve stijging van de levensstandaard in de bestemmingslanden? Kan voor enkele landen een rekenvoorbeeld worden gegeven inzake de indexeringssystematiek? (artikel 8, blz. 12)

Zie voor de beantwoording van deze vraag ook het antwoord op de vragen
5, 11 en 13.

De nieuwe voorzieningen van de Remigratiewet en dus ook de indexering van de uitkeringen moeten worden bekostigd uit de besparingen op de rijksvoorzieningen als gevolg van remigratie uit Nederland. Deze besparingen moeten toerekenbaar zijn aan de begrotingsposten van de betrokken departementen en vormden de basis van een toerekeningsformule bij de overdracht van het remigratiebudget door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op 1 januari
1997. Zoals bekend zijn zulke besparingen echter niet zonder meer aan de begroting voor remigratie over te dragen door het Ministerie van Financiën. Derhalve zijn extra kosten in het kader van de Remigratiewet niet zo maar op te vangen. (Hierbij wordt ook verwezen naar de brief van de toenmalige Minister van Binnenlandse Zaken van 10 april 1998, kamerstukken II 1997-98, nr. 25 741, nr. 17.)

Het uitgangspunt van budgettaire neutraliteit bepaalt inderdaad mede de budgettaire grenzen van de indexering.


17.
Wat wordt bedoeld met de zin dat de remigratie-index binnen het uitgangspunt van budgettaire neutraliteit valt? Betekent het uitgangspunt van budgettaire neutraliteit dat verruiming van het budget in de toekomst uitgesloten moet worden geacht? Hoe wordt gehandeld bij (dreigende) budgetoverschrijding? Hoe verhoudt de jaarlijkse aanpassing van de bruto bedragen van de remigratie-uitkeringen zich tot het uitgangspunt van budgettaire neutraliteit? (artikel 8, blz. 12)

Voor een toelichting van het begrip budgettair neutraal wordt verwezen naar het antwoord op vraag 16. De uitgaven voor de geïndexeerde uitkeringen van de remigratievoorzieningen vallen binnen de marge van de besparingen op de uitgaven van het Rijk voor de kosten van gezondheidszorgvoorzieningen alhier en voor de niet exporteerbare uitkeringen van het stelsel van de sociale zekerheid (zoals die van de Werkloosheidswet) als gevolg van die remigratie. Deze besparingen nemen toe naarmate het aantal remigranten toeneemt. Voor verruiming van het remigratiebudget gelden de normale begrotingsprocedures. De financieringssystematiek van de voorzieningen van de Remigratiewet is er juist op gericht om budgetoverschrijdingen te voorkomen.


18.
Welke alternatieven voor de gekozen indexeringssystematiek zijn bestudeerd en op grond waarvan zijn zij minder geschikt bevonden? Waarom wordt er niet periodiek gekeken naar de actuele stand van de munt en op grond daarvan het bedrag bijgesteld? (artikel 8, blz. 12)

Voor het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar de antwoorden op de vragen 5, 11, en 13.


19. Wordt er nu geïndexeerd uitgaande van de ongewijzigde uitkeringsbedragen uit het jaar 1985, vindt de periodieke aanpassing plaats met terugwerkende kracht tot 1985 of wordt er uitgegaan van de bedragen die onder de nieuwe regeling tot stand zullen komen? (artikel
8, blz. 12)

Ja, uitgegaan wordt van de uitkeringsbedragen zoals die gelden sinds
1985. De indexering zal niet plaatsvinden met terugwerkende kracht en zal ingaan op 1 januari van het jaar volgend op het jaar van inwerkingtreding van de Remigratiewet. De uitkeringen van remigranten, die zijn vertrokken vóór de inwerkingtreding van de Remigratiewet zullen niet worden geïndexeerd.


20.
Is het waar dat in Turkije en Marokko de kosten van een ziektekostenverzekering voor ouderen exorbitant hoog zijn en dat in Suriname het ziekenfondspakket niet voor alle situaties dekkend is? Kan een overzicht worden gegeven van de premies die mensen moeten betalen in Marokko en Turkije voor het afsluiten van een ziektekostenverzekering? Is het waar dat zich in andere landen vergelijkbare problemen voordoen? Zo ja, wordt hiermee voldoende rekening gehouden bij de op basis van artikel 10 vast te stellen hoogte van de tegemoetkoming in de kosten ten behoeve van het zelf afsluiten van een verzekeringsovereenkomst tegen ziektekosten in het bestemmingsland? Hoe staat de regering tegenover de suggestie van de samenwerkingsverbanden van minderheidsgroepen om een collectieve regeling ten aanzien van ziektekosten te treffen bij een in Nederland gevestigde verzekeringsmaatschappij? (artikel 10, blz. 13)

Over de hoogte van de premies voor een particuliere ziektekostenverzekering voor ouderen in Marokko en Turkije zijn geen cijfers voorhanden. Niet wordt uitgesloten dat de premies voor ouderen relatief hoog zijn in verband met het doorgaans grotere verzekeringsrisico van ouderen. Dat geldt in Nederland, dus mogelijk ook in andere landen. Ziekenfondspakketten verschillen van land tot land en zijn afgestemd op de sociaal-economische situatie in de afzonderlijke landen. Door middel van een verdrag hebben verzekerden aanspraak op medische zorg zoals is voorzien in de sociale ziektekosten-verzekeringswetgeving van het woonland. In Suriname zijn als gevolg van de economische situatie aldaar veel vormen van medische zorg, die weliswaar onder het Surinaamse ziekenfondspakket vallen, niet voorhanden.

De tegemoetkoming is afhankelijk van de hoogte van de optelsom van procentuele en nominale premies verschuldigd in het kader van de Ziekenfondswet en over deze premies verschuldigde loonheffing. De remigrant blijft in beginsel zelf verantwoordelijk voor een ziektekostenvoorziening. Daar waar mogelijk wordt van overheidswege via de bestaande wettelijke voorzieningen en internationale verdragen hierbij medewerking verleend om een ziekenfondsverzekering te verstrekken. Daar waar dit niet of nog niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat verdragen nog moeten worden aangepast of afgesloten, wordt een tegemoetkoming geboden. Hierbij is de voornoemde grens gesteld aan de hoogte van de tegemoetkoming. Gelet op het particuliere karakter van de ziektekostenvoorziening wordt dit primair een zaak geacht voor individuele beslissing van de remigrant of een collectieve voorziening bij of door de landelijke belangenorganisaties moet worden getroffen. Mocht de weg van een collectieve voorziening worden gekozen door de remigranten dan zou een organisatorische aanhaking van zo'n voorziening bij de SVB als uitvoeringsorgaan van de Remigratiewet wellicht ook een mogelijkheid kunnen zijn. Het is echter aan de SVB of deze een dergelijke taak erbij zou willen nemen.


21. Wat betekent budgettaire neutraliteit wanneer veelvuldig gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden van deze wet door remigranten? Hoe worden de inverdieneffecten in dit kader verdisconteerd?

Voor de beantwoording van deze vraag wordt verwezen naar de antwoorden op de vragen 16 en 17.

DE MINISTER VOOR GROTE STEDEN- EN INTEGRATIEBELEID,

R.H.L.M. van Boxtel


1) Samenstelling:

Leden

Schutte (GPV)

Te Veldhuis (VVD), ondervoorzitter

De Cloe (PvdA), voorzitter

Van den Berg (SGP)

Van de Camp (CDA)

Scheltema-de Nie (D66)

Van der Hoeven (CDA)

Van Heemst (PvdA)

Noorman-den Uyl (PvdA)

Oedayraj Singh Varma (GL)

Dankers (CDA)

Hoekema (D66)

Rijpstra (VVD)

Cornielje (VVD)

O.P.G. Vos (VVD)

Rehwinkel (PvdA)

Luchtenveld (VVD)

Wagenaar (PvdA)

De Boer (PvdA)

Duijkers (PvdA)

Verburg (CDA)

Rietkerk (CDA)

Halsema (GL)

Kant (SP)

Balemans (VVD)

Plv. leden

Rouvoet (RPF)

Van Beek (VVD)

Zijlstra (PvdA)

Ravestein (D66)

Van Wijmen (CDA)

Augusteijn-Esser (D66)

Balkenende (CDA)

Barth (PvdA)

Gortzak (PvdA)

Rabbae (GL)

Wijn (CDA)

Dittrich (D66)

Cherribi (VVD)

Nicolaï (VVD)

Van den Doel (VVD)

Van Oven (PvdA)

Brood (VVD)

Apostolou (PvdA)

Kuijper (PvdA)

Belinfante (PvdA)

Mosterd (CDA)

Eurlings (CDA)

Van Gent (GL)

Poppe (SP)

Essers (VVD

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Antwoord kamervragen over voorzieningen remigratiewet '




Lees ook