Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Actueel

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018
2500 EA Den Haag
uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk
DN. 995313
datum
24-09-1999

onderwerp
Vragen van het lid der Tweede Kamer, Schreijer-Pierik, over de vossenjacht
(TRC 1999/3197) doorkiesnummer

bijlagen

Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u toekomen het antwoord op de vragen, gesteld door mevrouw Schreijer-Pierik (CDA), over de vossenjacht.


Ja, ik heb kennisgenomen van het betreffende artikel in Elsevier.

up

datum
24-09-1999

kenmerk
DN. 995313

bijlage

2
Gedocumenteerde gegevens over het aantal vossen in Nederland ontbreken. Op grond daarvan kunnen dan ook geen uitspraken worden gedaan over de ontwikkeling van de stand. Wel is bekend dat het leefgebied van vossen de laatste jaren is uitgebreid tot gebieden waar de soort voorheen niet voorkwam. Dat wijst op een toename van de stand. Ook is het zo dat de vos thans bescherming geniet in een aantal natuurgebieden waar voorheen in de stand werd ingegrepen. Uit beschikbare gegevens over de fauna blijkt niet dat de instandhouding van kleinwild en bodembroeders als gevolg van deze ontwikkelingen bedreigd wordt.
Niet uitgesloten is echter dat plaatselijk enig effect op de grootte van de stand van bepaalde diersoorten waarneembaar is. Dat zal met name het geval kunnen zijn in gebieden waar de vos voorheen niet voorkwam of waar hij krachtig werd bestreden.

3
Op grond van de Jachtwet geldt thans voor vossen een jaarrond geopende jachtperiode. Voor het jagen 's nachts is een vergunning nodig. In het kader van de Flora- en faunawet, die volgend jaar in werking zal treden, behoort de vos niet langer tot de wildsoorten en zal derhalve geen geopende jachttijd meer worden vastgesteld. De bescherming van de vos is daarmee gediend. Eventuele effecten daarvan op de stand van andere diersoorten zullen zo goed mogelijk worden gevolgd.
Ter bescherming van andere diersoorten kan zonodig op grond van ontheffingsbepalingen in de wet de mogelijkheid van bestrijding worden geboden. Dit ter beoordeling van de Colleges van Gedeputeerde Staten, die onder de Flora- en faunawet bevoegd zijn voor het grondgebied van hun provincie eigen doelen te formuleren voor het faunabeheer en in het kader daarvan de ruimte zullen bepalen voor ingrepen in de samenstelling van de fauna.

De staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij,

G.H. Faber


Deel: ' Antwoord kamervragen over vossenjacht '




Lees ook