Ministerie van Economische Zaken Berichtnaam: Vragen van het lid Gerkens Nummer: 231 Datum: 21-02-2003

Vragen van het lid Gerkens (SP) aan de minister van Economische Zaken over de vrije energiemarkt. (Ingezonden 15 januari 2003)

1 Wat is uw oordeel over het bericht Tegenvallers bij vrije energiemarkt? 1)

2 Deelt u de mening dat dit bericht voldoende zorgwekkend is om de liberalisering van de stroommarkt voor kleinverbruikers niet alleen uit te stellen, maar volledig te bevriezen? Zo neen, waarom niet?

3 Bent u bereid de liberalisering en de privatisering terug te draaien, nu is gebleken dat deze operatie tot negatieve milieueffecten en een slechtere leveringszekerheid heeft geleid en op termijn tot forse prijsstijgingen zal leiden? Zo ja, hoe wilt u dit concreet vormgeven? Zo neen, waarom niet?

4 Kunt u uitleggen waarom de Kamer niet door de Dte is gealarmeerd, maar door de monteurs van Eneco en door de TU Delft?

5 Deelt u de conclusie dat de Dte onvoldoende toezicht houdt op de energiemarkt? Zo neen, waarom niet? Zo ja, hoe komt dit?

6 Deelt u de mening dat de Dte onvoldoende op haar taak is toegerust? Zo ja, hoe denkt u deze situatie te kunnen verbeteren? Zo neen, waarom niet?

7 Bent u van plan de bevoegdheden van de Dte uit te breiden door bijvoorbeeld hun bevoegdheid om boetes op te leggen te verruimen? Zo ja, op welke wijze gaat u dit aanpakken? Zo neen, waarom niet?

8 Bent u van plan de slagkracht van de Dte te vergroten door bijvoorbeeld het personeel en de aan hen ter beschikking gestelde middelen uit te breiden? Zo ja, wat gaat u precies doen? Zo neen, waarom niet?


---
1) Teletekst pagina 107, 13 januari jl.

Toelichting: Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen ter zake van het lid Crone, ingezonden 15 januari 2003.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, mr.drs. J.G. Wijn, heeft deze vragen als volgt beantwoord. Ministerie van Economische Zaken

1 Het bericht is gebaseerd op een drietal onderzoeken van de TU Delft die reeds in oktober van het vorig jaar zijn gepubliceerd. Deze artikelen geven dus geen nieuwe informatie voor het liberaliseringsdebat. De onderzoeken betreffen drie onderwerpen: de leveringszekerheid, het prijsniveau en het milieu. In het antwoord op vraag 2 en 3 komen de drie onderwerpen aan de orde.

2, 3 Nee. Ik deel die mening niet. Ik ben het namelijk niet geheel eens met de conclusies van de onderzoeken. Ten aanzien van de leveringszekerheid heeft de Minister van Economische Zaken in de brief aan uw Kamer over de evaluatie van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet gesteld dat er geen aanwijzingen zijn dat de leveringszekerheid van elektriciteit de komende twee jaar in gevaar zal komen door een tekort aan productiecapaciteit. Deze verwachtingen zijn gebaseerd op gegevens en inzichten van TenneT over de vraag naar elektriciteit, het opgestelde vermogen in ons land en de gegarandeerde elektriciteitsimport. Het bericht op teletekst zorgt niet voor een bijstelling van deze verwachting. Uit de gegevens van TenneT blijkt dat er voor het jaar 2003 nog 26% reservevermogen bestaat en voor het jaar 2004 23%.

In het kader van het programma voorzieningszekerheid dat thans door mijn Ministerie wordt uitgevoerd, wordt onder meer onderzocht hoe de leveringszekerheid zich op de langere termijn zal ontwikkelen en in hoeverre aanpassing in de regelgeving noodzakelijk is teneinde de reservecapaciteit van het productievermogen op een voldoende niveau te houden.

Voorts tonen de onderzoekers aan dat de prijzen in het afgelopen jaar zijn gedaald. In de brief aan uw Kamer over de evaluatie van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet heeft de Minister van Economische Zaken bericht dat een lichte daling van de elektriciteitsprijs voor vrije afnemers is opgetreden. Voor de toekomst verwachten de onderzoekers een structureel lage prijs tijdens de nacht- en weekenduren, en een hogere prijs tijdens de daguren. Dat lijkt mij overigens een correcte uitkomst van het marktmechanisme. Door het zichtbaar worden van prijspieken krijgen de marktpartijen vervolgens een prikkel om te investeren in nieuw vermogen. Ten aanzien van het milieu kan ik zeggen dat er belangrijke stappen zijn gezet. Er zijn ten eerste afspraken gemaakt over verhandelbare emissierechten en over stroometikettering in de Europese Unie. Ten tweede ligt het wetsvoorstel Milieukwaliteit elektriciteitsproductie voor ter behandeling bij de Eerste Kamer. Dat wetsvoorstel heeft onder andere tot doel om het aanbod van duurzame energie te stimuleren. Ten derde voldoen alle Nederlandse productie-installaties aan zeer hoge milieueisen.

Ik ben dus niet bereid de liberalisering van de elektriciteitsmarkt terug te draaien. Ik acht een zorgvuldige voorbereiding van het liberaliseringstraject wel van groot belang. Ik heb uw Kamer toegezegd dat ik een onafhankelijke commissie in het leven zal roepen die mij in het komende jaar drie keer zal adviseren over de voortang van de voorbereiding van de volledige marktopening. Tevens heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over de adviezen van de commissie. In afwachting daarvan vind ik het nu te vroeg om conclusies te trekken. Bovendien wil ik de druk op de ketel houden zodat bedrijven er alles aan zullen doen om een goede kwaliteit van de dienstverlening te realiseren.

4 De operationele verantwoordelijkheid voor de infrastructuur ligt bij de netbeheerders. Dat betekent dat de netbeheerders beslissingen over investeringen en onderhoud zelf nemen en daar ook verantwoordelijkheid voor dragen. De overheid is verantwoordelijk voor de regulering en het toezicht daarop. Dat betekent dat de overheid, conform de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet zich niet direct bemoeit met de interne bedrijfsvoering en daar ook geen gegevens over bijhoudt. Zowel het Ministerie van Economische Zaken als de Dienst uitvoering en toezicht Energie houdt geen toezicht op de interne organisatie van de processen binnen de energiebedrijven.

Indien daar aanleiding toe bestaat is het wel de verantwoordelijkheid van de overheid om de regulering aan te passen. Inmiddels heb ik de DTe gevraagd om een nader onderzoek in te stellen naar de juistheid van storingsregistratie. De resultaten hiervan verwacht ik op zeer korte termijn. Nadat ik deze heb ontvangen zal ik de Kamer nader informeren. Wat betreft de onderzoeken van de TU Delft verwijs ik naar het antwoord op vraag 1. Het zijn reeds gepubliceerde onderzoeken en ze bevatten derhalve geen nieuwe informatie voor het liberaliseringdebat.

5, 6, 7, 8 In de brief aan de Tweede Kamer van 27 juni 2002, betreffende de bevindingen van de Minister op het jaarverslag van de NMa en de DTe, heeft de Minister gezegd ervan overtuigd te zijn dat de DTe voldoende is uitgerust voor de toekomst, ter voortzetting van een stevig toezicht op de gas- en elektriciteitsmarkt. Daarvoor is de formatie van de DTe fors uitgebreid van 33 tot 55 formatieplaatsen. Ik heb tijdens het Algemene Overleg op 6 november 2002 de Kamer toegezegd een audit uit te voeren in 2003 op de DTe. Indien daaruit blijkt dat er zich bij de DTe knelpunten voordoen, dan zal ik daar uiterlijk in het najaar van 2003 op terugkomen. Dat is weliswaar later dan ik in een eerder stadium heb toegezegd, maar voor een zorgvuldige uitvoering van de audit is dat wel noodzakelijk. Ik ben van mening dat het instrumentarium op specifieke onderdelen kan worden aangepast. Hierbij denk ik aan een mogelijke uitbreiding van de bevoegdheden van de DTe en een uitbreiding van de handhavinginstrumenten voor de DTe, zoals voorgesteld bij de behandeling van het voorstel Wijziging Overgangswet elektriciteitsproductiesector in december. Uw Kamer heeft toen niet ingestemd met deze uitbreidingen. Momenteel bereidt mijn departement een voorstel voor een Interventiewet voor waarin deze uitbreidingen zullen worden meegenomen.

Deel: ' Antwoord kamervragen over Vragen van het lid Gerkens '




Lees ook