Ministerie van Economische Zaken - Persbericht 003 Datum: 06-01-1999

ZONNE-ENERGIE IN NOORD-BRABANT

Het lid van de Tweede Kamer Poppe (SP) heeft aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer op 23 oktober
1998 de volgende schriftelijke vragen gesteld.


1 Kent u het artikel 'zonne-energie in Noord-Brabant op de lange baan'?*


2 Acht u het aanvaardbaar dat de PNEM/MEGA Groep niet bereid is op korte termijn financiele en technologische investeringen te realiseren voor de verdere ontwikkeling van zonne-energie in Noord-Brabant?


3 Hoe zetten andere electriciteitsproducenten zich voor de toepassing van zonne-energie in?


4 Is de opvatting van Sheel Solar Energie juist dat diverse gemeenten staan te trappelen om mee te doen aan de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van duurzame zonne-energie?


5 Is het waar dat participatie van de PNEM/MEGA Groep in de realisatie van duurzame energie met behulp van zonlicht essentieel is voor uitbreiding van duurzame energie in Noord-Brabant?


6 Is de weigering van de PNEM/MEGA Groep om te participeren in de toepassing van duurzame zonne-energie in Noord-Brabant in overeenstemming met de doelstellingen uit de Derde Energienota, in
2020 uit te komen op 10% duurzame energiebronnen?


7 Is er, door de weigering van de PNEM/MEGA Groep om in zonne-energie te participeren sprake van een bedreiging van de doelstellingen uit de Derde Energienota?


8 Bent u bereid zich in te zetten om een dreigende stagnatie in de toepassing van duurzame zonne-energie in Noord-Brabant te voorkomen?
* Cobouw, 20 oktober jl.

De minister van Economische Zaken, A. Jorritsma-Lebbink, heeft deze vragen als volgt beantwoord.


1 Ja.


2 PNEM/MEGA-groep is een van de Nederlandse energiedistributiebedrijven (EDB). Ieder EDB heeft een eigen verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering. Op 19 maart 1997 is tussen EnergieNed, de vereniging van energiedistributiebedrijven in Nederland en mijn ambtsvoorganger een "Set van Afspraken" overeengekomen met betrekking tot activiteiten op het gebied van energie-efficientieverbetering en duurzame energie (MAP
2000). Ten aanzien van duurzame energie hebben de EDB's een resultaatverplichting op zich genomen voor het jaar 2000, die per EDB naar rato van ieders aandeel in de in de elektriciteit- en gasafzet is gekwantificeerd. Het is aan de individuele EDB's om te bepalen op welke manier er invulling gegeven wordt aan deze resultaatverplichting. Omdat duurzame energie een zaak van de lange adem is, heeft EZ daarnaast andere initiatieven genomen om via samenwerking extra stimulering tot stand te brengen. Wat betreft zonne-energie zijn er in de afgelopen jaren 2 convenanten tot stand gekomen.
In 1994 is de "Meerjaren Afspraak Zonneboilers" ondertekend door EZ en een groot aantal partijen. Zowel PNEM als MEGA hebben deze Meerjaren Afspraak ondertekend.
In 1997 is het Zon PV-convenant ondertekend. Dit convenant is niet door PNEM/MEGA- groep ondertekend.

De PNEM/MEGA groep investeert dus wel in zon thermische toepassingen (zon-th: warmte opwekking uit zonlicht) maar niet in fotovoltaische toepassingen (zon-pv: elektriciteitopwerking uit zonlicht). Verder investeert PNEM/MEGA ook in andere duurzame energie opties zoals biomassaverbranding en windenergie en was PNEM het eerste EDB dat het concept "Groene Stroom" in Nederland introduceerde.


3 Over het algemeen is er voldoende draagvlak voor zonne-energie bij de EDB's aanwezig. Het voornemen is om in januari 1999 een nieuw zonneboiler-convenant te gaan ondertekenen. Tot de ondertekenaars zullen twaalf EDB's behoren, waaronder PNEM. Het huidige zon-pv-convenant is ondertekend door onder meer zeven EDB's. Bovendien heeft EnergieNed het zon-pv-convenant ondertekend en heeft aangegeven het nieuwe zonneboiler-convenant eveneens te willen ondertekenen.


4 Ja. In toenemende mate raken gemeenten gemotiveerd om zonne-energie te gaan toepassen. Dit geldt zowel voor de toepassing van zonne- boilers als voor fotovoltaische zonne-energie.


5 Nee. Voor de realisatie van een zon-pv-project is de deelname van een EDB geen strikt noodzakelijke randvoorwaarde. Wel is het zo dat de participatie van een EDB de slaagkans van dergelijke projecten vergroot.


6/7 De doelstellingen uit de Derde Energienota zijn breder dan alleen zonne-energie. Zoals opgemerkt in het antwoord op vraag 2, heeft ieder EDB de mogelijkheid om voor bepaalde duurzame energie opties te kiezen. Zolang PNEM/MEGA-groep conform de Set van Afspraken met betrekking tot het Milieu Actieplan 2000 handelt, is er derhalve geen probleem.


8 De ontwikkeling van de toepassing van zonne-energie in Noord- Brabant is niet alleen afhankelijk van de activiteiten van de PNEM/MEGA-groep. De realisatie van duurzame energie-projecten is in veel gevallen het gevolg van samenwerkingsverbanden tussen diverse instellingen (overheden, financiele instellingen, projectontwikkelaars, bouwbedrijven etc.). Voor zon-pv probeert de regering de samenwerking vorm te geven door het eerder genoemde pv- convenant. De PNEM/MEGA-groep heeft besloten om met betrekking tot duurzame energie prioriteit aan andere opties dan zon-pv te geven. Echter, gelet op de noodzaak van brede samenwerking, hoeft dit de introductie van zonne-energie in Brabant niet te verhinderen.

Deel: ' Antwoord kamervragen over zonne-energie in Noord-Brabant '




Lees ook