Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over reorganisatie van de gezondheidsdienst voor dieren
Gemaakt: 11-4-2000 tijd: 12:12


2

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 6 april 2000

Onderwerp:

Kamervragen

Hierbij doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen die zijn gesteld door het lid
Van Ardenne-van der Hoeven (CDA) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij over de overschrijding door Nederland van de door de Europese Unie ingestelde vangstquota.


1

Ja.


2

Neen.


3

Naar aanleiding van de ontwikkelingen met betrekking tot de naleving van de visquota eind jaren tachtig heeft er een fundamentele bezinning plaatsgevonden op de controle van het Europese quotumsysteem in Nederland. Een stuurgroep onder voorzitterschap van oud-premier Biesheuvel heeft in 1992 een aantal aanbevelingen gedaan om te komen tot een nieuw stelsel voor het beheer van visquota. Deze aanbevelingen zijn gebaseerd op de gedachte dat hier sprake is van een gedeelde verantwoordelijkheid van de overheid en de sector. Op basis van deze aanbevelingen zijn na overleg met de Tweede Kamer in 1993 de zgn. Biesheuvelgroepen opgericht. De quota worden in deze groepen gezamenlijk beheerd en de leden van de groepen verhandelen alle vis via bemiddeling van de afslagen (private veilplicht). De overgrote meerderheid van de Nederlandse vissers is lid van een Biesheuvel-groep. In 1997 is het Biesheuvelstelsel met de Tweede Kamer geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie is besloten op de ingeslagen weg voort te gaan.

De belangrijkste regelingen waarop het Nederlandse controlestelsel is gebaseerd, zijn de Regeling stelselmatige controle bij aanlandingen, de Regeling logboek en opgave zeevis, en de Regeling eisen aan administraties van transacties inzake zeevis.

Op grond van deze regelingen zijn de vissers gehouden binnen bepaalde lostijden aan te landen in daartoe aangewezen havens en dienen zij hun vangsten in het logboek te vermelden. De laatstgenoemde regeling stelt eisen aan de administraties van aanvoerders van vis, de visafslagen en de kopers van vis. De Algemene Inspectie Dienst ziet toe op de naleving van deze Regelingen. Het zwaartepunt van de Nederlandse controle-inzet ligt bij de aanlandingen en op de afslagen.

Een tweede belangrijk onderdeel van het controlesysteem is de in 1993 in de Visserij Raad aangenomen Europese controleverordening (vo
2847/93). In deze verordening zijn de voorwaarden vastgelegd waaraan de controlesystemen in de lidstaten moeten voldoen.
Op basis van deze verordening ziet de Europese Commissie toe op het functioneren van de controle in de lidstaten; dit geschiedt onder meer door het zenden van inspectieteams naar de lidstaten. Ook Nederland is geregeld door deze inspectieteams bezocht. Een nieuw additioneel controle-instrument is de introductie van het satellietvolgsysteem. Vanaf

1 januari 2000 zijn alle vaartuigen langer dan 24 meter in beginsel verplicht te beschikken over een satellietvolgsysteem en met behulp daarvan hun actuele positie te melden bij het Visserij Controle Centrum van de AID.


4 en 5

Ik ben op de hoogte van de inhoud van de correspondentie van betrokkene met Europees Commissaris Fischler voorzover het betreft een brief van 7 december 1999 en van 28 februari 2000. De betreffende brieven bevatten geen concrete verifieerbare beschuldi-gingen dan wel concrete aanwijzigingen voor verder onderzoek. In het licht van de controlesystematiek, zoals in antwoord 3 is uiteengezet, en de controle-inzet door de Algemene Inspectiedienst acht ik het zonder concrete onderbouwing van de gedane beweringen niet nodig een nader onderzoek te laten uitvoeren. Mocht betrokkene alsnog concrete aanwijzigingen kunnen geven dan zal ik daarop gerichte actie ondernemen.

DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER

EN VISSERIJ,

G.H. Faber

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Antwoord Kamervragen reorganisatie gezondheidsdienst dieren '




Lees ook