Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

's-Gravenhage
directie Azië en Oceanië

afdeling Zuidoost-Azië

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 22 februari 1999
Kenmerk DAO/ZO-61/99
Blad /1
Bijlage(n)
Betreft Vragen van de kamerleden M.B. Vos en Karimi

inzake de situatie in Indonesië

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer, d.d. 2 februari 1999, kenmerk 2989906890, waarbij gevoegd waren de door de kamerleden M.B. Vos en Karimi overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer mede namens de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking U als bijlage dezes ons antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Antwoord van de heer van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, op vragen van de leden M.B. Vos en Karimi inzake de situatie in Indonesië.


_________________________________________

Vraag 1. Bent u bereid binnen de Europese Unie te pleiten voor een Voters Education Programme in Indonesië gezien de verkiezingen die zullen plaatsvinden in juni 1999? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 1. De afgelopen periode heeft Nederland er in EU-kader zowel bij de Commissie als bij de andere EU-partners op aangedrongen dat tijdig begonnen wordt met de voorbereidingen van mogelijke EU-

ondersteuning voor de verkiezingen in Indonesië op 7 juni a.s.. Een Voters Eduction Programme zou naar onze mening een belangrijk onderdeel van EU-ondersteuning moeten zijn. De Commissie is op 3 februari j.l. met een voorstel terzake gekomen. Nadere uitwerking van en besluitvorming over dit voorstel moet nog plaatsvinden.

Wij geven er de voorkeur aan om waar het gaat om verkiezingssteun voor Indonesië zo veel mogelijk gezamenlijk met de EU-partners op te trekken. Echter, in afwachting van de besluitvorming binnen de EU, overwegen wij om bilateraal een beperkt aantal NGO's, die terzake actief zijn in Indonesië, direct te ondersteunen. Dit in het kader van de ondersteuning van het democratiseringsproces in Indonesië en als signaal naar de zich ter plekke ontwikkelende 'civil society'.

Vraag 2. In hoeverre zijn er mogelijkheden internationale 'long term observers' in Indonesië te stationeren die in samenwerking met lokale organisaties de verkiezingen kunnen voorbereiden? Bent u het ermee eens dat het stationeren van waarnemers een preventieve functie kan hebben om tot een eerlijk en geweldloos verloop van de verkiezingen te komen?

Antwoord 2. In het algemeen kunnen 'observers' (waarnemers) niet worden ingezet om te helpen bij de voorbereiding van de verkiezingen. Het mandaat van 'observer' leent zich daar niet voor.

Wel kan worden gemeld dat het UNDP door de Indonesische autoriteiten is gevraagd de internationale ondersteuning van de verkiezingen te coòrdineren. Daartoe is op 4 februari jl. eenMemorandum of Understanding (M.o.U) afgesloten tussen de Indonesische autoriteiten en het UNDP. Dit M.o.U behelst een gedetailleerd werkprogramma voor technische assistentie aan het verkiezingsproces. Dit zal naar verwachting ook de inzet van technische deskundigen mogelijk maken die voor langere tijd aanwezig zijn in het land om te assisteren bij de voorbereiding van de verkiezingen.

Wat betreft de stationering van waarnemers, die moeten toezien op een eerlijk en vrij verloop van de verkiezingen, delen wij uw opvatting dat hun aanwezigheid, onder voorwaarden, een belangrijke bijdrage kan betekenen aan het verkiezingsproces.

Of en onder welke voorwaarden de Indonesische autoriteiten internationale waarneming zullen aanvaarden moet nog worden afgewacht.

Vraag 3. Bent u bereid de wederopbouw in Ambon financieel te ondersteunen, al dan niet via een MFO? Zo neen, waarom niet ?

Antwoord 3. Van de kant van de Indonesische autoriteiten is er geen verzoek gekomen om buitenlandse hulp. Wel heeft het Ministerie van VWS, zoals gemeld in de brief van 28 januari jl, reeds hfl 200.000 ter beschikking gesteld voor het lenigen van de ontstane nood in de Molukken.

De Medefinancieringsorganisaties hebben hun eigen beleid ten aanzien van ontwikkelingsprogramma's in Indonesië vorm gegeven na het herstel van de ontwikkelingsrelatie met Indonesië. In het algemeen richten deze zich op de armste gebieden, waar Ambon tot nu toe niet toe behoorde. Vooral ICCO richt zich op activiteiten die de dialoog tussen Moslims en Christenen versterken. Wij willen de MFO's gaarne benaderen met de vraag of zij aan de situatie in Ambon aandacht kunnen besteden.

Vraag 4. Kunt u informatie verstrekken over de situatie van Nederlandse Molukkers op Ambon en Saparua? Is er een plan voorhanden om deze specifieke groep te evacueren uit Ambon en Saparua?

Antwoord 4. Na het uitbreken van de onlusten op de Molukken is de ambassade in Jakarta continu in contact geweest met diverse contactpersonen om een zo compleet mogelijk beeld van de situatie te verkrijgen, waarna adviezen aan de Nederlanders aldaar konden worden gegeven.

De ambassade in Jakarta heeft op 22 januari deIndonesische autoriteiten om bemiddeling verzocht om de ongeveer 150 gestrande landgenoten met een militair vliegtuig te evacueren. Hieraan werd op


23 januari gevolg gegeven, waardoor een zestig-tal personen kon vertrekken.

Na het openstellen van het vliegveld op Ambon was het voor de Nederlanders mogelijk om met gebruikmaking van commerciële vluchten Ambon te verlaten. Om de nog op de Molukken verblijvende landgenoten behulpzaam te zijn werd een medewerker van de ambassade in Jakarta naar Ambon gezonden. Op een aantal Nederlandse Molukkers na, die er de voorkeur aan geven op de Molukken te blijven, zijn allen vertrokken.

Er is geen specifiek plan voorhanden om deze vrijwillig achtergebleven Nederlandse Molukkers op Ambon en Saparua te evacueren.

Vraag 5. Is de Nederlandse Ambassade voornemens een bezoek te brengen aan Ambon? Zo ja, kunt u verslag doen over het desbetreffende bezoek aan de Kamer?

Antwoord 5. Er is reeds gedurende de periode 29 januari t/m 7 februari een consulaire medewerker van de ambassade op Ambon geweest, voor het verlenen van consulaire bijstand aan de aldaar verblijvende Nederlanders.

Deel: ' Antwoord kamervragen situatie in Indonesië '




Lees ook