Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Postbus 20018


2500 EA Den Haag
Directie Europa

Oost-Europa/Centraal Azië

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 27 januari 1999
Kenmerk DEU-030/99
Blad /3
Bijlage(n)
Betreft Vragen van het lid Vos inzake de situatie van weeskinderen in Rusland

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer, d.d. 11 januari 1999, kenmerk 2989905530, waarbij gevoegd waren de door het lid Vos overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U als bijlage dezes ons antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

_________________________________________________________________

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van het lid Vos

Vraag 1

Bent u op de hoogte van het artikel inzake wantoestanden in weeshuizen in Rusland?

Antwoord

ja.

Vraag 2

Bent u van mening dat genoemde wantoestanden schendingen van de mensenrechten zijn? Zo neen, waarom niet? Zo ja, bent u bereid genoemde mensenrechtenschendingen aan de orde te stellen in de Raad van Europa om het lid Rusland te wijzen op haar verantwoordelijkheden en haar mensenrechtenbeleid? Zo neen, waarom niet?

Vraag 3

Wilt u de genoemde schendingen aan de orde stellen in de EU gezien haar relaties met Rusland? Zo neen, waarom niet?

Antwoord

De toestanden in Russische weeshuizen zoals geschetst in het bewuste artikel dat is gebaseerd op het Human Rights Watch-rapport "Abandoned to the State, Cruelty and Neglect in Russian Orphanages" van 16 december 1998, zijn erbarmelijk en de gevolgen van de geschetste mishandeling en verwaarlozing zijn zeer ingrijpend voor de slachtoffers. Er is echter geen sprake van een opzettelijke, door de overheid geinitieerde schending van mensenrechten. Veeleer is het probleem van de weeshuizen een van de symptomen van de diepe sociaal-economische crisis in Rusland die de bevolking als geheel en met name kwetsbare groepen treft zoals ouderen, zieken, straat- en weeskinderen, gehandicapten, gevangenen, etc. Financiële perikelen zoals maandenlange achterstand bij het uitbetalen vansalarissen aan werkers in de gezondheidszorg en andere overheidsdiensten, dragen in hoge mate bij aan de problemen. Human Rights Watch constateert in haar rapport dat een verbetering van de zorg in weeshuizen niet alleen een kwestie is van geld, maar vooral van organisatie en motivatie.

De internationale gemeenschap verleent daarbij steun en spreekt de overheid via de uitgevoerde projecten natuurlijk aan op haar verantwoordelijkheden, maar donorinspanningen kunnen, gelet op de aard en de omvang van de problemen, nooit meer dan aanvullend zijn. Nederland ondersteunt via het Programma voor Maatschappelijke Transitie (Matra) bijvoorbeeld de opvang van weeskinderen, onder meer via een project voor de instelling van een onafhankelijke Raad voor de Kinderbescherming die een bijdrage kan leveren aan het verbeteren van de zorg voor kinderen in tehuizen.

In multilateraal verband is de situatie van de wezen en verlaten kinderen in Rusland vooral aan de orde gekomen in het Comite voor de Rechten van het Kind bij de behandeling van de Russische rapportage in het kader van het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind in 1993. Daarbij zijn aanbevelingen ter verbetering van de situatie van de betrokken kinderen gedaan, zoals verbetering van de training van personeel van kindertehuizen en meer gebruikmaking van pleeggezinnen. Binnenkort zal een tweede Russisch rapport uitkomen in dit verband. De Raad van Europa kent een "Programme for Children" en "Activities for the Development and Consolidation of Democratic Stability " , gericht op Midden-en Oost-Europa, waarin ook aandacht wordt besteed aan de problemen waarmee kinderen in Russische weeshuizen worden geconfronteerd.

Deel: ' Antwoord kamervragen situatie van weeskinderen in Rusland '




Lees ook