expostbus51


MINISTERIE EZ

https://www.minez.nl

MIN EZ: liberalisering elektriciteitsmarkt

Ministerie van Economische Zaken
Berichtnaam: persbericht
Nummer: 118
Datum: 15-07-1999

LIBERALISERING ELEKTRICITEITSMARKT

De leden van de Tweede Kamer Marijnissen en Poppe (beiden SP) hebben aan de minister van Economische Zaken op 21 juni 1999 de volgende schriftelijke vragen gesteld.

1 Is het waar dat Tradis bij de uitwerking van een tariefsysteem voor de transportkosten van elektriciteit, rekening houdend met het amendement Crone 1), als uitgangspunt hanteert dat er op geïmporteerde elektriciteit geen heffing wordt gelegd?

2 Ontstaat hierdoor voor de importeurs van buitenlandse elektriciteit een concurrentievoordeel in de orde van 0,45 cent/kWh?

3 Is dit in lijn met de Europese (en Nederlandse) doelstelling om bij de liberalisering van de elektriciteitsmarkt een 'level playing field' (gelijke voorwaarden) te creëren voor alle binnen en buitenlandse producenten? Zo neen, bent u bereid om Tradis op dit moment te corrigeren?

4 Veroorzaakt de Nederlandse brandstoffenbelasting (BSB) op kolen en zware stookolie een kostprijseffect in de orde van 0,9 cent per in Nederland opgewekte kWh kolenstroom? Kennen andere EU landen vergelijkbare belastingen? Zo ja, wat is het kostprijseffect daarvan?

5 Is het waar dat bij import van buitenlandse stroom oneigenlijk concurrentievoordeel dat voortvloeit uit de BSB niet gecompenseerd wordt, bijvoorbeeld in de vorm van een importheffing? Zo ja, bent u bereid door een (budgettair neutrale) verschuiving van de BSB naar een eindverbruikersheffing aan dit concurrentievoordeel voor buitenlandse import een einde te maken?

6 Klopt het dat het Duitse afstandsafhankelijk tariefsysteem voor transport van elektriciteit zodanig uitwerkt dat bij import van elektriciteit vanuit Nederland reeds bij een afstand van 60 km vanaf de grens geen sprake meer is van een concurrerende prijs? Kunt u aangeven hoe het Duitse tariefsysteem is opgebouwd en hoe dit uitwerkt voor de binnenlandse Duitse producenten?

7 Vindt u het Duitse tariefsysteem in overeenstemming met het principe van het gelijke voorwaarden voor alle aanbieders? Zo ja: hoe is te rijmen met uw reactie op het amendement Marijnissen 2) over een afstandsgebonden transporttarief in Nederland? Zo neen: bent u bereid om bij de Europese Unie dit tariefsysteem te laten toetsen?

8 Bent u met ons eens dat het onwenselijk is dat relatief energiezuinige, milieuvriendelijke elektriciteitscentrales in Nederland een steeds lagere bezettingsgraad hebben door de eerdere beschreven concurrentievervalsing en bent u bereid om er alles aan te doen om deze zo spoedig mogelijk ongedaan te maken?


-------------------

1) Kamerstuk 26 303, nr. 18
2) Kamerstuk 26 303, nr. 16

De minister van Economische Zaken, A. Jorritsma-Lebbink, heeft deze vragen als volgt beantwoord.

1 Op basis van de Elektriciteitswet 1998 hebben de aangewezen netbeheerders een voorstel voor tarieven bij de Dienst uitvoering en toezicht Elektriciteitswet (DTe) ingediend. Rekening houdend met artikel 25c, vierde lid, zoals geamendeerd door het lid Crone, wordt door de gezamenlijke netbeheerders voorgesteld om ook aan producenten een transporttarief in rekening te brengen. Zolang andere lidstaten echter nog geen producententarief kennen zal zo.n tarief de concurrentiepositie van Nederlandse producenten aantasten. Naar verwachting zal dan ook voor de eerste jaren een nultarief worden vastgesteld. Intussen wordt gezocht naar een correctiemogelijkheid .aan de grens. om dit concurrentienadeel op te heffen. Daarbij moet rekening worden gehouden met mogelijke mededingingsrechtelijke effecten. Zodra vaststaat dat het concurrentienadeel niet meer bestaat, respectievelijk kan worden opgeheven zonder inbreuk te maken op het (inter-)nationale mededingingsrecht, zal het transporttarief voor producenten in Nederland worden geëffectueerd. DTe is momenteel gestart met de procedure ter vaststelling van de tariefstructuur, waarvan het transporttarief voor producenten deel uitmaakt. Bij de beoordeling en vaststelling van de tariefstructuur zal DTe naar verwachting recht doen aan alle belangen die hierbij een rol spelen. Ik wacht de uitkomsten van deze procedure af.

2 Nee.
Zolang een nultarief wordt gehanteerd ontstaat geen concurrentievoordeel voor importeurs van buitenlandse elektriciteit, respectievelijk een concurrentienadeel voor Nederlandse producenten van elektriciteit. Voor een goede marktwerking is het van belang dat wanneer een transporttarief voor producenten wordt overeengekomen, het uitgangspunt wordt gehanteerd dat dit tarief de onderlinge concurrentiepositie van producenten in de verschillende EU-lidstaten niet mag beïnvloeden.

3 De wijze waarop naar verwachting het transporttarief voor producenten door de directeur van de DTe wordt vastgesteld, zal in lijn zijn met de doelstelling om een level playing field te creëren voor producenten van elektriciteit.

4 De hoogte van de tarieven van de brandstoffenbelasting (BSB) is afhankelijk van de energie-inhoud en CO2-inhoud van de gebruikte brandstof. De BSB bedraagt voor steenkool 23,87 gulden per ton. Omgerekend komt dit neer op een bedrag van circa 0,9 cent per in Nederland opgewekte kWh-kolenstroom.
Andere EU-lidstaten kennen voor zover mij bekend geen vergelijkbare belastingen op de brandstoffen die ingezet worden voor de elektriciteitsproductie.

5 Het is waar dat buitenlandse stroom in zekere zin een concurrentievoordeel heeft voortvloeiend uit de BSB. De Nederlandse elektriciteitsproductiebedrijven hebben mij daar ook op gewezen. Dit is echter niet als een oneigenlijk voordeel te beschouwen. In ieder land bestaan gunstige en minder gunstige fiscale en andere regelingen. Een eventueel voordeel in de winstbelastingensfeer is evenmin oneigenlijk te noemen. Compensatie in de vorm van een importbelasting is niet aan de orde en zou op gespannen voet staan met Europese regelgeving.
Zoals u bekend is in de Uitvoeringsnota Klimaatbeleid (kamerstukken II 1998/1999, nummer 26 603, nr. 2) aangekondigd dat het kabinet wil komen tot een vrijwillige afspraak met de eigenaren van kolencentrales over de hoogte van de emissies van CO2. De gemiddelde emissie van kolencentrales per geproduceerde kWh zou op basis van bedoelde afspraak per 2008 op het niveau van gascentrales moeten komen liggen. Wanneer zo.n afspraak tot stand komt is het kabinet in beginsel bereid om de BSB voor de elektriciteitsproductie van een inputheffing om te zetten in een outputheffing. Hiertoe zou brandstof ten behoeve van elektriciteitsopwekking kunnen worden vrijgesteld van de BSB terwijl elektriciteit zodanig extra wordt belast met de regulerende energiebelasting (REB) dat de totale belastingopbrengst gelijk blijft. Indien de CO2-emissie van kolencentrales via een afspraak wordt geregeld is het immers niet langer nodig de brandstofkeuze via de BSB te beïnvloeden en kan de BSB als inputheffing gemist worden.

6 Ja.
Het Duitse transporttariefsysteem heeft voor binnenlandse Duitse producenten een gelijke uitwerking. De concurrentiepositie van Duitse bedrijven onderling wordt door het tariefsysteem niet beïnvloed. In tegenstelling tot het Duitse transporttariefsysteem is in Nederland gekozen voor de principes van het zogenaamde point tariff. In algemene zin leidt het Duitse tariefsysteem tot een steeds hoger transporttarief naarmate een klant kiest voor een producenten die verder van zijn afnamepunt is gevestigd. Hierdoor wordt het steeds minder aantrekkelijk voor een afnemer om van producent van elektriciteit te wisselen naarmate de afstand tussen afnemer en producent groter is. Dit beperkt de keuzemogelijkheden voor een afnemer om een producent te kiezen. Voor producenten leidt een beperking van de keuzevrijheid voor afnemers tot een afname van de mate van concurrentie. Dit leidt allereerst tot minder klantgerichtheid en mogelijk tot hogere tarieven. In de concurrentieverhouding tussen Nederlandse en Duitse bedrijven werkt de Duitse keuze ongunstig uit omdat de afstand tussen Nederlandse producenten en Duitse afnemers relatief groot is.

7 In beginsel is iedere EU-lidstaat vrij een eigen keuze te maken voor een transporttariefsysteem. Het afstandsafhankelijke tariefsysteem hoeft op zichzelf niet te leiden tot verstoring van de concurrentieverhoudingen tussen producenten binnen een lidstaat. Wanneer alle lidstaten voor een afstandsafhankelijk tarief zouden kiezen kan dit op evenwichtige wijze uitwerken voor de onderlinge concurrentieverhoudingen. Dit laat echter onverlet dat zo.n keuze de mogelijkheden voor marktwerking sterk beperkt. In antwoord op het amendement van de heer Marijnissen waarbij hij voorstelde een afstandsafhankelijk tarief voor elektriciteitstransport ook in ons land in te voeren heb ik hierop gewezen.
Overigens wijs ik erop dat de Duitse elektriciteitswetgeving evenals de Nederlandse Elektriciteitswet 1998 zal moeten worden genotificeerd in Brussel. De Europese Commissie zal zich dan een oordeel vormen over de wijze waarop de Duitse wetgeving zich verhoudt tot de Europese richtlijn en eventuele andere Brusselse regelgeving. Op Europees niveau vindt overleg plaats over de harmonisatie van nationale tariefsystemen. In dat kader heb ik begrepen dat de Duitse overheid voornemens is om in het licht van Europese harmonisatie te kijken of het transporttariefsysteem dient te worden aangepast en in lijn gebracht kan worden met de systematiek in andere EU-lidstaten. Gezien het belang voor de verdere ontwikkeling van een Europese elektriciteitsmarkt ben ik een voorstander van harmonisatie van tariefsystemen.

8 De bezettingsgraad van centrales vloeit voort uit de concurrentiepositie die deze centrales hebben op de elektriciteitsmarkt. Op deze bezettingsgraad zijn vele verschillende factoren van wisselende invloed. Zo zijn en worden forse investeringen gedaan op het gebied van milieuzorg en rendement, waarmee de sector aanzienlijk heeft bijgedragen aan het overheidsbeleid op dit gebied. Sinds de eerste fase van de liberalisering van de Nederlandse elektriciteitsmarkt is de import van elektriciteit in ons land toegenomen van circa 15 procent naar ongeveer 30 procent van de vraag. Onduidelijk is in welke mate de BSB en de structuur voor transporttarieven van invloed zijn op de bezettingsgraad. Hierboven heb ik aangegeven dat de mogelijke gevolgen van de BSB voor concurrentieverhoudingen niet als oneigenlijk kunnen worden beschouwd. Maatregelen zoals voorgesteld door de leden Marijnissen en Poppe zijn op dit moment naar mijn mening dan ook niet aan de orde.

Deel: ' Antwoord kamervragen SP liberalisering elektriciteitsmarkt '




Lees ook