Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over subsidieregeling agrarisch natuurbeheer
Gemaakt: 11-4-2000 tijd: 11:33


2

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 6 april 2000

Onderwerp:

Kamervragen

Hierbij doe ik u toekomen het antwoord op de vragen, gesteld door de leden Schreijer-Pierik en Atsma (beiden CDA) over subsidieregeling agrarisch natuurbeheer houtwallen en elzensingels.


1

Ja, daar heb ik kennis van genomen.


2

In de landschapspakketten van de regeling Agrarisch Natuurbeheer voor houtwallen en elzensingels is een bepaling opgenomen dat de diameter van opgaande stammen, uitgezonderd overstaanders, ten hoogste 0.15 m mag zijn, gemeten op 1.30 m boven de stobbe. Reden hiervoor is dat dergelijke landschapselementen een periodieke kapcyclus kennen. Deze maatvoering is gebaseerd op de meest gangbare kapcyclus en moet landelijk toepasbaar zijn.


3

In houtwallen en elzensingels zorgt de regelmatige kapcyclus ervoor dat, met uitzondering van de overstaanders, de bomen nooit volgroeid raken. In een aantal gevallen is er in de Noordelijke Friese Wouden sprake van oude fraaie boomwallen of boomsingels waarvoor in de huidige regeling geen pakketten zijn opgenomen. Indien de gemeente en/of de provincie van mening is dat deze waardevolle beplantingen niet aan een regulier beheer onderworpen mogen worden, dan zouden zij wellicht eigen middelen hiervoor vrij kunnen maken.

Overigens ben ik van plan bij de evaluatie van de regeling dergelijke uitzonderingsgevallen opnieuw te bekijken.


4

Het behoud van het wallichaam is er mee gediend dat het hakhout op een houtwal regelmatig wordt afgezet. Bovendien zorgt een gevarieerde leeftijd van het hakhout en het behoud van overstaanders voor een toegevoegde ecologische waarde. Daarnaast is het hakhoutbeheer een vorm van cultuurhistorisch waardevol landschapsbeheer.


5

De vergoeding van elzensingelbeheer is berekend per strekkende meter en die voor een houtwal is omgerekend naar een bedrag per hectare. De breedte van de houtwal bepaalt derhalve de hoogte van de bijdrage. De vergoeding voor houtwallen is landelijk bepaald en komt overeen met die uit de RBON. De vergoeding voor de in het gebied meest voorkomende Elzensingels ligt zelfs boven die van de RBON. Bij de evaluatie van de regeling zullen ook de beheersvergoedingen op basis van de in de praktijk opgedane ervaringen goed tegen het licht gehouden worden.


6

De huidige beheersvergoeding is een vergoeding voor het gemiddelde elzensingelbeheer met een gemiddelde landschappelijke en ecologische waarde, waarbij uitgegaan is van aanwezige ondergroei.


7

Nee. Deze knelpunten zijn niet van dien aard dat zij op korte termijn en vooruitlopend op het opdoen van praktijkervaringen met de nieuwe regelingen een wijzigingsprocedure van de regeling noodzakelijk maken. Ik ben van plan over drie jaar de regeling te evalueren en afhankelijk daarvan op onderdelen aan te passen.

DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER

EN VISSERIJ,

G.H. Faber

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Antwoord Kamervragen subsidie agrarisch natuurbeheer '




Lees ook