Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over uitspraken hoofddirecteur immigratie en naturalisatiedien st

Gemaakt: 13-4-2000 tijd: 14:8

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-Gravenhage, 10 april 2000

Hierbij treft u aan de antwoorden die het lid Wijn (CDA) heeft gesteld naar aanleiding van de uitspraken van de hoofddirecteur van de Immigratie en Naturalisatiedienst.

Een exemplaar voor de vragensteller en de afdeling Voorlichting van uw kamer zijn bijgevoegd.

De Staatssecretaris van Justitie,
Antwoorden van de Staatssecretaris van Justitie op Kamervragen van het lid Wijn (CDA) aan de Staatssecretaris van Justitie over de uitspraken van de directeur van de Immigratie en naturalisatiedienst (ingezonden 24 maart 2000, nr. 2990008870).
Vraag 1
Ja.

Vraag 2
De uitspraken van de directeur van de IND zijn in de lijn van de tekst van de nota naar aanleiding van het verslag Vreemdelingenwet 2000 waarin in paragraaf 7.3.1 (IND) de invoeringsstrategie van de IND wordt toegelicht. Ook het jaarplan 2000 van de IND en de managementafspraken tussen de IND en het kerndepartement zijn er op gericht om gedurende het jaar 2000 de voorraad asielzaken in eerste aanleg terug te brengen tot het niveau van normale werkvoorraden.
Vraag 3
Alle inspanningen zijn erop gericht om de achterstanden bij het Bureau Medische advisering vóór het einde van dit jaar te hebben weggewerkt. Dit streven is eveneens in een brief aan de Nationale ombudsman van 21 maart j.l. vastgelegd. Daarnaast is recentelijk tevens de onderzoekscapaciteit voor het leeftijdsonderzoek van alleenstaande minderjarige asielzoekers verhoogd. Hiermee moet het, bij gelijk blijvende instroom, mogelijk zijn om de onderzoeksachterstanden voor 1-1-2001 te hebben ingelopen en tegelijkertijd vanaf 1 april 2000 het botonderzoek reeds in de 48-uursprocedure (Aanmeldcentrum) te laten plaatsvinden.
Vraag 4
Het is juist dat ik tijdens het Algemeen Overleg van 9 februari jl. aangaf dat het vrijwel zeker was dat de totale achterstand bij de IND aan het eind van het jaar niet zal zijn ingelopen. Daarbij doelde ik echter op de achterstanden inclusief de behandeling van bezwaarschriften. De uitspraken van de directeur van de IND daarentegen hadden betrekking op achterstanden exclusief de behandeling van bezwaarschriften, zoals ook door u is verwoord in vraag 2.
Vraag 5
Zoals ik reeds aangaf zijn de uitspraken van de directeur IND in lijn met de tekst van de Nota naar aanleiding van het Verslag bij de Vreemdelingenwet 2000. Uitgaande van de voor 2000 geprognosticeerde instroom zal de IND ten tijde van de invoering van de nieuwe Vreemdelingenwet, naar verwachting, geen achterstanden meer hebben op beslissingen in eerste aanleg.
Vraag 6
Het percentage asielaanvragen dat in bezwaar is herzien was in de jaren 1995 tot en met 1999 respectievelijk 49%, 29%, 34% 23% en in 1999 14%. Het percentage gegrondverklaringen in asielzaken bedroeg in 1995 19% in 1996 35% in 1997 21% in 1998 20% en in 1999 18%.
Vraag 7 en vraag 8
Afhankelijk van de mate waarin asielzoekers procederen tegen een beslissing in eerste aanleg kan de bezwaarvoorraad asielzaken - zoals ik tevens aangaf in de Nota naar aanleiding van het Verslag bij de Vreemdelingenwet 2000 - oplopen tot 53.000 zaken per 1 januari 2001. Daarbij ga ik ervan uit dat het percentage asielzoekers dat een bezwaar dan wel een beroepschrift indient ongeveer gelijk blijft. Ik merk daarbij op dat in de praktijk blijkt dat het percentage asielzoekers dat na een niet-inwilligende beslissing doorprocedeert erg hoog is.
De implementatie strategie waarbij de IND een hogere prioriteit geeft aan het wegwerken van de achterstanden in eerste aanleg heeft geen nadelige gevolgen voor de kwaliteit van de beslissingen. Het aantal bezwaar- en beroepszaken zal hierdoor dan ook - relatief gezien - niet toenemen. In absolute zin zal het echter, in combinatie met het lagere inwilligingspercentage als gevolg van het landengebonden asielbeleid, leiden tot een stijging van de bezwaarvoorraden van de IND in 2000 en een stijging van de voorraad beroep in het jaar erna. De IND heeft inmiddels een plan van aanpak opgesteld waarin, eveneens bij gelijkblijvende instroom, wordt aangegeven op welke wijze deze bezwaarvoorraden in 2001 vrijwel geheel zullen worden weggewerkt. Ook ten aanzien van de achterstanden bij de Vreemdelingenkamer worden dergelijke afspraken voorbereid.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Antwoord Kamervragen uitspraken hoofddirecteur IND '




Lees ook