Tweede Kamer der Staten Generaal

aanh9900.459 de veerdiensten bergsche maas

Gemaakt: 17-1-2000 tijd: 15:16


2

Aan

de voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 7 jan. 2000

Onderwerp

Antwoorden op vragen van het lid Van den Berg (SGP) over de veerdiensten Bergsche Maas.

Geachte voorzitter,


1. Heeft u kennisgenomen van de voornemens van Rijkswaterstaat om tarieven te gaan invoeren voor de veerdiensten over de Bergsche Maas en/of deze veerdiensten over te hevelen naar de desbetreffende gemeenten?

Ja, dit is mij bekend. Gezien in het historisch perspectief (1883) en de alternatieven die er zijn voor de grootste groep en bovendien "nieuwe" gebruikers, de automobilisten, kan gesteld worden, dat het gebruik aanzienlijk is gewijzigd. Deze verschuiving en het beperkte gebruik op bepaalde uren zijn reden geweest voor een onderzoek naar de mogelijke efficiëntiemaatregelen op basis waarvan het mijn voornemen is tarieven in te voeren voor auto's en vrachtauto's en de bedieningstijden aan te passen.

Ten aanzien van het overdragen het volgende; het is mijn beleid om wegen en oeververbindingen, die niet tot de hoofdinfrastructuur behoren over te dragen aan de provincies en gemeenten. Voor de drie veerverbindingen is op 22 februari 1995 een gemeenschappelijke verklaring opgesteld tussen mij en de Provincie Noord-Brabant waarin is aangegeven dat een verschuiving van het beheer en onderhoud naar de lokale overheid gewenst is.


2. Is het waar dat in de vorige eeuw afspraken zijn gemaakt om deze veerdiensten "eeuwigdurend" gratis te laten zijn?

Nee. In een toelichting op de wet van 11 december 1885 wordt aangegeven dat door de exploitant van de veren over de Bergsche Maas personen en dieren kosteloos worden overgezet. Het betreft hier geen wettelijke verplichting maar een bestendige gedragslijn, welke een oorsprong vindt in die toezegging.

Dit betekent, dat ten behoeve van het voornemen om tarieven te gaan heffen een wetswijziging niet noodzakelijk is maar kan worden volstaan met een wijziging van die gedragslijn. Een dergelijke wijziging zal met de nodige zorgvuldigheid worden omgeven.


3. Zo ja, hoe verhouden de voornemens van Rijkswaterstaat om alsnog tarieven te gaan invoeren zich tot deze gemaakte afspraken?

Zie vraag 2.


4. Indien wordt besloten tot het overdragen van de veerdiensten aan de gemeenten, welke financiële consequenties heeft dit dan voor de gemeenten?

De kosten van de veren zijn nu totaal ca fl. 2.400.000,-. Na invoering van de besparingsmaatregelen zullen de kosten op jaarbasis ca fl.
700.000,- minder bedragen. De financiële consequenties voor de gemeenten in het kader van een overdracht hangen van veel zaken af. Ik noem de hoogte van de Rijksbijdrage of een afkoopsom, de te heffen tarieven, het aantal gebruikers en van de mate waarin de besparingsmogelijkheden op bedieningstijden, die uit het onderzoek zijn gebleken, worden gerealiseerd.


5. Zullen de gemeenten bij eventuele overdracht van deze taak ook kunnen rekenen op een financiële bijdrage van het Rijk?

In het overleg met de Bestuurders is steeds voorgesteld de overdracht te baseren op "Brokx-droog" waarbij het Rijk zoals gebruikelijk een jaarlijks bijdrage verstrekt of een eenmalige afkoopsom betaalt.


6. Op welke wijze zal deze mogelijke overdracht (juridisch) gestalte krijgen? Zullen er bij de overdracht van bepaalde voorwaarden aan gemeenten worden gesteld omtrent bijvoorbeeld de frequentie van de veerdiensten, hoogte van eventuele tarieven, etc.?

Zodra er met betrekking tot overdracht bestuurlijk overeenstemming is zullen de afspraken ( waaronder tarieven en bedieningstijden) worden vastgelegd in een convenant. De overdracht dient te zijner tijd bij Koninklijk besluit plaats te vinden.


7. Wat zijn de mogelijkheden voor Rijkswaterstaat dan wel voor de gemeenten, mocht invoering van de tarieven doorgang vinden , om een tariefdifferentiatie waarbij het lokale verkeer c.q. veelgebruikers worden ontzien, door te voeren?

Een tariefdifferentiatie in de vorm van een korting voor veelgebruikers is op dit moment onderdeel van het onderzoek. Het gaat dan concreet om de kosten van een enkele reis voor (vracht-)auto's, abonnementen vast te stellen voor: tienrittenkaart, maandkaart en een jaarkaart voor de veelgebruiker. Landbouwvoertuigen, (brom)- fietsers en voetgangers zijn vrij van tarief.


8. Is de minister bereid zich in te zetten voor een zodanige afloop van deze zaak dat de belangen die de lokale bevolking tot nu toe heeft bij gratis veerdiensten niet op onbillijke wijze in het gedrang zullen komen?

Ik erken het belang van deze zaak voor de lokale bevolking, maar ben tevens van mening, dat een redelijk tarief voor de "nieuwe" gebruikers, de automobilisten, binnen die belangen niet op een onbillijke wijze worden geschaad.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

T. Netelenbos

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

Deel: ' Antwoord Netelenbos op vragen over veerdienst Bergsche Maas '




Lees ook