expostbus51


MINISTERIE FIN

https://www.minfin.nl

MIN FIN: VICTORY BOOGIE WOOGIE

PERSBERICHTNR. 99/260 Den Haag 5 november 1999

ANTWOORDEN VAN DE MINISTER VAN FINANCIEN EN DE MINISTER-PRESIDENT OP VRAGEN VAN DE LEDEN VAN DE TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL LAMBRECHTS, BALKENENDE EN VENDRIK OVER DE AANKOOP VAN HET SCHILDERIJ VICTORY BOOGIE WOOGIE

VRAGEN:


1.

Hebt u kennis genomen van de artikelen .Aankoop Victory Boogie Woogie was overhaast. en .Prijs zonder precedent voor een Mondriaan.?


2.

Hoe komt het dat, ondanks het uitdrukkelijke verzoek om een volledig overzicht, de in deze artikelen genoemde briefwisseling van directeur Locher van het Haags Gemeentemuseum met de heer S.I. Newhouse niet vermeld wordt in het chronologische overzicht dat aan de Kamer heeft doen toekomen? Kan de Kamer deze stukken alsnog krijgen?


3.

Welke betrokkenheid hebben de Ministeries van Algemene Zaken en Financiën gehad bij de beslissing van de gemeente Den Haag om een beroep te doen op de Wet openbaarheid bestuur om deze briefwisseling niet openbaar te hoeven maken?


4.

Komt het logisch voor dat een museumdirecteur op 23 februari 1998 onderhandelingen begint over de aankoop van een schilderij, waarvan hij weet dat het minstens dertig miljoen dollar moet opbrengen, zonder te weten dat hij de beschikking zal hebben over die dertig miljoen dollar? Waaraan ontleende directeur Locher van het Haags Gemeentemuseum de indruk dat een dergelijk bedrag beschikbaar zou zijn? Van wie en wanneer heeft hij dit te horen gekregen?


5.

Had de directie van De Nederlandsche Bank N.V. in 1997 het plan een kunstaankoop te creëren? Is dit plan voorgelegd aan de Raad van Commissarissen? Zo ja, wanneer? Wie waren toentertijd lid van de Raad van Commissarissen van De Nederlandse Bank N.V.?


6.

Is het besluit in 1998 van De Nederlandsche Bank N.V. om een grote som geld te schenken aan de Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit of de voorganger daarvan, de Nationale Stichting Nederlands Kunstbezit, voorgelegd aan de Raad van Commissarissen? Zo ja, wanneer? Wie waren toentertijd lid van de Raad van Commissarissen van De Nederlandsche Bank N.V.?


7.

Hebben zich geen andere kandidaat-kopers gemeld vanaf het moment dat directeur Locher de onderhandelingen heeft geopend met de heer Newhouse?


8.

Zo ja, waarom heeft u dan in het Kamerdebat naar aanleiding van de Victory Boogie Woogie gesuggereerd .dat er kapers op de kust waren. en dat het derhalve niet doenlijk was de Tweede Kamer tijdig te informeren?


9.

Hoe verhoudt de suggestie door u gedaan tijdens het Kamerdebat dat grote haast geboden was zich tot het door de directeur van het Haags Gemeentemuseum bedongen en verkregen recht van eerste voorkeur (the right of first refusal) tot 1 juli 1998 (dat later is verlengd tot 20 juli)?

ANTWOORDEN:


1.

Ja.


2.

De betrokkenheid van de zijde van de rijksoverheid werd bepaald door de schenking van De Nederlandsche Bank NV; de contacten tussen de heer Locher en de familie Newhouse vallen buiten dat kader. Het chronologisch overzicht opgenomen in de beantwoording van de vragen van het lid Lambrechts d.d. 15 september 1998 (aanhangsel handelingen nr. 88, vergaderjaar 1998-1999) is . in lijn met de vraagstelling van toen . toegespitst geweest op de schenking van De Nederlandsche Bank NV (inclusief de overdracht van de Victory Boogie Woogie door de Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit aan de Staat conform de voorwaarde die aan de schenking was gesteld).

In april 1998 heeft de heer Boll, voorzitter Vereniging Rembrandt (Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit), nadat hem het aanbod van de familie Newhouse bekend was, contact opgenomen met de directeur-generaal voor culturele zaken en arbeidsvoorwaarden van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen met de vraag of dit ministerie zou kunnen bijdragen aan de aankoop. Het ministerie beschikte als gevolg daarvan - vertrouwelijk - over de briefwisseling tussen het Haags Gemeentemuseum en de familie Newhouse. Aan de heer Boll is medegedeeld dat het ministerie geen financiële middelen voor deze aankoop beschikbaar had. De briefwisseling is ter vertrouwelijke kennisneming hierbij gevoegd.


3.

Geen.


4.

Dezerzijds is niet bekend of de heer Locher indicaties had dat een bedrag in de orde van 30 miljoen beschikbaar zou zijn en, indien dat het geval was, waaraan hij dergelijke indicaties heeft ontleend. Overigens is het in de kunstwereld niet ongebruikelijk eerst de beschikbaarheid van een bijzonder kunstwerk te verkennen om vervolgens in een later stadium met een concreet vooruitzicht de financiering rond te krijgen.
Eerder is er al op gewezen dat vòòr medio vorig jaar al maanden lang door museumdirecteuren en andere kunstkenners het grote belang van het naar Nederland halen van de Victory Boogie Woogie werd uitgedragen, hetgeen niet in het minst moet worden geplaatst in de context van de inspanningen van enkelen om ook de daarvoor benodigde financiële middelen ter beschikking te krijgen.

5 en 6.
Op 30 oktober 1997 is binnen de directie van De Nederlandsche Bank NV in een eerste gedachtewisseling de vraag opgeworpen of ter gelegenheid van de formele toetreding van de Bank tot het Europees Stelsel van Centrale Banken een fonds zou kunnen worden gecreëerd om bepaalde doelstellingen te bereiken zoals bijvoorbeeld een fonds ten behoeve van de aankoop van kunst. Pas in mei 1998 is hieraan een eerste gevolg gegeven, toen de president van De Nederlansche Bank NV tijdens een lunchgesprek met de minister van financiën deze gedachte heeft geuit. Tijdens een op 25 juni 1998 gehouden vergadering met de Raad van Commissarissen heeft de directie van De Nederlandsche Bank NV de Raad geïnformeerd over de wens om het historische moment van het verdwijnen van de gulden en de introductie van de euro op 1 januari 1999 te markeren door de vorming van een substantieel fonds voor nader te bepalen culturele of charitatieve doeleinden. De Raad heeft hierop instemmend gereageerd. De directie van De Nederlandsche Bank NV heeft, alvorens terzake te besluiten een schenking aan de Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit te doen, de voorzitter van de Raad van Commissarissen geïnformeerd en op de hoogte gehouden.
De samenstelling van de Raad van Commissarissen in beide jaren blijkt uit de jaarverslagen van De Nederlandsche Bank NV over 1997 en 1998 (de desbetreffende bladzijden zijn als bijlage bij deze antwoorden gevoegd).

7, 8 en 9.
De betrokkenheid van de zijde van de rijksoverheid werd, zoals gezegd, bepaald door de schenking van De Nederlandsche Bank NV. In dit verband wordt verwezen naar het chronologisch overzicht opgenomen in de beantwoording van de vragen van het lid Lambrechts d.d. 15 september 1998.

De top van de kunstmarkt staat altijd in de bijzondere belangstelling van potentiële kopers. Onderhandelingen over bijzondere aankopen plegen daarom in vertrouwelijkheid te worden behandeld met het oog op mogelijke andere belangstellenden. De beperkte termijnen die inherent zijn aan een 'right of first refusal', vormen een illustratie van de druk waaronder dergelijke onderhandelingen plaatsvinden. Tijdig binnen dergelijke termijnen moet bovendien de potentiële koper aantonen dat hij ook in financieel opzicht een serieuze partij is.

Woordvoerder: J.J.C. Sprenger
Tel.nr.: 06 - 53 13 05 80

05 nov 99 18:56

Deel: ' Antwoord op kamervragen over aankoop Victory Boogie Woogie '




Lees ook