Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag

DAF

DAF/MA

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 3 november 1999
Kenmerk 1449/99
Blad /1
Bijlage(n)
Betreft Beantwoording vragen van de leden Koenders en Voorhoeve over Burundi

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar het schrijven van de Griffier Uwer Kamer d.d. 21 oktober 1999, kenmerk: 2990001160, heb ik de eer U mede namens de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking als bijlage dezes mijn antwoord te doen toekomen op de door de leden Koenders en Voorhoeve, overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer, bij U ingediende vragen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Jozias van Aartsen

Antwoord van mijnheer Van Aartsen, de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking op de vragen van de leden Koenders en Voorhoeve over Burundi.

Vraag 1.

Welk nader onderzoek zal worden ingesteld naar de omstandigheden waaronder de moord plaatsvond op een Nederlandse medewerkster van het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde naties in Burundi?

Antwoord:

Direct na het tragische incident hebben zowel de Burundese regering als de VN ter plekke een onderzoek ingesteld naar de toedracht van de moord op mevrouw Von Meijenfeldt en de heer Zuniga.

Op 14 oktober zijn twee functionarissen van de United Nations Security Coordinator in New York naar Bujumbura afgereisd om nader onderzoek naar de toedracht te verrichten. Op 22 oktober heeft Nederland de Onder-Secretaris-Generaal van de VN, Prendergast, gevraagd naar de stand van zaken met betrekking tot het onderzoek. Hij verklaarde dat het onderzoeksteam van de VN spoedig met een rapport zou komen. Volgens de Office for the Coordination of Human Affairs (OCHA) van de VN in Bujumbura wordt begin november een rapport terzake verwacht.

Volgens OCHA is het onderzoek van de Burundese autoriteiten gaande, maar is daarover nog geen nadere informatie voorhanden. In een ook door Nederland gesteunde EU-verklaring wordt bij de Burundese overheid aangedrongen op een berechting van de daders van deze aanslag. De Nederlandse ambassadeur in Nairobi heeft tevens op 15 oktober zijnBurundese ambtsgenoot gewezen op het grote belang dat Nederland hieraan hecht.

Vraag 2.

Bent u van mening dat deze tragische gebeurtenis kenmerkend is voor de zich steeds verder verslechterende situatie in Burundi? Zo ja, hoe beoordeelt u deze ontwikkeling.

Antwoord:

Ja. De verslechterende situatie vormt in toenemende mate een risico voor het vredesproces en voor de humanitaire hulpverlening en heeft mede daardoor ernstige humanitaire consequenties voor de burgerbevolking.

Vraag 3.

Welke concrete stappen kunnen worden ondernomen om het vredesproces van Arusha en in Bujumbura te ondersteunen teneinde een verdere escalatie van het geweld te voorkomen? Welke actieve rol kunnen Nederland cq. de Europese Unie spelen in dat proces? Bent u bereid de ontwikkelingen in Burundi zo spoedig mogelijk in de Europese Unie aan de orde te stellen om tot een gezamenlijk beleid te komen.

Antwoord:

Nederland hanteert nu en in de toekomst een meervoudige aanpak om bij te dragen aan het vredesproces van Arusha en in Bujumbura.

Dit houdt onder andere in financiële en politieke steun voor het Arusha-vredesproces, stabilisering door humanitaire hulp aan slachtoffers van het geweld en waar mogelijk door rehabilitatie van basis sociale voorzieningen via het UNDP Umbrella Programme, en gerichte, kleinschalige vredesopbouwactiviteiten.

Op het politieke vlak houdt de Europese Unie zich actief met de situatie in Burundi bezig onder andere middels zijn Speciale Vertegenwoordiger voor de Grote Meren, Aldo Ajello. De EU beziet hoe zij kan bijdragen aan het streven naar spoedige aanstelling van een nieuwe bemiddelaar in het Arusha-vredesproces, na het overlijden van voormalig President Nyerere. Bovendien wordt getracht de politieke druk op het proces te houden door in EU-verband regelmatig verklaringen uit te geven waarin de Burundese partijen worden opgeroepen constructief mee te werken aan het vredesproces. Tijdens een onlangs uitgevoerde EU-démarche is met instemming van Nederland de afkeuring uitgesproken over het geweld tegen de burgerbevolking en over de gedwongen internering van de burgerbevolking in bewaakte kampen.

Het EU-beleid ten aanzien van Burundi keert regelmatig terug op de agenda's van verschillende EU-fora. Zo zal de situatie in Burundi op 11 november aanstaande in de Raad voor Ontwikkelingssamenwerking worden besproken. Tijdens de Raad voor Ontwikkelingssamenwerking van 21 mei j.l. waren de meeste lidstaten van mening dat de situatie niet rijp was voor het hervatten van de structurele hulprelatie met de EU. De EU draagt financieel bij aan het Arusha-vredesproces en verleent ook humanitaire hulp aan Burundi, hetgeen volledig spoort met het Nederlandse bilaterale beleid ten aanzien van Burundi.

Deel: ' Antwoord op kamervragen over Burundi '




Lees ook