Ministerie EZ persbericht


CE-MARKERING



Datum: 12-11-1999

De leden van de Tweede Kamer, De Wit en Marijnissen (beiden SP) hebben aan de Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op 15 september 1999 de volgende schriftelijke vragen gesteld.

1 In hoeveel gevallen is in 1998 een sanctie opgelegd ingevolge de Wet Economische Delicten op grond van een overtreding van 110A- en 118A-richtlijnen en hiervan afgeleide Nederlandse regelgeving?

2 Zijn er al acties gaande om te komen tot betrouwbare Europese en Nederlandse statistieken met betrekking tot de handhaving van CE-markering, alsmede het rendement van deze handhaving? Zo neen, bent u bereid hiertoe het initiatief te nemen?

De Minister van Economische Zaken, A. Jorritsma-Lebbink, heeft deze vragen mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, drs. J.F. Hoogervorst
als volgt beantwoord.

1 De 100A- en 118A richtlijnen betreffen een grote groep richtlijnen en beslaan een breder terrein dan alleen CE-markering. Diverse ministeries zijn verantwoordelijk voor de handhaving van de naleving van CE-markering. Bij de beantwoording van deze vraag beperk ik mij tot de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en mijn ministerie.
In 1998 was onder de verantwoording van mijn ministerie één richtlijn m.b.t. CE-markering van kracht, namelijk (richtlijn 92/42/EG), met betrekking tot energie-efficiency van CV-ketels met als ingangsdatum 1 januari 1998. In dat jaar is nog geen controle op naleving op deze richtlijn uitgevoerd en zijn er dus nog geen sancties opgelegd. Hierover informeerde ik u reeds bij de beantwoording van de kamervragen inzake het rapport van de Algemene Rekenkamer "Toezicht op Keuringen in Nederland" (TK 1999-2000, 26400 nr. 4)

Blijkens informatie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn er in 1998 ten aanzien van machines op grond van de Wet gevaarlijke werktuigen (Machinebesluit, 100A Richtlijn) en de Arbeidsomstandighedenwet (118A Richtlijn) 2228 tekortkomingen geconstateerd.
In 41 gevallen zijn de werkzaamheden met de machine daarbij direct stilgelegd.
Bij controle bleek in 212 gevallen de tekortkoming niet te zijn opgeheven.
In 150 gevallen bleek bij hercontrole de tekortkoming nog niet te zijn opgeheven en is procesverbaal opgemaakt.

Overigens merk ik nog op dat tussen de ministeries van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de betrokken inspectiediensten en
brancheorganisaties besprekingen gaande zijn met als doel de naleving van de CE-markering-eisen m.b.t. machineveiligheid te optimaliseren.

2 Er zijn in EU-kader geen acties gaande om tot statistische informatie met betrekking tot de CE-markering te komen. Wat betreft Nederland merk ik op dat de betrokken inspectie- en opsporingsdiensten over zodanige kwantitatieve gegevens met betrekking tot de CE-markering beschikken, dat de betrokken bewindspersonen voldoende inzicht hebben in de handhaving in deze. Er bestaat derhalve geen behoefte aan de door u genoemde actie.



Ministerie van Economische Zaken
Aan deze paginas kunnen geen rechten worden ontleend - No rights can be derived from these pages

Deel: ' Antwoord op kamervragen over de ce-markering '




Lees ook