Ministerie van Buitenlandse Zaken


De Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag

Directie Sub-Sahara Afrika

Afdeling Zuidelijk Afrika

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 3 november 1999
Kenmerk ZA-1392/99
Blad /1
Bijlage(n) 1
Betreft Vragen van het lid Karimi (Groen Links) over handel in diamanten door deelnemers aan gewapende conflicten in Afrika C.c.

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier van uw Kamer d.d. 24 september 1999, kenmerk 2990000100, waarbij gevoegd waren de door het lid Karimi overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij u ingediende vragen, heb ik de eer u bijgaand mijn antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van het lid Karimi.

Vraag 1:

Bent u op de hoogte dat NiZA, met partners in Nederland, Duitsland en Engeland een campagne start om een eind te maken aan de handel in grondstoffen door deelnemers aan gewapende conflicten in Afrika? Bent u bereid deze campagne te ondersteunen?

Antwoord:

De campagne van het NiZA en de daarbij betrokken partners is mij bekend. De campagne met het doel een eind te maken aan de handel in grondstoffen door deelnemers aan gewapende conflicten in Afrika, met name waar een effectievere naleving van mandatoire sancties van de VN-Veiligheidsraad wordt beoogd, vind ik zeer zinvol.

Vraag 2:

Heeft in de praktijk de VN-resolutie 1176 weinig effect doordat de export illegaal, bijvoorbeeld via Zambia en andere buurlanden gaat? Zo ja, bent u bereid in VN-verband regeringen daarop aan te spreken?

Vraag 3:

Welke aanbevelingen van Dhr. Fowler kunnen van pas zijn om de illegale diamanthandel via buurlanden en bijvoorbeeld België aan banden te leggen?

Antwoord:

Sinds 1 juli 1998 is het op basis van resoluties 1173 en 1176 van de VN-Veiligheidsraad verboden direct of indirect diamanten in te voeren uit Angola, indien deze niet zijn voorzien van een certificaat van oorsprong, afgegeven door de Angolese regering. In de praktijk blijkt handhaving van deze mandatoire maatregel van de VN-Veiligheidsraad niet eenvoudig. Het VN-sanctiecomité, dat belast is met de controle op de naleving van de sancties door de lidstaten, heeft zich dit jaar met steun van Nederland intensief ingespannen om de werking en handhaving van de sancties tegen Angola te verbeteren. De voorzitter van betreffend sanctie-comité, Ambassadeur Fowler, heeft regeringen en betrokken instanties aangesproken op hun verplichting tot naleving van VN-sancties.Naar aanleiding van zijn besprekingen heeft Fowler twee rapporten opgesteld waarin concrete aanbevelingen zijn opgenomen. Volledigheidshalve zijn kopieën van beide rapporten bijgevoegd.

Ik ondersteun de door Ambassadeur Fowler geformuleerde aanbevelingen die uitgaan van een brede aanpak en zowel de regionale (nr. 4, 8, 9,
10) als de internationale (nr. 6, 7, 11, 19) aspecten van sanctienaleving benadrukken.

Het is verheugend dat, onder meer als gevolg van de inspanningen van Ambassadeur Fowler, de grootste internationale diamanthandelaar De Beers, zeer recent heeft besloten geen diamanten afkomstig uit Angola meer in te kopen.

Vraag 4:

In hoeverre wordt België op haar verantwoordelijkheden gewezen gezien het feit dat de VN-resolutie 1176 door de Europese Unie bindend is verklaard? Ziet u mogelijkheden om in EU-verband de diamanthandel in Antwerpen te controleren? Zo ja, welke?

Antwoord:

Op 28 juli 1998 heeft de Raad van Ministers van de EU Verordening
1705/98 aangenomen, waarin het VN sanctie-regime tegen UNITA in Europees recht is vastgelegd. Zoals bekend werken Europese verordeningen rechtstreeks zonder dat omzetting in nationale regelgeving noodzakelijk is. Voor de controle op de naleving zijn de nationale autoriteiten van de individuele lidstaten verantwoordelijk.

Ingevolge artikel 8 van de Verordening stellen de Commissie en de lidstaten elkaar in kennis van de krachtens deze verordening getroffen maatregelen en van andere terzake dienende gegevens waarover zij in verband met de verordening beschikken, zoals schending van de sancties of problemen met de handhaving daarvan. De Commissie kan daarop passende maatregelen voorstellen.

De regering is bereid, mede ter ondersteuning van de onderhavige campagne, de kwestie van de naleving en effectiviteit van de sancties in algemene zin ter sprake te brengen tijdens EU-overleg.

Vraag 5:

In hoeverre vindt u het opzetten van monitoring units een serieuze optie om de diamanthandel in Antwerpen te controleren?

Antwoord:

Ambassadeur Fowler heeft in zijn aanbeveling 7 voorgesteld dat de door de Veiligheidsraad ingestelde expert-panels dienen na te gaan of het aanstellen van een aantal monitors bij de belangrijkste diamantbeurzen zinvol is. Het is zaak de aanbeveling in dezen van betreffende expert-panels af te wachten.

Vraag 6:

Heeft de Nederlandse regering enig inzicht in de hoeveelheid diamanten uit oorlogsgebieden die direct of indirect uiteindelijk in Nederland komen? In hoeverre is het mogelijk Nederlandse handelaren inzicht te laten verschaffen via 'social corporate responsibility' over de herkomst van hun goederen, in dit geval de diamant?

Antwoord:

De regering beschikt niet over gegevens waaruit is op te maken hoeveel diamanten in Nederland binnenkomen en kan derhalve ook niet aangeven hoeveel diamanten daarvan oorspronkelijk uit oorlogsgebieden afkomstig zijn. In Nederland is de strafbaarstelling van overtredingen het sanctie-regime geregeld via het Sanctiebesluit Angola 1998. Omdat een verbodsbepaling van toepassing is, bestaat geen ruimte voor zelfbeperkende maatregelen door het bedrijfsleven.

Deel: ' Antwoord op kamervragen over diamantenhandel Afrika '




Lees ook