expostbus51


Ministerie van Economische Zaken


Elektriciteitstarieven

Ministerie van Economische Zaken
Berichtnaam: persbericht
Nummer: 008
Datum: 13-01-1999

ELEKTRICITEITSTARIEVEN

Het lid van de Tweede Kamer Van den Akker (CDA) heeft aan de Minister van Economische Zaken op 17 december 1998 de volgende schriftelijke vragen gesteld.


1 Bent u ervan op de hoogte dat de directeur Elektriciteit van uw ministerie op 9 december jl. heeft deelgenomen aan een energiedebat van Andersen Consulting in Amsterdam?

2 Hebt u kennisgenomen van de aldaar door hem gedane uitspraak dat "We moeten maar hopen dat er uiteindelijk door het positieve effect van de liberalisering nog een prijsverlaging overblijft? 1)

3 Hoe verhoudt deze uitspraak zich met uw toezegging aan de Kamer op 2 december jl., dat de consument ondanks de zogeheten .bakstenen. de vruchten zal plukken van de liberalisering in de vorm van lagere tarieven?2)

4 Bent u sinds 2 december van mening c.q. inzicht veranderd?

5 Zo ja, op basis van welke factoren? Zo neen, waarom doet uw directeur Elektriciteit dan zulke uitspraken?

6 Bent u bereid hierover zo spoedig mogelijk te rapporteren aan de Kamer?

----------------------


1) NRC Handelsblad, 10 december jl.
2) Algemeen Overleg, 2 december jl.

De minister van Economische Zaken, A. Jorritsma-Lebbink, heeft deze vragen als volgt beantwoord.

1 Ja

2 Ik heb kennisgenomen van de weergave van het debat in NRC Handelsblad.

3 Zoals ik ook in mijn brief van 17 december 1998 aan de Tweede Kamer over de oplossing van de niet marktconforme kosten nog eens uiteen heb gezet, zal het positieve effect van de liberalisering groter zijn dan het negatieve effect van de oplossing van de NMC kosten; er zal dus sprake zijn van .minder minder.. De directeur Elektriciteit heeft tijdens het debat geen uitspraak gedaan die deze verwachte ontwikkeling in twijfel trekt.

4 Neen

5 en 6. Zie brief van 17 december 1998.

Deel: ' Antwoord op kamervragen over elektriciteitstarieven '




Lees ook