Ministerie van Buitenlandse Zaken


Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

DEN HAAG
directie Azië en Oceanië

afdeling Zuidoost-Azië

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061


2500 EB Den Haag

Datum 29 oktober 1999
Kenmerk DAO/ZO-99/423
Blad /1
Betreft Vragen van het lid Van Middelkoop (GPV) over een mogelijk gesprek tussen Indonesië en een Molukse delegatie uit Nederland

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer van 21 oktober 1999, kenmerk 2990001350, waarbij gevoegd waren de door het lid Van Middelkoop overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U in bijlage dezes mijn antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van het lid Van Middelkoop

Vraag 1

Hebt u kennisgenomen van het gesprek in Jakarta van de Indonesische president Habibie en generaal Wiranto met een Molukse delegatie uit Nederland van de RMS-regering in ballingschap?

Antwoord

Ja.

Vraag 2

Was u vooraf geïnformeerd over deze bijzondere ontmoeting?

Antwoord

Ja. Kamer- en missielid Usman Santi informeerde mij eind september over de Molukse missie naar Jakarta en daar verwachte gesprekken met onder andere voormalig president Habibie en generaal Wiranto.

Vraag 3

Wat is uw algemeen oordeel over dit gesprek?

Beschouwt u het als een politieke doorbraak?

Antwoord

Ik constateer dat de Molukse missie uit Nederland in Jakarta op het hoogste niveau is ontvangen, een hoopgevend gebaar waaruit spreekt dat Jakarta openstaat voor een bijdrage vanuit de Molukse gemeenschap in Nederland aan verzoening en wederopbouw van de Molukken. De gesprekken met Habibie, Wiranto, Megawati en Rais waren geregeld door Abdurrahman Wahid, die vlak na zijn verkiezing tot president liet weten dat de nieuwe Indonesische regering bijzondere aandacht zal schenken aan de zorgwekkende ontwikkelingen in een aantal provincies, waaronder de Molukken.

Voor zover bekend bevestigen de bevindingen van de missie mijn indruk dat hier sprake was van een eerste, verkennende gespreksronde.

Een definitief oordeel is pas aan de orde als meer duidelijkheid bestaat over eventuele vervolggesprekken, de uitwerking van het regionale beleid van de nieuwe regering en, van groot belang voor het noodzakelijke draagvlak, de wijze waarop de bevolking van de Molukken zelf bij deze dialoog wordt betrokken.

De Nederlandse regering zal deze en andere initiatieven gericht op herstel van vrede en veiligheid op de Molukken waar mogelijk ondersteunen. In dit verband wijs ik op mijn gesprek met collega Albright op 26 oktober jl., waarin ik haar bijzondere aandacht vroeg voor de situatie op de Molukken.

Vraag 4

Is dit voor u aanleiding uw geldende beleidslijn, te weten het niet officieel ontvangen van vertegenwoordigers van de RMS-regering in ballingschap, te heroverwegen?

Antwoord

Zoals uiteengezet tijdens het Algemeen Overleg op 20 april 1999 waren en zijn vertegenwoordigers van de RMS welkom op het departement van Buitenlandse Zaken om over de zorgwekkende situatie op de Molukken te praten. Minister van Boxtel voor Grote Steden- en Integratiebeleid onderhoudt overigens als eerst verantwoordelijke de contacten met de Molukse gemeenschap in Nederland.

Deel: ' Antwoord op kamervragen over ontvangst Molukkers in Jakarta '




Lees ook