tweede kamer der staten generaal

aan de voorzitter van de tweede kamer der staten-generaal

's-gravenhage, 11 april 2000

onderwerp:
kamervragen

hierbij treft u aan de antwoorden op de vragen die het lid wijn (cda) heeft gesteld over de procedure ten aanzien van verzet bij uitzetting.

voldoende exemplaren ten behoeve van de vragensteller en de afdeling voorlichting van uw kamer zijn bijgevoegd.

de staatssecretaris van justitie

beantwoording van de vragen van het lid wijn (cda) over verzet bij uitzetting (18 februari 2000, nr 2990007230)

vraag 1:
is het waar dat de uitzetting van een iraanse vrouw op schiphol vorige week is gestaakt nadat zij stampei maakte?
vraag 2:
wat was de aard van de stampei?

antwoord op vraag 1 en vraag 2:
de uitzetting naar iran van een iraanse vrouw op 8 februari jongstleden op schiphol is bij het aan boord gaan van het vliegtuig gestaakt, omdat de vrouw zich op dat moment plotseling en onverwacht, zowel fysiek als verbaal, hevig verzette tegen de uitzetting.
vraag 3:
was er sprake van een technisch uitzetbeletsel?

antwoord:
er was geen ander uitzetbeletsel dan de psychische toestand en het daarmee gepaard gaande gedrag van de vrouw.
vraag 4:
is het waar dat justitie de vrouw wilde gebruiken als proefkonijn, zoals door de advocaat van de vrouw gesteld?
vraag 5:
wat was de aard van de proef?

antwoord op vraag 4 en vraag 5:
nee, de vrouw is niet als 'proefkonijn' gebruikt. na verificatie van haar identiteit en nationaliteit bestond geen twijfel over haar toelating tot iran en is gebruik gemaakt van de eerste gelegenheid voor haar terugkeer per vliegtuig naar iran.
vraag 6:
is het waar dat justitie het liefst mensen uitzoekt die bij voorkeur geen advocaat hebben en die geen stampei zullen maken, zoals door de advocaat van de vrouw gesteld?
antwoord:
nee. in dit geval was hiervan evenmin sprake. de advocaten van de vrouw waren vooraf tijdig omtrent de voorgenomen uitzetting op de hoogte gesteld.
vraag 7:
is het waar dat als de uitzetting soepel zou zijn verlopen, er meer mensen naar iran kunnen worden teruggestuurd?
antwoord:
nee, het antwoord op de vraag of er meer mensen naar iran kunnen worden teruggestuurd, staat los van het al dan niet soepel verlopen van een individuele uitzetting.
vraag 8:
heeft een woordvoerster van justitie gezegd dat alleen mensen die dat zelf willen, worden teruggestuurd?
vraag 9:
is het waar dat dit onder andere in overleg met de betrokken asielzoeker gebeurt?
antwoord op vraag 8 en 9:
indien een woordvoerster van justitie gezegd zou hebben dat alleen mensen die dat zelf willen, worden teruggestuurd, dan zou dat onjuist geweest zijn. afgewezen asielzoekers die nederland moeten verlaten en waarvan de nationaliteit en/of identiteit (nog) moet worden vastgesteld om toelating tot het land te verkrijgen, zijn primair zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van reis- en/of identiteitsdocumenten. bij het verkrijgen van deze documenten kan ondersteuning worden geboden door de nederlandse overheid.
vraag 10:
is het waar dat de vrouw aanvankelijk te kennen had gegeven vrijwillig te willen terugkeren naar iran?
vraag 11:
is het waar dat zij zich later blijkbaar had bedacht?
antwoord op vraag 10 en vraag 11:
de vrouw heeft nimmer aangegeven vrijwillig terug te willen keren.
vraag 12:
hoe relevant is de houding van een verwijderbare asielzoeker in het kader van uitzetting?
antwoord op vraag 12:
de houding van een verwijderbare individuele vreemdeling in het kader van uitzetting is in beginsel niet relevant tenzij zich omstandigheden voordoen, zoals bijvoorbeeld in onderhavig voorval aan de orde was, waarbij de psychische toestand en het daarmee gepaard gaande gedrag de uitzetting op dat moment niet mogelijk maken.
vraag 13:
hoe verhoudt een en ander zich tot de intensivering van het uitzettingsbeleid?
antwoord op vraag 13:
een vreemdeling die zich fysiek verzet tegen zijn uitzetting kan, onder omstandigheden, op dat moment niet worden verwijderd. dit staat op zich los van het terzake gevoerde beleid. op een ander moment zal worden getracht betrokkene alsnog uit te zetten.
vraag 14:
herinnert u zich de vragen van de leden verhagen en wijn van 16 februari jl. over een andere uitzetting die wegens stampei is afgelast?
antwoord op vraag 14:
ja.

vraag 15:
kunt u ons gerust stellen dat het geen gewoonte wordt om toe te geven aan tegenwerking bij uitzettingen?
antwoord op vraag 15:
wanneer er sprake is van tegenwerking bij uitzetting, in het geval van uitzetting per luchtvaartuig, is de uiteindelijke beslissing om iemand te vervoeren voorbehouden aan de gezagvoerder van dat luchtvaartuig. onder omstandigheden kan het dus gebeuren dat een voorgenomen uitzetting geen doorgang vindt. in zo’n geval zal de uitzetting op een ander moment plaats vinden. in het onderhavige geval is de iraanse vrouw op 15 februari jongstleden zonder problemen naar iran gereisd.

Deel: ' Antwoord op kamervragen over verzet bij uitzetting Iraanse '




Lees ook