Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Directie Veiligheidsbeleid Nucleaire Aangelegenheden en Non proliferatie Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Datum 22 augustus 2001 Auteur Heleen van der Beek Kenmerk DVB/NN-342/01 Telefoon + 31 70 3485089


Blad /1 Fax + 31 70 348 5684
Bijlage(n) E-mail heleen-vander.beek@minbuza.nl

Betreft vragen gesteld door het lid Koenders aangaande een Protocol bij het Biologisch Wapens Verdrag

Zeer geachte Voorzitter,

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier uwer Kamer d.d. 13 augustus 2001, kenmerk 2000114290, waarbij gevoegd waren de door het lid Koenders, overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij u ingediende vragen, heb ik de eer u hierbij als bijlage dezes mijn antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken

Antwoord van de heer Van Aartsen, Minister van Buitenlandse Zaken op vragen van het lid Koenders over de blokkerende opstelling van de Verenigde Staten inzake de vestiging van een internationaal ontwapeningsinstituut (ingezonden 9 augustus 2001)

Vraag 1:

Hebt u kennisgenomen van de Amerikaanse afwijzing van het Protocol inzake biologische wapens?

Antwoord:

Ja.

Vraag 2:

Hoe beoordeelt u deze opstelling, mede in het licht van de vergevorderde internationale afspraken over dit Protocol alsmede over het oprichten van de Organisatie ter bestrijding van Biologische Wapens (OPBW)?

Antwoord:

De onderhandelingen over het Protocol en de daardoor nieuw op te richten Organisatie voor het Verbod op Biologische Wapens (OPBW) waren in hun eindfase aangekomen. De in april neergelegde compromistekst van de voorzitter kon op brede steun rekenen in de verschillende regionale groepen. Wel dienden grote meningsverschillen tussen de Westelijke landen en de hardliners uit de Groep van Niet Gebonden Landen aangaande, onder andere, de bepalingen rond exportcontroles nog te worden opgelost. Ook was reeds langer bekend dat de VS twijfels koesterde ten aanzien van het protocol.

Mede in dit licht betreurt de Nederlandse regering de Amerikaanse beslissing om het ontwerp-Protocol in zijn huidige vorm niet te steunen en daarmee de facto de onderhandelingen een halt toe te roepen. Hiermee lijkt een spoedige en effectieve versterking van het Biologisch Wapens Verdrag van de baan. De regering betreurt het afbreken van de onderhandelingen des te meer daar Den Haag een zeer goede kans maakt als vestigingsplaats voor de OPBW.

Vraag 3:

Welke stappen bent u van zins hiertegen te ondernemen op bilateraal en multilateraal niveau, in ogenschouw nemende de pogingen die u reeds ondernomen heeft?

Vraag 4:

Moet niet middels diplomatieke druk een krachtig signaal worden gegeven met betrekking tot het unilateralisme van de zijde van de VS, mede gezien de recente ontwikkelingen rond het Klimaatprotocol van Kyoto en het ABM-verdrag?

Antwoord:

De VS zijn categorisch geweest in hun verwerping van het ontwerp-verificatieprotocol in zijn huidige vorm.

Nederland blijft streven naar versterking van het BW-verdrag in een multilateraal kader. De inzet van Nederland, in de Ad Hoc Groep van Verdragspartijen bij het BW-Verdrag alsmede in de Vijfde Toetsingsconferentie van het Biologisch Wapens Verdrag (TC), in november van dit jaar, is er thans dan ook op gericht om te pogen het acquis van de onderhandelingen te behouden en tot een zo spoedig mogelijke hervatting van de onderhandelingen te komen. Nederland ijvert ervoor dat de TC besluiten neemt die daarop een reëel perspectief bieden. Versterking van het BW-verdrag kan in Nederlandse ogen slechts effectief zijn indien zij plaatsvindt binnen het multilaterale kader van het verdrag zelf, met participatie van alle verdragspartijen.

In bilaterale en multilaterale contacten met de Amerikaanse administratie zal de regering blijven aandringen op het belang van behoud en versterking van het multilaterale kader voor biologische ontwapening, inclusief het tot stand komen van een effectief protocol. Ook zal de regering blijven onderstrepen dat maatregelen ter versterking van juridisch bindende regimes tegen de proliferatie van massavernietigings-wapens van groot belang zijn en blijven voor zowel de nationale als internationale veiligheid en dat het multilaterale ontwapeningskader het beste middel is en blijft ter verhoging van de collectieve veiligheid. Dit is al herhaalde malen aan de VS overgebracht, bilateraal en door de Europese Unie, alsmede in het kader van NAVO-overleg over de proliferatie van massavernietigingswapens en over Missile Defense. Ik zal deze kwestie wederom aan de orde stellen in mijn antwoord op de brief die ik van Minister Powell ontving, waarin hij mij op de hoogte stelt van de afwijzing door de VS van het BW-protocol in zijn huidige vorm.

Kenmerk DVB/NN-342/01
Blad /1

===

Deel: ' Antwoord op kamervragen over vestiging ontwapeningsinstituut '




Lees ook